Besluit van 20 mei 2011, houdende de regels voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES)

Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 maart 2011, 2011-2000034451, CZW/WBI;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 april 2011, nr. W04.11.0102/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 mei 2011, nr. 2011-2000170518, CZW/WBI;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    deelneming: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin het openbaar lichaam een bestuurlijk en een financieel belang heeft;

  • b.

    financieel belang: een aan de deelneming ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de deelneming failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de deelneming haar verplichtingen niet nakomt;

  • c.

    bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht;

  • d.

    hoofdfuncties en functies: zorggebieden, gerangschikt overeenkomstig de indeling, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 16, tweede lid;

  • e.

    subfunctie: een door de eilandsraad verbijzonderd onderdeel van een functie;

  • f.

    de wet: de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Deelnemingen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken.

Hoofdstuk

II

De begroting en de toelichting

Titel

2.1

Algemeen

Artikel

6

Titel

2.2

De beleidsbegroting

Artikel

7

In het beleidsplan wordt ten minste ingegaan op de doelstellingen van het beleid, alsmede op de activiteiten die nodig geacht worden ter realisering van die doelstellingen en de kosten daarvan voor het begrotingsjaar, en voor de periode van de meerjarenraming, waarbij op nieuw beleid separaat wordt ingegaan.

Artikel

8

Artikel

9

De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste:

  • a.

    de geraamde inkomsten;

  • b.

    het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;

  • c.

    een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen;

  • d.

    een aanduiding van de lokale lastendruk;

  • e.

    een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.

Artikel

13

Artikel

14

De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat ten minste:

  • a.

    een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van het beleid die zijn opgenomen in de begroting;

  • b.

    een aanduiding van de wijze waarop het openbaar lichaam het grondbeleid uitvoert;

  • c.

    een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;

  • d.

    een onderbouwing van de geraamde winstneming;

  • e.

    de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken.

Artikel

15

De paragraaf betreffende de collectieve sector bevat tenminste:

  • a.

    een overzicht van de rechtspersonen die samen de collectieve sector vormen;

  • b.

    een beschrijving van de betrokkenheid van het openbaar lichaam in elk van de rechtspersonen die deel uitmaken van de collectieve sector, niet zijnde het openbaar lichaam zelf;

  • c.

    een overzicht van de uitgaven-, inkomsten- tekort- en schuldcijfers van elk van de rechtspersonen die deel uitmaken van de collectieve sector over de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin de begroting wordt ingediend;

  • d.

    een overzicht van de schulden aan het begin van het begrotingsjaar en van de voorziene nieuwe schulden die in het begrotingsjaar worden aangegaan, en voor zover van toepassing de rentebetalingen op elk van die schulden, per rechtspersoon die deel uitmaakt van de collectieve sector;

  • e.

    een aanduiding van het financieringsbeleid van de collectieve sector dat het openbaar lichaam voorstaat en van de wijze waarop het dat wil realiseren.

Titel

2.3

De financiële begroting

Artikel

16

Artikel

17

Het overzicht van voorgenomen investeringen vermeldt voor het begrotingsjaar en voor minimaal de drie daarop volgende jaren per investering ten minste:

  • a.

    het bedrag van de voorgenomen investering, en de wijze van financiering;

  • b.

    de afschrijvingslasten, onder vermelding van het laatste begrotingsjaar waarin de desbetreffende lasten gedekt moeten worden;

  • c.

    de onderhoudslasten;

  • d.

    indien van toepassing: de naam en omvang van de voor de investering opgebouwde bestemmingsreserve.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat ten minste:

  • a.

    het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging, het geraamde bedrag voor het begrotingsjaar, en de geraamde bedragen voor de eerste drie jaren volgend op het begrotingsjaar.

  • b.

    de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming, respectievelijk de realisatie, van het vorig respectievelijk voorvorig begrotingsjaar: de oorzaken van het verschil;

  • c.

    een overzicht van geraamde incidentele baten en lasten;

  • d.

    een overzicht van vrije uitkeringen, waarin per jaar voor ten minste de periode van het begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren worden toegelicht de omvang van de vrije uitkeringen en de afzonderlijke inhoudingen voor afschrijvingen vanwege door het Rijk verstrekte renteloze leningen als bedoeld in artikel 89 van de wet, onder vermelding van het laatste begrotingsjaar waarvoor de desbetreffende inhouding plaatsvindt;

  • e.

    een overzicht personeel, waarin op basis van de organisatiestructuur ten minste wordt vermeld het aantal personeelsleden in fulltime-eenheden en de salarislasten, uitgesplitst naar formatieve functies en tijdelijke projectfuncties;

  • f.

    een overzicht geactiveerde kapitaaluitgaven, waarin per actief ten minste wordt vermeld de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar en de ramingen van de afzonderlijke mutaties;

  • g.

    een overzicht subsidies en inkomensoverdrachten, waarin per subsidie en per uitkering wordt vermeld de omschrijving, de grondslag en het geraamde bedrag.

Hoofdstuk

III

De jaarstukken en de toelichting

Titel

3.1

Algemeen

Artikel

21

Titel

3.2

De beleidsverantwoording

Artikel

22

De beleidsverantwoording bestaat ten minste uit de verantwoording over de realisatie van de beleidsdoelstellingen en activiteiten voor het begrotingsjaar.

Titel

3.3

De paragrafen

Artikel

23

Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge artikel 8 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.

Titel

3.4

De rekening en de toelichting

Artikel

24

De rekening bevat ten minste:

  • a.

    het overzicht van gerealiseerde baten en lasten, het resultaat en de toelichting;

  • b.

    de ramingen uit de begroting voor en na wijziging.

Artikel

25

De toelichting op de rekening bevat ten minste:

  • a.

    een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de rekening;

  • b.

    een overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien;

  • c.

    een overzicht «personeel»;

  • d.

    een overzicht «subsidies en inkomensoverdrachten»;

  • e.

    een overzicht «deelnemingen».

Artikel

26

De rekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de rekening en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 3, eerste lid, bedoelde inzicht.

Titel

3.5

De balans en de toelichting

Paragraaf

3.5.1

Algemeen

Artikel

27

In de balans worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorig begrotingsjaar opgenomen.

Paragraaf

3.5.2

Hoofdindeling van de balans

Artikel

28

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het openbaar lichaam al dan niet duurzaam te dienen.

Artikel

29

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

Paragraaf

3.5.3

Vaste activa

Artikel

30

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel

31

Artikel

32

In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

  • a.

    kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen;

  • b.

    leningen aan deelnemingen;

  • c.

    overige langlopende leningen.

  • d.

    overige vorderingen met een looptijd van twee jaar of langer.

Paragraaf

3.5.4

Vlottende activa

Artikel

33

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de vorderingen met een looptijd korter dan twee jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.

Artikel

34

In de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:

  • a.

    grond- en hulpstoffen;

  • b.

    onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie;

  • c.

    gereed product en handelsgoederen.

Artikel

35

In de balans worden onder de vorderingen met een looptijd korter dan twee jaar afzonderlijk opgenomen:

  • a.

    vorderingen op openbare lichamen;

  • b.

    rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen;

  • c.

    overige vorderingen.

Artikel

36

In de balans worden onder de liquide middelen afzonderlijk de kas-, bank- en girosaldi en de rekening-courantverhouding bij het College financieel toezicht opgenomen.

Artikel

37

In de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen:

  • a.

    de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op bijzondere uitkeringen;

  • b.

    overige nog te ontvangen bedragen;

  • c.

    de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.

Paragraaf

3.5.5

Vaste passiva

Artikel

38

Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een looptijd van twee jaar of langer.

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

Voorzieningen worden gevormd wegens:

  • a.

    verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

  • b.

    op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

  • c.

    kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Artikel

42

In de balans worden onder de vaste schulden afzonderlijk opgenomen de nog openstaande schulden vanwege de door de departementen aan een openbaar lichaam verstrekte renteloze leningen als bedoeld in artikel 89 van de wet.

Paragraaf

3.5.6

Vlottende passiva

Artikel

43

Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de schulden met een looptijd korter dan twee jaar en de overlopende passiva.

Artikel

44

In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen:

  • a.

    verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen;

  • b.

    de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor bijzondere uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren;

  • c.

    overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.

Paragraaf

3.5.7

De toelichting op de balans

Artikel

45

In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.

Artikel

46

In de toelichting op de balans wordt van elk van de materiële vaste activa het verloop gedurende het begrotingsjaar in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:

  • a.

    de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;

  • b.

    de investeringen of desinvesteringen;

  • c.

    de afschrijvingen;

  • d.

    bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;

  • e.

    afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;

  • f.

    de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel

47

Artikel

48

In de toelichting op de balans wordt een overzicht opgenomen van de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan het openbaar lichaam voor toekomstige jaren is gebonden.

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

In de toelichting op de balans worden van elke vaste schuld, bedoeld in artikel 42, vermeld:

  • a.

    een omschrijving van de renteloze lening, en het departement dat de desbetreffende lening heeft verstrekt;

  • b.

    het schuldbedrag van de lening aan het begin van het begrotingsjaar;

  • c.

    het in het begrotingsjaar afgeloste bedrag door inhouding op de vrije uitkering;

  • d.

    het schuldbedrag van de lening aan het eind van het begrotingsjaar.

Artikel

52

Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing op de balans.

Hoofdstuk

IV

Waarderen, activeren en afschrijven

Artikel

53

Artikel

54

Artikel

55

Artikel

56

Artikel

57

Hoofdstuk

V

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

58

Artikel

59

Artikel

60

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en wordt voor het eerst toegepast voor het begrotingsjaar 2012.

Artikel

61

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. P. H. Donner
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten