Reglement erkenning Mobiliteitsbranche

Reglement erkenning Mobiliteitsbranche (2011)

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • Kenniscentrum

    Het bestuur van de stichting Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven BeVAM zoals bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB

  • Bedrijf of organisatie

    Een ‘echt’ bedrijf dat of ‘echte’ organisatie die onderdeel is van het regulier, economisch en/of maatschappelijk stelsel.

  • Leerbedrijf

    Een echt bedrijf dat of echte organisatie die onderdeel is van het regulier, economische en/ of maatschappelijk stelsel en die op grond van dit reglement bevoegd is om de beroepspraktijkvorming te verzorgen. Detacherings- en of uitzendorganisaties zijn hiervan in beginsel uitgesloten, tenzij zij voldoen aan de door het kenniscentrum gestelde voorwaarden.

  • Beroepspraktijk

    Bedrijfsprocessen en omstandigheden binnen een bedrijf of organisatie, die de context vormen waarin beroepsidentificatie mogelijk is.

  • Beroepspraktijkvorming (BPV)

    Verwerving in de beroepspraktijk van de kennis, de houding en de vaardigheden die eigen zijn aan de gekwalificeerde uitoefening van een beroep.

  • Praktijkopleider / leermeester

    Een door het leerbedrijf aangewezen persoon, die belast is met de in artikel 7.2.8 derde lid WEB, bedoelde begeleiding van deelnemers mbo binnen het bedrijf of de organisatie.

  • Competenties

    Ontwikkelbare en leerbare vermogens die nodig zijn om in beroepssituaties op een juiste en professionele wijze te kunnen handelen.

  • Onderwijsdeelnemer

    VMBO- of MBO-leerling.

  • Onderwijsinstelling

    School voor VMBO of MBO.

Artikel

2

Doel

Uitsluitend bedrijven en organisaties die voldoen aan de bepalingen in dit reglement en die door het kenniscentrum als zodanig erkend zijn, zijn bevoegd om op te treden als leerbedrijf en daarmee de beroepspraktijkvorming te verzorgen.

Artikel

3

Verzoek tot erkenning

Artikel

4

Beoordeling van het verzoek

Artikel

5

Voorwaarden voor erkenning

Het bedrijf of de organisatie wordt geacht:

  • 1.

    Een goede en (sociaal) veilige leerplaats conform de Arbo-wet te zijn en werkzaamheden, die behoren tot de werkprocessen van het beroep waarvoor de onderwijsdeelnemer wordt opgeleid, in een reële arbeidssituatie aan te bieden.

  • 2.

    Aantoonbaar voldoende en deskundige begeleiding te bieden gericht op de deelnemer door een gecertificeerde praktijkopleider. Het competentieprofiel voor praktijkopleider wordt hierbij als maatstaf genomen en is opgenomen in bijlage 2.

  • 3.

    Bereid te zijn tot overleg met de onderwijsinstelling en het kenniscentrum.

  • 4.

    Akkoord te gaan met de vermelding van de bedrijfsgegevens in het openbare register leerbedrijven.

  • 5.

    Een bedrijfsprofiel op de website van het kenniscentrum in te vullen en actueel te houden.

  • 6.

    Medewerking te verlenen aan een jaarlijkse kwaliteitsbezoek door een vertegenwoordiger van het kenniscentrum.

  • 7.

    Aantoonbare competenties te laten zien om in aanmerking te komen voor een vrijstellingsregeling voor praktijkopleiders.

  • 8.

    Deel te nemen aan deskundigheidsbevorderingactiviteiten voor praktijkopleiders.

De eisen die aan een leerplaats en aan de begeleiding worden gesteld kunnen afhankelijk zijn van de bijzondere eisen per kwalificatie waarvoor de erkenning wordt verleend.

Artikel

6

Verlenen van de erkenning

Artikel

7

Verlengen van de erkenning

Artikel

8

Intrekken van de erkenning

Niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5, die aan het besluit tot erkenning ten grondslag hebben

  • 1.

    gelegen.

  • 2.

    Omstandigheden optreden waardoor de persoonlijke belangen van een onderwijsdeelnemer worden geschaad, waaronder in elk geval maar niet uitsluitend begrepen: omstandigheden waarbij sprake is van (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en/of geweld en omstandigheden waarbij arbeid-, gezondheid-, milieu- en veiligheidsrisico’s optreden.

  • 3.

    Andere zwaar wegende omstandigheden optreden, waardoor de erkenning in redelijkheid niet kan worden gehandhaafd.

  • 4.

    Van intrekking van de erkenning wordt het leerbedrijf schriftelijk onder opgave van redenen door het kenniscentrum op de hoogte gebracht.

Artikel

9

Dienstverlening

Artikel

10

Bezwaar

  • 1.

    Indien de erkenning geweigerd, ingetrokken of niet verlengd wordt, voor een of meerdere (deel)kwalificaties, kan het bedrijf of de organisatie tegen de beslissing als bedoeld in de artikelen 6 lid 1, 7 lid 2 en 8 lid 1 binnen 6 weken na dagtekening van de beslissing bezwaar maken bij het kenniscentrum. Op de bezwaarprocedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (hoofdstuk 6).

  • 2.

    Het bezwaarschrift bevat in elk geval de voorwaarden die in bijlage 4 genoemd zijn.

  • 3.

    Indien het bezwaarschrift wordt ingediend nadat de in de bijlage 4 vermelde termijn is verstreken, wordt het geacht tijdig te zijn ontvangen indien het bedrijf aannemelijk maakt dat het is ingediend zo spoedig mogelijk als dit redelijkerwijs verlangd kon worden. Het bestuur van het kenniscentrum neemt hierover een gemotiveerd besluit en stelt het bedrijf hiervan in kennis.

Artikel

11

Onvoorziene omstandigheden

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het kenniscentrum.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 maart 2011.

Artikel

13

Wijzigingen

Wijzigingen van dit reglement worden vastgesteld door het kenniscentrum Innovam.

Bijlage

1

Niet opgenomen.

Bijlage

2

Niet opgenomen.

Bijlage

3

Niet opgenomen.

Bijlage

4

Niet opgenomen.