Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 30 december 2010, nr. BJZ2010032478, houdende regels over de toepassing van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Regeling externe veiligheid buisleidingen)

Regeling externe veiligheid buisleidingen

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
Handelende na overleg met de Ministers van Economische Zaken en van Defensie,

Besluit:

§

1

Definities

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aardgas:

    • a.

      drooggas dat bij een temperatuur van –200C onder atmosferische druk geen vloeistoffractie meer afscheidt van het gas en met een dichtheid van 0,82 kg/m3en een calorische waarde van ten hoogste 36,4 MJ/m3,

    • b.

      natgas dat naast aardgas ook condensaat bevat met een Condensaat-Gas Ratio kleiner dan of gelijk aan 80 m3/1.000.000 m3, en zuurgas dat naast aardgas minder dan 4,3% zwavelwaterstof bevat,

    • c.

      hoogcalorisch aardgas,

    • d.

      voor zover dit aardgas niet vloeibaar wordt getransporteerd en geen componenten bevat met toxische of explosieve effecten;

  • aardolieproducten:

    • a.

      aardolie,

    • b.

      aardgasolie,

    • c.

      vloeibare aardolieproducten, en

    • d.

      derivaten,

    voor zover deze geen componenten bevatten met toxische of explosieve effecten;

  • besluit: Besluit externe veiligheid buisleidingen;

  • brandbare stoffen: stoffen die zijn geclassificeerd als ontvlambaar, licht ontvlambaar of zeer licht ontvlambaar, niet zijnde aardgas of aardolieproducten;

  • Carola: softwareprogramma voor het berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van ondergrondse buisleidingen met aardgas, versie nr. 1.0.0;

  • Rekenmethodiek Bevb: rekenmethodiek behorend bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen, bestaande uit de Handleiding Risicoberekeningen Bevb, versie nr. 3, uitgave 2019 en, indien het betreft ondergrondse buisleidingen:

    • 1.

      voor aardgas: Carola, en

    • 2.

      voor andere stoffen dan aardgas: Safeti-NL;

  • Safeti-NL: softwareprogramma voor het berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van inrichtingen en ondergrondse buisleidingen voor het transport van andere stoffen dan aardgas, versie nr. 8, uitgave 2019;

  • specifieke stoffen: kooldioxide, zuurstof en stikstof;

  • vergiftige stoffen: stoffen die zijn geclassificeerd als acuut toxisch.

§

2

Buisleidingen waarop het besluit van toepassing is

Artikel

2

Als categorieën buisleidingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit worden aangewezen:

  • a.

    buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPA of meer;

  • b.

    buisleidingen voor aardolieproducten met een uitwendige diameter van 70 mm of meer en een druk van 1.600 kPA of meer;

  • c.

    buisleidingen voor brandbare stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer;

  • d.

    buisleidingen voor vergiftige stoffen, en

  • e.

    buisleidingen voor specifieke stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer.

§

3

Uitzonderingen als bedoeld in artikel 3 van het besluit

Artikel

5

Voor buisleidingen voor aardgas met een druk van 1.600 tot en met 4.000 kPa:

Artikel

5a

Artikel

5b

Vervallen

§

4

Berekeningen

Artikel

6

Artikel

7

Maatregelen ter beperking van het risico, waarvan de exploitant niet kan aantonen dat de maatregel voldoet aan de omschrijving in de Rekenmethodiek Bevb, hebben geen risicoverlagend effect in de risicoberekening.

§

5

Groepsrisico

Artikel

9

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Artikel

11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling externe veiligheid buisleidingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,J.J.Atsma