Artikel
1
In dit besluit wordt onder Onze Minister verstaan Onze Minister van Economische Zaken.
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt onder Onze Minister verstaan Onze Minister van Economische Zaken.
Het Rijk verleent, overeenkomstig het hierna bepaalde, een tegemoetkoming in de kosten door de gemeentebesturen gemaakt bij de uitvoering van de Distributiebeschikking aardolieprodukten 1973 (Stcrt. 1974, 15).
De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming bedraagt voor elk uur, dat besteed is aan het verrichten van werkzaamheden van administratieve aard voor of als rechtstreeks gevolg van de in artikel 2 bedoelde uitvoering of aan het houden van toezicht op zodanige werkzaamheden:
f 23,25 voor zover die uren zijn besteed in een andere dan onder b bedoelde dienstbetrekking;
f 5,25 voor zover die uren zijn besteed in een dienstbetrekking als bedoeld in Hoofdstuk V van de Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687), dan wel onder toepassing van de Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen 1973 (Stcrt. 205).
De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming wordt vermeerderd met het bedrag van de betalingen, waartoe de gemeente verplicht was:
uit hoofde van een dienstbetrekking, ter zake van werkzaamheden als in het eerste lid bedoeld aangegaan, over de tijd gedurende welke die dienstbetrekking heeft voortgeduurd na de feitelijke beëindiging van die werkzaamheden, voor zover in die tijd door de betrokkene geen werk ten behoeve van de gemeente is verricht;
wegens de beëindiging van een dienstbetrekking als onder a bedoeld.
Ter verkrijging van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, doet het betrokken gemeentebestuur binnen zes weken na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit aan Onze Minister in drievoud een schriftelijke opgave toekomen van:
het totale aantal van de in artikel 3, eerste lid, onder a, bedoelde uren, besteed door in het bijzonder met het oog op de in artikel 2 bedoelde uitvoering tijdelijk aangesteld personeel;
het totale aantal van de in artikel 3, eerste lid, onder a, bedoelde uren, besteed door ander dan onder a bedoeld personeel van de gemeente, gesplitst naar gewone diensturen en overwerkuren;
het totale aantal van de in artikel 3, eerste lid, onder b, bedoelde uren;
het totale ten laste van de gemeente gekomen, in artikel 3, tweede lid, bedoelde bedrag;
het totale aantal van de in de betrokken kring afgegeven of voor afgifte gereed gemaakte machtigingen als bedoeld in artikel 13, onder a, van de Distributiebeschikking aardolieprodukten 1973.
Aan een gemeentebestuur, dat aantoont, dat de overeenkomstig artikel 3 verleende tegemoetkoming minder dan 85% heeft bedragen van de door die gemeente bij de in artikel 2 bedoelde uitvoering werkelijk gemaakte kosten, wordt op die tegemoetkoming de tot dekking van 85% van die kosten vereiste aanvulling verstrekt.
Ter verkrijging van een aanvullende tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid doet het betrokken gemeentebestuur binnen drie maanden nadat het door Onze Minister in kennis is gesteld van het bedrag van de in artikel 3 bedoelde tegemoetkoming, aan Onze Minister met inachtneming van door deze daaromtrent gestelde regelen een gespecificeerde opgave van de werkelijk gemaakte kosten toekomen.
De gemeentebesturen verstrekken Onze Minister op diens schriftelijk verzoek met betrekking tot opgaven als bedoeld in de artikelen 4 en 5 alle gewenste nadere inlichtingen.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit tegemoetkoming gemeentelijke distributiekosten 1974.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.