Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
a. |
subsidie |
: de aanspraak op financiële middelen, door het productschap verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan de betaling voor aan het productschap geleverde goederen of diensten; |
|
b. |
projectsubsidie |
: een subsidie voor een activiteit die naar haar aard een eenmalig karakter heeft; |
|
c. |
budgetsubsidie |
: een voor een bepaald kalenderjaar te verstrekken subsidie die rechtstreeks is gerelateerd aan een bepaald niveau van prestaties of activiteiten; |
|
d. |
exploitatiesubsidie |
: een voor een bepaald kalenderjaar te verstrekken subsidie ter dekking van het exploitatietekort van de subsidieontvanger; |
|
e. |
voorschot |
: een gedeelte van het bedrag aan verleende subsidie, dat wordt betaald aan de subsidieontvanger voordat de beschikking tot vaststelling van de subsidie is genomen; |
|
f. |
begroting |
: de door het bestuur vastgestelde en door de Sociaal-Economische Raad goedgekeurde begroting van inkomsten en uitgaven van het productschap voor een bepaald jaar; |
|
g. |
subsidieplafond |
: bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies; |
|
h. |
accountant |
: een registeraccountant, zoals bedoeld in artikel 55, juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants of een accountants-administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 36, juncto artikel 38 van deWet op de Accountants-administratieconsulenten: |