Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
- b.
-
c.
bevoegd gezag: bevoegd gezag van een instelling, bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid, of artikel 12.1a.2, eerste lid, van de wet;
-
d.
competenties: in het kader van het herontwerp van de kwalificatiestructuur mbo opgestelde eindtermen, die verwijzen naar onderliggende vaardigheden, kennis en houdingsaspecten en expliciet zijn gerelateerd aan toepassing in de praktijk;
-
e.
experimentele opleiding: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid, of 12.1a.2, eerste lid, van de wet die gericht is op een door de minister vastgesteld kwalificatiedossier;
-
f.
deelnemer: deelnemer, bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet;
-
g.
kenniscentrum: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet, dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de kwalificatiedossiers voor experimentele opleidingen;
-
h.
kwalificatiedossier: een document waarin een of meer kwalificaties zijn beschreven en
-
i.
procesmanagement: organisatie ‘Procesmanagement MBO 2010’ te Ede die onderwijsinstellingen in het mbo ondersteunt bij het realiseren van de competentiegerichte kwalificatiestructuur.