Na op 10 juni 2011 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2010/11, 29 248, nr. 212);
Gezien mijn brief van 27 juni 2011 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal inzake de beantwoording van vragen gesteld tijdens het algemeen overleg Zorgverzekeringswet/Pakketadvies 2011 op 22 juni 2011 (CZ/EKZ 3070985);
Gezien het verslag van een schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Eerste Kamer der Staten-Generaal vastgesteld op 4 juli 2011 en de brief van 29 juni 2011 ter zake (Kamerstukken I, 2010/11, 29 248, L) en het daaropvolgende mondeling overleg met die commissie op 5 juli 2011;