Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering Vrije Spoorkruising Amersfoort-West

De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Gezien de schriftelijke instemming van de manager Grondverwerving en Juridische Zaken van ProRail B.V.;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • Manager GJZ: Manager Grondverwerving en Juridische Zaken van ProRail;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • project Vrije Spoorkruising Amersfoort-West: uitvoering van het tracébesluit Vrije Spoorkruising Amersfoort-West (Stcrt. 2010, nr. 448);

  • ProRail: ProRail B.V., gevestigd te Utrecht.

Artikel

3

Artikel

4

De gemandateerden oefenen het hun verleende mandaat en de hun verleende machtiging uit met inachtneming van de als bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie en van de door de minister per geval gegeven instructies.

Artikel

5

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering Vrije Spoorkruising Amersfoort-West.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen

Bijlage

, bedoeld in artikel 4, van het Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering Vrije Spoorkruising Amersfoort-West

Algemene instructie

  • 1.

    Bij het Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering Vrije Spoorkruising Amersfoort-West (een dive-under aan de westzijde van het emplacement Amersfoort) worden aan de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken van ProRail (hierna: de Manager GJZ) de navolgende bevoegdheden en taken in mandaat en machtiging verleend:

    • a.

      de bevordering van de gecoördineerde voorbereiding van besluiten. Daaronder wordt hier onder meer verstaan het inventariseren en analyseren van alle benodigde vergunningen, hun onderlinge samenhang en de benodigde afstemming daartussen, de clustering van vergunningen, het daartoe samenstellen, beleggen, voeren van (voor)overleg met de aanvrager en de betrokken bestuursorganen;

    • b.

      het met het oog op de gecoördineerde voorbereiding van besluiten vorderen van de medewerking van de betrokken bestuursorganen. In geval die medewerking niet wordt verleend, stelt de Manager GJZ de minister tijdig daarvan op de hoogte;

    • c.

      de toepassing van artikel 20, vierde lid, van de Tracéwet op de voorbereiding van de voor de uitvoering van het project Vrije Spoorkruising Amersfoort-West, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het Besluit, benodigde besluiten. Onder deze activiteiten wordt onder meer begrepen: het in goed overleg met de betrokken bestuursorganen bepalen binnen welke termijn de ontwerpbesluiten door de betrokken bestuursorganen aan de minister moeten worden toegezonden, dan wel binnen welke termijn de besluiten door deze bestuursorganen moeten worden genomen, (het toezien op) de publicatie en verzending van de ontwerpbesluiten, de mededeling en de terinzagelegging daarvan, het – indien doelmatig – houden van een (gecombineerde) hoorzitting, het maken van een verslag, en het houden van een zienswijzenoverleg;

    • d.

      de bekendmaking van de voor de uitvoering van het project Vrije Spoorkruising Amersfoort-West benodigde besluiten.

  • 2.

    In voorkomende gevallen informeert de Manager GJZ de minister tijdig over het nemen van mogelijk beleids- en bestuurlijk-juridisch gevoelige beslissingen, en stelt hij de minister in de gelegenheid hem aanwijzingen te geven. Zonodig treedt de Manager GJZ met de minister in overleg.

  • 3.

    Het overleg als bedoeld in onderdeel 2 vindt in ieder geval plaats in die gevallen, waarin de Manager GJZ geen overeenstemming heeft kunnen bereiken met het betrokken vergunningverlenend bestuursorgaan over de bepaling van de termijn, waarbinnen de ontwerpbesluiten door dat bestuursorgaan aan de minister moeten worden toegezonden, dan wel waarbinnen de besluiten door dat bestuursorgaan moeten worden genomen (artikel 20, vierde lid, onderdelen a en d, van de Tracéwet).

  • 4.

    De Manager GJZ voert bij de uitoefening van zijn mandaat en machtiging een ordentelijke en voor de minister transparante administratie. Hij verschaft de minister desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het Besluit verleende mandaat en machtiging.

  • 5.

    De Manager GJZ en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionarissen zijn niet rechtstreeks betrokken bij, noch verantwoordelijk voor het aanvragen van vergunningen door (functionarissen van andere dienstonderdelen van) ProRail, die nodig zijn voor de realisatie van het project Vrije Spoorkruising Amersfoort-West.

  • 6.

    De Manager GJZ en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionarissen laten zich bij de uitoefening van hun mandaat en machtiging niet alleen leiden door het belang van de aanvrager van de vergunningen, maar wegen zorgvuldig dit belang af tegen de belangen van de betrokken bestuursorganen.