Regeling tegemoetkoming schade bij overstroming van de Maas in januari 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en met de Staatssecretarissen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en van Infrastructuur en Milieu;
schadegebied: het gebied, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de wet, dat is gelegen in de winterbedding van de Maas tussen de landsgrens en de Koninginnebrug bij Well voor zover daar geen gereglementeerde waterkeringen aanwezig zijn;
Deze regeling is van toepassing op de schade en kosten die op 8, 9, 10 en 11 januari 2011 in het schadegebied zijn ontstaan als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg van een overstroming door zoet water, veroorzaakt door een rivierafvoer met een gemiddelde kans van voorkomen van minder dan 1/10 per jaar.
2
Indien het onverkort vasthouden aan het in artikel 1 omschreven schadegebied tot onbillijke situaties leidt, kan de Minister van Veiligheid en Justitie in individuele gevallen bij zijn besluitvorming van dat schadegebied afwijken.
Artikel
3
Aan deze regeling kan slechts aanspraak tot tegemoetkoming worden ontleend nadat de Europese Commissie de verenigbaarheid van deze regeling met artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld.
In afwijking van het eerste lid wordt de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de wet, voor een gedupeerd kerkgenootschap, een gedupeerde vereniging of een gedupeerde stichting vastgesteld overeenkomstig de artikelen 4 en 5, tenzij de stichting of vereniging een zorginstelling of onderneming in stand houdt.
3
In afwijking van het eerste lid bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de wet, voor een gedupeerd openbaar lichaam 58,5% van het schadebedrag.
De gedupeerde heeft geen recht op een tegemoetkoming in teeltplanschade, voor zover deze schade bestaat uit een productieverlies van minder dan 30% ten opzichte van de gemiddelde opbrengst in de betrokken productierichting op het betreffende bedrijf in de drie jaren voorafgaande aan het jaar waarin de productieverliezen zich voordoen, met dien verstande dat:
a.
in voorkomend geval een voorafgaand jaar waarin reeds een zodanig productieverlies is geleden, bij de berekening van de gemiddelde opbrengst in de betrokken productierichting buiten beschouwing wordt gelaten, en
b.
indien ten gevolge van ongunstige weersomstandigheden productieverliezen zich over meerdere jaren zullen doen gevoelen, deze verliezen in het eerste jaar ten minste 10% moeten bedragen en het percentage van het productieverlies in het eerste jaar, vermenigvuldigd met het aantal jaren waarin productieverlies zal worden geleden, ten minste uitkomt op 25%.
3
Indien een gedupeerde op grond van het tweede lid geen recht heeft op een tegemoetkoming in teeltplanschade, wordt deze schade niet meegenomen bij de berekening van het drempelbedrag en het eigen risico, bedoeld in artikel 13.
De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel h, van de wet, bedraagt 100% van het kostenbedrag als gevolg van een door het bevoegd gezag geboden of geadviseerd verlaten van de woon- of vestigingsplaats, doch ten minste € 770;
2
Tenzij de stichting of vereniging een zorginstelling of onderneming in stand houdt, bedraagt
In afwijking van het eerste lid de hoogte van de tegemoetkoming voor particulieren, kerkgenootschappen, verenigingen en stichtingen 100% van het kostenbedrag als gevolg van een door het bevoegd gezag geboden of geadviseerd verlaten van de woon- of vestigingsplaats, doch ten minste € 260 en ten hoogste € 510;
Indien de som van de schade- en kostenbedragen, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 12, voor particulieren meer bedraagt dan € 570, heeft de gedupeerde recht op een tegemoetkoming in de schade en kosten.
2
Indien de som van de schade- en kostenbedragen, bedoeld in de artikelen 6, 7, 8, 9, 10 en 12, meer bedraagt dan € 1.130, heeft de gedupeerde, niet zijnde een particulier, recht op een tegemoetkoming in de schade en kosten.
3
In afwijking van het tweede lid heeft een gedupeerd kerkgenootschap, een gedupeerde vereniging of een gedupeerde stichting recht op een tegemoetkoming in de schade en kosten, indien de som van de schade- en kostenbedragen meer bedraagt dan € 570.
4
Het eigen risico als gevolg van het resultaat van de berekeningen, genoemd in de artikelen 7, 8, 9, 10 en 12, bedraagt voor bedrijven niet meer dan € 5.140.
§
3
Berekeningsgrondslag
Artikel
14
De schadetermijn voor de teeltplanschade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, en de bedrijfsschade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, van de wet, wordt gerekend vanaf 11 januari 2011 tot het moment waarop het bedrijf redelijkerwijs in staat moet worden geacht op zijn normale productieniveau te werken, rekening houdend met de geteelde gewassen of de gehouden diersoorten, met een maximum van 52 weken.
Degene die aanspraak wenst te maken op een tegemoetkoming in de schade of kosten meldt dit uiterlijk 15 augustus 2011 bij de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie door middel van het daartoe bestemde WTS-schademeldingsformulier, dat kan worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Een schademelding kan tot deze datum worden aangevuld.
2
Degene die aanspraak wenst te maken op een tegemoetkoming in de schade of kosten en die voor inwerkingtreding van deze regeling reeds een ‘Centrale Registratie Aangerichte Schade’-formulier heeft ingediend bij de gemeente, hoeft geen WTS-schademeldingsformulier in te zenden aan de Dienst Regelingen.
3
Na ontvangst door de Dienst Regelingen van een formulier als bedoeld in het tweede lid draagt de Dienst zorg voor de taxatie van de gemelde schade door een schade-expert die daartoe van de Dienst opdracht krijgt.
4
De aanvraag tot verlening van een tegemoetkoming in schade of kosten wordt ingediend door middel van het door de schade-expert, na overleg met de aanvrager, ingevulde en door de aanvrager ondertekende WTS-aanvraagformulier. De aanvraag wordt ingediend bij de Dienst Regelingen binnen acht dagen nadat de schade-expert het WTS-aanvraagformulier aan de gedupeerde heeft verstrekt.
Artikel
17
De Minister van Veiligheid en Justitie beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 16, vierde lid. Indien niet binnen deze termijn een besluit op de aanvraag kan worden genomen, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
Artikel
18
De beschikking op een aanvraag bevat in ieder geval: