Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten,
Overwegende:
–
dat gebleken is dat artikel 126aa, tweede lid Wetboek van Strafvordering niet altijd correct wordt uitgevoerd, waardoor opgenomen telefoongesprekken tussen advocaten en cliënten ten onrechte niet worden vernietigd en voor derden kenbaar worden;
–
dat het gewenst is regels te stellen in verband met de invoering van nummerherkenning voor de advocatuur, waarmee kan worden voorkomen dat politie en justitie kennis nemen van de inhoud van vertrouwelijke communicatie met geheimhouders die bij communicatietaps wordt opgenomen;
–
dat het in het belang van een behoorlijke uitoefening van de praktijk is dat advocaten zorgvuldigheid bij hun communicatie betrachten ter waarborging van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht;
advocaat in dienstbetrekking: de advocaat die de praktijk uitoefent in dienstbetrekking bij een werkgever als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, e en f alsmede het tweede lid van de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking.
c.
nummerherkenning: het systeem dat het Korps Landelijke Politie Diensten bij het opnemen van communicatie met een technisch hulpmiddel, als bedoeld in de artikelen 126m, 126t en 126zg Wetboek van Strafvordering, gebruikt om langs geautomatiseerde weg geheimhoudernummers te herkennen, zodat opname van communicatie van of naar deze nummers direct automatisch wordt verhinderd, en voor zover van deze communicatie onverhoopt (deels) toch een opname is gemaakt, deze opname direct wordt vernietigd.
d.
geheimhoudernummer: een nummer als bedoeld in artikel 1.1 bb Telecommunicatiewet dat doorgaans wordt gebruikt in de uitoefening van zijn praktijk door de advocaat zelf of een ieder met een van de advocaat afgeleid verschoningsrecht, en dat de Orde heeft verstrekt aan het Korps Landelijke Politie Diensten ten behoeve van de nummerherkenning.
e.
bundelnummer: het nummer dat op signaleringsniveau aan gesprekken via een uitgaande telefoonlijn wordt meegegeven en dat wordt bepaald in de telefooncentrale van het advocatenkantoor dan wel de nummercentrale van een aanbieder van een communicatiedienst.
niet-geheimhouder: een beroepsbeoefenaar voor wie geen verschoningsrecht of een van een verschoningsgerechtigde afgeleid verschoningsrecht geldt.
Artikel
2
Ten behoeve van de nummerherkenning geeft de advocaat alle in artikel 3 en – indien op hem van toepassing – in artikel 4 genoemde geheimhoudernummers op aan de secretaris van de Algemene Raad. Bij wijziging van een of meer van die nummers geeft hij hiervan zo spoedig mogelijk kennis aan de secretaris van de Algemene Raad.
Artikel
3
De advocaat geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de Algemene Raad:
a.
het doorkiesnummer van zijn vaste telefoon;
b.
het nummer van zijn mobiele telefoon;
c.
het doorkiesnummer van het faxapparaat dat alleen door de advocaat, andere geheimhouders of personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht wordt gebruikt;
d.
het doorkiesnummer van de secretaresse van de advocaat die een van hem afgeleid verschoningsrecht heeft;
e.
het nummer van een vaste (afzonderlijke) telefoonaansluiting in het woonhuis van de advocaat, voor zover deze aansluiting alleen voor zakelijk gebruik is bestemd en wordt gebruikt, en de advocaat een andere (vaste) aansluiting heeft die voor privé-gebruik is bestemd en wordt gebruikt.
Artikel
4
1
De advocaat, niet zijnde een advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders of een advocaat in dienstbetrekking, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de Algemene Raad:
a.
het (vaste) algemene nummer(s) van zijn kantoor;
b.
het algemene faxnummer van zijn kantoor;
c.
het bundelnummer(s);
d.
het doorkiesnummer van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht, te weten: paralegals, studentstagiaires en medewerkers van de financiële administratie.
2
De advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders, niet zijnde een advocaat in dienstbetrekking, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de Algemene Raad:
a.
het doorkiesnummer van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht, te weten: paralegals en studentstagiaires;
b.
indien in de telefooncentrale scheiding tussen geheimhouders en niet-geheimhouders op het niveau van bundelnummers is gerealiseerd, het bundelnummer waar uitsluitend geheimhouders en personen met een van de geheimhouder afgeleid verschoningsrecht van gebruik maken.
Artikel
5
De secretaris van de Algemene Raad verwerkt kennisgevingen over geheimhoudernummers ten behoeve van de nummerherkenning. De geheimhoudernummers worden verstrekt aan de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) met geen ander doel dan de juiste toepassing van het systeem van nummerherkenning.
Artikel
6
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel
7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel
8
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel
9
Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening op de nummerherkenning.
Zij treedt in werking op een door de Algemene Raad te bepalen tijdstip. De Algemene Raad kan bepalen dat de artikelen 6, 7 en 8 op een later, nader te bepalen tijdstip in werking treden.
Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten.