Tijdelijke subsidieregeling International Groundwater Resources Assesment Centre (Tijdelijke subsidieregeling IGRAC)

Tijdelijke subsidieregeling IGRAC

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • IGRAC: International Groundwater Rescources Assesment Centre

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • subsidieontvanger: De stichting International Groundwater Rescources Assesment Centre IGRAC, gevestigd te Delft;

  • wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

2

De minister kan voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2015 op aanvraag eenmalig subsidie verstrekken aan de subsidieontvanger voor het verrichten van activiteiten door IGRAC als bedoeld in artikel 6 van het verdrag tussen de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (UNESCO) en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het vestigen en functioneren van het ‘International Groundwater Resources Assesment Centre’ in Nederland als een categorie II instituut onder auspiciën van UNESCO.

Artikel

4

Het subsidieplafond voor de boekjaren 2011 tot en met 2015 bedraagt € 2.500.000,–.

Artikel

5

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de naar het oordeel van de minister noodzakelijke, rechtstreeks aan de activiteiten als bedoeld in artikel 2 toe te rekenen en door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten.

Artikel

6

De aanvraag tot subsidie wordt uiterlijk 1 oktober 2011 schriftelijk ingediend bij de minister.

Artikel

7

Onverminderd artikel 4:35 van de wet kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel de aanvraag niet voldoet aan artikel 6.

Artikel

8

Artikel

9

De subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat voor het deel van de subsidie dat ten laste van een nog niet vastgestelde begroting komt voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel

10

  • a.

    Onverminderd de artikelen 4:68, 4:69 en 4:70 van de wet is de subsidieontvanger verplicht tot:

  • b.

    het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

  • c.

    het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;

  • d.

    het de minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;

  • e.

    het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen op welke wijze de subsidieontvanger uitvoering heeft gegeven aan de in artikel 2 omschreven activiteiten;

  • f.

    het vormen van een egalisatiereserve;

  • g.

    het in acht nemen van het bij de subsidiebeschikking gevoegde controleprotocol.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De subsidieontvanger behoeft toestemming van de minister voor:

  • a.

    het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;

  • b.

    het wijzigen van de statuten;

  • c.

    het ontbinden van de rechtspersoon; of

  • d.

    het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen van surseance van betaling.

Artikel

14

De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling, waarop paragraaf 4.2.8.5 van de wet van toepassing is, in binnen zes maanden volgend op het boekjaar 2015.

Artikel

15

Artikel

16

De omvang van de egalisatiereserve aan het einde van het laatste boekjaar wordt bestemd ten gunste van het ministerie van Infrastructuur en Milieu ingeval van beëindiging van de subsidieverstrekking. De subsidieontvanger draagt in het laatste geval zorg voor storting van het bedrag binnen een door de minister te stellen termijn.

Artikel

17

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de directeur en medewerkers van de auditdienst van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en, zo nodig, andere bij besluit van de minister aangewezen personen.

Artikel

18

Artikel

19

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling IGRAC.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,J.J.Atsma