Artikel
1
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
a. Instellingsbesluit Productschap Vis |
: |
Besluit van 3 juni 2003, houdende instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de visserij, be- en verwerking van vis en de handel in vis en visproducten (Stb. 2003, 253); |
|
b. productschap |
: |
het Productschap Vis, als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Productschap Vis; |
|
c. bestuur |
: |
het bestuur van het Productschap; |
|
d. voorzitter |
: |
de voorzitter van het Productschap; |
|
e. secretaris |
: |
de secretaris van het Productschap; |
|
f. Commissie aanvoeraangelegenheden |
: |
de commissie ingesteld door het bestuur voor het adviseren over aangelegenheden betreffende aanvoer; |
|
g. ondernemer |
: |
degene, die een onderneming drijft, waarvoor het productschap is ingesteld; |
|
h. vis |
: |
vissen, schaal- en schelpdieren, delen van vissen alsmede van schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren, garnalen, mosselen en oesters en alle door uitoefening van de binnenvisserij – niet zijnde de IJselmeervisserij –, in de zin van artikel 1, vierde lid onder d, van de Visserijwet 1963 verkregen soorten vis; |
|
i. garnalen |
: |
garnalen van de soort Crangon crangon; |
|
j. mosselen |
: |
schelpdieren uit het geslacht Mytilus of uit het geslacht Perna; |
|
k. platte oesters |
: |
schelpdieren uit het geslacht Ostrea; |
|
l. creuses |
: |
schelpdieren uit het geslacht Crassostrea; |
|
m. oesters |
: |
platte oesters en creuses; |
|
n. aanvoeren |
: |
het als eerste eigenaar voor de eerste keer of het met behulp van de spanvisserij aan land brengen van vis of mosselen of garnalen; |
|
o. aanvoerder |
: |
de ondernemer, die met een in Nederland geregistreerd vissersvaartuig of op andere wijze vis of mosselen of garnalen aanvoert; |
|
p. trawler |
: |
vaartuig waarvan de lengte over alles 60 meter of meer bedraagt of een vaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, waarbij de gevangen vis en visproducten aan boord worden ingevroren; |
|
q. kotter |
: |
vaartuig waarvan de lengte over alles minder dan 60 meter bedraagt; |
|
r. afslag |
: |
een veiling van vis of mosselen; |
|
s. fonds voor de aanvoersector |
: |
het fonds ingesteld krachtens artikel 2, eerste lid, van de Verordening instelling van een fonds voor de aanvoersector 2007; |
|
t. ton |
: |
een inhoudsmaat van 1/7 m3. |
2
Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening vindt het aanvoeren plaats op het tijdstip waarop het vaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft verkregen.
3
Indien een vaartuig mosselen, niet zijnde ingevoerde mosselen, op een verwaterplaats stort voordat het vaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft verkregen, vindt het aanvoeren van mosselen, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, plaats op het tijdstip waarop de mosselen worden gestort op een verwaterplaats.