Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 juli 2011, nr. C/2011/12042, houdende de inrichting van de organisatie van de directie Communicatie alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur Communicatie (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Communicatie 2011)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Communicatie 2011

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    ministerie: het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b.

    directie Communicatie: de directie Communicatie van het ministerie;

  • c.

    directeur: de functionaris die leiding geeft aan de directie Communicatie.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de directeur ressorteren de volgende afdelingen:

  • a.

    de afdeling Woordvoering en Publiciteit;

  • b.

    de afdeling Communicatieadvies en Onderzoek;

  • c.

    de afdeling Publiek en Informatie;

  • d.

    de afdeling Stafbureau.

Artikel

3

Elk van de afdelingshoofden is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging van de eigen afdeling;

  • b.

    het formuleren van het directieplan ten aanzien van de eigen afdeling;

  • c.

    het rapporteren aan de directeur over de uitvoering van het directieplan betreffende de eigen afdeling;

  • d.

    het opstellen van de begroting met betrekking tot de taken van de afdeling;

  • e.

    het bewaken van de voortgang en uitputting van het afdelingsbudget en andere budgetten waarvan zij de budgethouder zijn;

  • f.

    het zorgdragen voor de administratieve en financiële voorbereiding van het factuur afhandelingsproces;

  • g.

    het zorgdragen voor de binnen de eigen afdeling vastgelegde mandaten;

  • h.

    het behandelen van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen.

Artikel

4

Artikel

5

Het hoofd van de afdeling Communicatieadvies en Onderzoek is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het strategisch adviseren over de inzet van communicatie aan bewindspersonen, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid en beleidsdirecties in alle beleidsfases;

  • b.

    het adviseren over de wijze waarop beleid kan landen in de samenleving;

  • c.

    het beoordelen van beleidsvoornemens vanuit het oogpunt van de doelgroep, zoals stakeholders, professionals, burgers en jongeren;

  • d.

    het adviseren over de samenhang van beleidscommunicatie richting de in onderdeel c genoemde doelgroep;

  • e.

    het verankeren van communicatie in het beleid van het ministerie;

  • f.

    het helpen van beleidsambtenaren bij de totstandkoming van communicatief beleid;

  • g.

    het ontwikkelen van communicatiestrategieën;

  • h.

    het ontwikkelen van de regie over de uit de communicatiestrategieën volgende communicatiemiddelen;

  • i.

    het adviseren over de totstandkoming van de corporate communicatiestrategie;

  • j.

    het begeleiden van de corporate communicatiestrategie;

  • k.

    het vaststellen en bewaken van strategische doelen en uitgangspunten van de interne communicatie;

  • l.

    het adviseren over de inzet van interne communicatie;

  • m.

    het onderzoeken van de corporate identiteit en de beleidsthema’s van het ministerie vanuit de communicatiediscipline;

  • n.

    het adviseren van de communicatieadviseurs en woordvoerders, beleidsdirecties en bewindspersonen op basis van de resultaten van het onderzoek genoemd in onderdeel m;

  • o.

    het vergaren, analyseren en duiden van omgevingskennis;

  • p.

    het verzorgen van de eindredactie en het coördineren van de samenstelling van het personeelsblad van het ministerie.

Artikel

6

Artikel

7

§

3

Bevoegdheden

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken waargenomen door het afdelingshoofd dat hiervoor door de directeur is aangewezen.

Artikel

11

De hoofden van de afdelingen kunnen, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur, hun bevoegdheden doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

§

4

Slotbepalingen

Artikel

13

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoogachtend,
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de directeur Communicatie,P.J.A.Idenburg