Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 januari 2011, nr. VO/BVB/143738, houdende regels met betrekking tot de aanwijzing van internationale, buitenlandse en ambassadescholen in Nederland als school in de zin van de Leerplichtwet 1969 (Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen)

Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen

De Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    de wet: de Leerplichtwet 1969;

  • c.

    school: een internationale school, een buitenlandse school of een ambassadeschool waaraan voltijds onderwijs wordt geboden aan leerlingen in een of meer van de leeftijdsgroepen variërend van 5 jaar tot 18 jaar;

  • d.

    internationale school: een school die als zodanig passend geaccrediteerd is, ofwel kandidaat is voor accreditatie, door een internationale accreditatieorganisatie die is opgenomen in bijlage 1;

  • e.

    buitenlandse school: een school die wat het aan de school te geven onderwijs betreft onder toezicht staat van de autoriteiten van een ander land;

  • f.

    ambassadeschool: een buitenlandse school waar uitsluitend leerlingen aan het onderwijs deelnemen die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten en ouders, voogden of verzorgers hebben die behoren tot het personeel van een ambassade;

  • g.

    aanwijzing: aanwijzing in de zin van artikel 1a, eerste lid, van de wet;

  • h.

    bevoegd gezag: de persoon of het bestuur van de rechtspersoon van wie de school uitgaat;

  • i.

    duurzaam verblijf in Nederland: een verblijf met vaste woonplaats in Nederland van een periode van vijf jaar of langer.

§

2

Aanvraag aanwijzing

Artikel

3

Procedure

Artikel

4

Bewijs van toezicht

De school legt een in de Nederlandse of Engelse taal opgesteld bewijs over van een internationale accreditatieorganisatie die is opgenomen in bijlage 1, of van de autoriteiten van het betreffende land, dat de school onder haar of hun toezicht staat.

Artikel

5

Besluit minister

Artikel

6

Intrekking aanwijzing

§

3

Verplichtingen aangewezen school

Artikel

7

Wijziging toezicht

Een school die is aangewezen als school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4, van de wet, informeert de minister zo spoedig mogelijk over wijzigingen in het toezicht dat ten aanzien van de school wordt uitgeoefend.

Artikel

8

Toelating van leerlingen

Artikel

9

Nederlandse taal

Artikel

10

Voertaal

Artikel

11

Handhaving verplichtingen jegens Nederlandse leerlingen

§

4

Slotbepalingen

Artikel

12

Overgangsbepaling

Een school die voor 1 juli 2011 een aanwijzing aanvraagt in de zin van deze regeling en die voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling tenminste een volledig schooljaar operationeel was, dient uiterlijk op 1 augustus 2012 aan de in deze regeling opgenomen bepalingen te voldoen.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2011.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst. Een Engelse vertaling van de regeling zal worden gepubliceerd op www.ocwduo.nl.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-Vliegenthart

Bijlage

1

bij artikel 4 van de Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen: internationale accreditatieorganisaties

Als internationale accreditatieorganisaties bedoeld in artikel 4 van de regeling worden de volgende organisaties erkend.

AEFE (Agence pour l’enseignement français à l’étranger)

PARIS, France

COGNIA

Alpharetta, United States of America.

Council of British International Schools

Hampshire, United Kingdom

Council of International Schools

Leiden, Netherlands

Independent Schools Council

London, United Kingdom

Independent Schools Inspectorate

London, United Kingdom

International Baccalaureate Organization

Genève, Switzerland

International Certificate of Christian Education

Shrivenham, United Kingdom

International Primary Curriculum

London, United Kingdom

Middle States Association of Schools and Colleges

Philadelphia, United States of America

New England Association of Schools and Colleges Bedford

Massachusetts, United States of America

Southern Association of Schools and Colleges

Decatur, United States of America

Western Association of Schools and Colleges

Burlingame, United States of America

Bijlage

2

Bij artikel 9 van de Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen: criteria onderwijs in de Nederlandse taal aan leerlingen met de Nederlandse nationaliteit

In deze bijlage worden de in het Nederlandse onderwijs gebruikelijke termen ‘primair onderwijs’ en ‘voortgezet onderwijs’ gehanteerd. Voor de toepassing van de criteria van deze bijlage worden bedoeld met het primaire onderwijs: de eerste acht leerjaren van kinderen van 4 tot en met 11 of 12 jaar, en met het voortgezet onderwijs: de leerjaren daarna van kinderen tot 18 jaar of ouder. Met ‘bovenbouw van het voortgezet onderwijs’ wordt bedoeld de laatste twee, drie of vier leerjaren daarvan.

  • 1.

    Bij het toezicht op het onderwijs in de Nederlandse taal aan leerlingen met de Nederlandse nationaliteit hanteert de Inspectie de volgende criteria.

    • a.

      De aangeboden leerinhouden voor de Nederlandse taal zijn dekkend voor de kerndoelen, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020. In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs leiden de leerinhouden toe naar examens Nederlandse taal, dan wel naar een vergelijkbare beheersing van het Nederlands binnen het betreffende internationale curriculum.

    • b.

      Bij het aanbieden van de leerinhouden voor Nederlandse taal en het toewerken naar examens Nederlandse taal houdt de school rekening met de taal- en onderwijsachtergrond van de leerlingen die het Nederlandse taalonderwijs volgen.

    • c.

      De school neemt in het primair onderwijs voor de kerndoelen Nederlandse taal de referentieniveaus Nederlandse taal 1F en 2F als uitgangspunt, zoals opgenomen in bijlage 1 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Bij de verzorging van onderwijs Nederlandse taal in het voortgezet onderwijs neemt de school de referentieniveaus Nederlandse taal tot uitgangspunt die corresponderen met die van de Nederlandse afsluitende schoolexamens voortgezet onderwijs dan wel met het niveau van examens NT2 of Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT).

    • d.

      De school gebruikt een samenhangend systeem van instrumenten en procedures voor het volgen en meten van de prestaties en de ontwikkeling van de leerlingen.

    • e.

      De Inspectie beoordeelt de leerresultaten aan het einde van de schoolperiode overeenkomstig de in Nederland vigerende beoordeling van opbrengsten voor Nederlandse taal, zij het dat daarbij rekening wordt gehouden met de eerdere schoolloopbaan van de leerlingen, indien dit heeft geleid tot een langdurig of structureel verminderd Nederlands taalaanbod. In het voortgezet onderwijs hanteert de Inspectie als criterium dat het niveau van de (school)examens voor Nederlandse taal niet afwijkt van het te verwachten niveau op grond van de kenmerken van de leerlingenpopulatie, en dat eveneens de examenresultaten hiermee overeenkomen.

  • 2.

    Als de resultaten zoals bedoeld onder 1.e. achterblijven hanteert de Inspectie daarnaast de onderwijstijd als criterium, waarbij geldt dat deze dient te zijn afgestemd op de ontwikkeling van de leerling, de voortgang in ontwikkeling van de leerling en het te bereiken taalniveau.

  • 3.

    Voor zover op basis van het toezicht als bedoeld in artikel 4 van de regeling aan het bevoegd gezag aanbevelingen zijn gedaan of aanwijzingen zijn gegeven het onderwijs betreffende, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat deze aanbevelingen of aanwijzingen, voor zover van toepassing, tevens voor het onderwijs Nederlandse taal worden uitgewerkt.