Wet van 19 mei 2011 tot vaststelling en invoering van Boek 10 (Internationaal privaatrecht) van het Burgerlijk Wetboek (Vaststellings- en Invoeringswet Boek 10 Burgerlijk Wetboek)

Vaststellings- en Invoeringswet Boek 10 Burgerlijk Wetboek

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de bestaande wettelijke regelingen ter zake van het internationaal privaatrecht te consolideren en, voorafgegaan door een Titel Algemene bepalingen, onder te brengen in een nieuw Boek van het Burgerlijk Wetboek;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.

Artikel

II

Wijzigt de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.

Artikel

III

Wijzigt de Wet algemene bepalingen.

Artikel

IIIa

Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.

Artikel

IIIB

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Artikel

IV

De volgende wetten worden ingetrokken:

Artikel

IVA

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 10.

Artikel

V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

VI

Deze wet wordt aangehaald als: Vaststellings- en Invoeringswet Boek 10 Burgerlijk Wetboek.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeries, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten