Wet van 30 maart 2011, houdende tijdelijke wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de invoering van de bevoegdheid tot het treffen van bestuurlijke maatregelen

Tijdelijke wijzigingswet Visserijwet 1963 (invoering bevoegdheid tot treffen bestuurlijke maatregelen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om in het belang van de volksgezondheid een verbod in te kunnen stellen met betrekking tot de vangst van vissen en aldus in effectieve en eenduidige maatregelen te voorzien teneinde de naleving van aan eindproducten gestelde voorschriften te bevorderen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Visserijwet 1963.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel

III

Artikel

IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten