Artikel
1
Deze regeling geeft uitvoering aan artikel 9C, vijfde lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting BES en artikel 6C, derde lid, van de Wet loonbelasting BES.
Deze regeling geeft uitvoering aan artikel 9C, vijfde lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting BES en artikel 6C, derde lid, van de Wet loonbelasting BES.
In deze regeling wordt verstaan onder werkkleding:
kleding, met inbegrip van schoeisel, die gedurende het uitoefenen van de dienstbetrekking of gedurende bepaalde perioden daarvan, moet worden gedragen en die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend daarvoor geschikt is; of
kleding, met inbegrip van schoeisel, waarvan het gebruik gedurende het uitoefenen van de dienstbetrekking of gedurende bepaalde perioden daarvan, zodanig is dat privé-gebruik daarna geheel of nagenoeg geheel niet mogelijk is.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt kleding die niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om gedurende het uitoefenen van de dienstbetrekking of gedurende bepaalde perioden daarvan te dragen, als werkkleding aangemerkt indien:
de kleding is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de inhoudingsplichtige gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 vierkante centimeter en
deze beeldmerken onlosmakelijk aan de kleding zijn aangebracht.
De waarde van de door de werkgever verstrekte of ter beschikking gestelde werkkleding wordt op nihil gesteld.
[vervallen]
[vervallen]
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling werkkleding 2001 BES.