Artikel
1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, onderscheidenlijk Onze Minister van Landbouw en Visserij, ieder voor zover zijn ressort betreft.
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, onderscheidenlijk Onze Minister van Landbouw en Visserij, ieder voor zover zijn ressort betreft.
Ter bestrijding van de kosten, die aan de uitvoering van de Distributiewet 1939 (Stb. 633) zijn verbonden, kan Onze Minister vorderen:
bijdragen ter zake van het krachtens die wet verlenen van vergunningen tot aflevering van distributiegoederen;
bijdragen ter zake van het krachtens die wet uitreiken van bescheiden.
De in artikel 2, onder a of b, bedoelde bijdrage is verschuldigd door degene, te wiens behoeve de vergunning wordt verleend, onderscheidenlijk het bescheid wordt uitgereikt.
Van hem, die regelmatig krachtens artikel 2, eerste lid, onder a, vastgestelde bijdragen heeft te betalen, kan het orgaan, waarbij de betaling moet geschieden, het storten van een voorschot vorderen. Het bedrag van het voorschot wordt door het orgaan bepaald; het kan ƒ 20 000,- niet te boven gaan.
De bijdragen, welke de betrokkene verschuldigd is, worden verrekend met het door hem gestorte voorschot.
Onze Minister kan van de verplichting tot betaling van een krachtens artikel 2 vastgestelde bijdrage, al dan niet onder het stellen van voorwaarden, vrijstelling en, op daartoe strekkend verzoek, ontheffing verlenen.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Distributiekostenbesluit 1973.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.