Artikel
1
1
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan op aanvraag aan een ondernemer die vollegrondgroente teelt een tegemoetkoming in inkomstenderving verstrekken voor zover de inkomstenderving het rechtstreekse gevolg is van het feit dat hij:
-
a.
in de periode 5 januari 2011 tot en met 24 januari 2011, ter opvolging van de overheidsadviezen inzake de consumptie van groenten, die naar aanleiding van de brand bij Chemie-Pack te Moerdijk zijn gegeven, vollegrondsgroente die was geteeld op een perceel dat is gelegen binnen het gebied, aangegeven op de in bijlage 1 opgenomen kaart, niet in de handel heeft gebracht en ook na die periode niet in de handel heeft gebracht vanwege het feit dat de producten op 25 januari 2011 vanwege kwaliteitsverlies niet meer verhandelbaar waren;
-
b.
in de periode 5 januari 2011 tot en met 18 januari 2011, ter opvolging van de overheidsadviezen inzake de consumptie van groenten, die naar aanleiding van de brand bij Chemie-Pack te Moerdijk zijn gegeven, vollegrondsgroente die was geteeld op een perceel dat is gelegen binnen het gebied, aangegeven op de in bijlage 2 opgenomen kaart, niet in de handel heeft gebracht en ook na die periode niet in de handel heeft gebracht vanwege het feit dat de producten op 19 januari 2011 vanwege kwaliteitsverlies niet meer verhandelbaar waren.
2
De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden verstrekt indien de ondernemer:
-
a.
Chemie-Pack aansprakelijk heeft gesteld voor de inkomstenderving en de vordering op Chemie-Pack die verband houdt met de inkomstenderving wegens het niet in de handel brengen van de vollegrondsgroente, om niet heeft gecedeerd aan de Staat der Nederlanden;
-
b.
schriftelijk heeft verklaard dat hij niet reeds uit anderen hoofde een tegemoetkoming heeft ontvangen voor de inkomstenderving, en
-
c.
schriftelijk heeft verklaard dat hij – behoudens zijn aanvraag op grond van deze regeling –afziet van iedere aanspraak jegens de Staat der Nederlanden voor vergoeding van de inkomstenderving.
3
De hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, is het product van het aantal eenheden niet op de markt gebrachte vollegrondsgroente en de in bijlage 3 opgenomen prijs per eenheid.