Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 12 juli 2011, nr. 3599641, houdende mandaat, volmacht en machtiging aan de secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal en aan de diensthoofden van Algemene Zaken

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de minister-president, minister van Algemene Zaken;

  • b.

    ministerie: het Ministerie van Algemene Zaken;

  • c.

    dienst: Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad, Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst, Dienst Publiek en Communicatie, Bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Directie Bedrijfsvoering, eenheid FEZ-Control;

  • d.

    diensthoofd: degene die is belast met de leiding van een dienst;

  • e.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;

  • f.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • g.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal vervangen elkaar bij hun afwezigheid of verhindering. Zij treden alsdan in elkaars verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt het mandaat, volmacht en machtiging van de secretaris-generaal uitgeoefend door de rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionaris die de secretaris-generaal schriftelijk heeft aangewezen om de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal waar te nemen.

Artikel

7

Onverminderd de artikelen 3, 4 en 5 wordt aan de afzonderlijke diensthoofden algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal alsmede de aangelegenheden die naar aard en inhoud een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal.

Artikel

8

Het algemeen mandaat, de volmacht en de machtiging, genoemd in artikel 7, van de volgende diensthoofden hebben in ieder geval betrekking op de onderscheiden volgende bevoegdheden:

  • a.

    de directeur Bedrijfsvoering:

    • 1°.

      het nemen van besluiten, verband houdende met de personeels- en salarisadministratie voor het ministerie;

    • 2°.

      het nemen van besluiten tot de organisatie van de bedrijfszelfbescherming;

    • 3°.

      het nemen van besluiten in aangelegenheden betreffende de brandpreventie bij alle gebouwen en vitale objecten van het ministerie;

    • 4°.

      het nemen van besluiten , verband houdend met de coördinatie van de inkoop;

    • 5°.

      het nemen van besluiten, inhoudende de beveiliging van digitale informatie;

    • 6°.

      het nemen van besluiten tot vaststelling van de digitale archiefcodes;

    • 7°.

      de uitvoering van het informatie- en communicatietechnologiebeleid;

  • b.

    de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst: het nemen van besluiten betreffende het protocol inzake contacten van de minister en de secretaris-generaal met belangrijke binnen- en buitenlandse gasten en relaties.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2011.

Artikel

14

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan de in dit besluit genoemde functionarissen.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,M.Rutte