Artikel
1
Bij het Nederlandse buitenlands beleid, waaronder ontwikkelingssamenwerking en Europese zaken, zal sprake zijn van geïntegreerde besluitvorming onder eindverantwoordelijkheid van de minister van Buitenlandse Zaken, waarbij de inzet op de verschillende beleidsterreinen door deze wordt gecoördineerd.
De staatssecretaris, genoemd: staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, is binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid in het bijzonder belast met aangelegenheden betreffende:
-
a.
De coördinatie van het regeringsbeleid met betrekking tot de Europese Unie met uitzondering van de voorbereiding van de Europese Raad;
-
b.
De bilaterale onderwerpen voor zover deze raken aan het Europees beleid van de regering;
-
c.
Het Europa-gerelateerde deel van de begroting van Buitenlandse Zaken;
-
d.
Het in overleg met de minister en de minister-president vertegenwoordigen van Nederland in de Raad voor Algemene Zaken voor wat betreft diens coördinerende taken;
-
e.
Ontwikkelingssamenwerking en de OS-coherentie;
-
f.
De coördinatie van de ODA-middelen;
-
g.
en andere aangelegenheden waarvan behartiging door de minister aan hem wordt toevertrouwd.