Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 7 februari 2011, nr. 5685150/11/6, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 9 maart 2011, nr. W03.11.0031/11;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 30 maart 2011, nr. 5690961/11/6, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
Hebben goedgevonden en verstaan: