Artikel
1
1
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 1 en 2 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.
2
In deze verordening worden overgenomen de begripsbepalingen van artikel 1:1 en artikel 3:1, en de werkwijze zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de Verordening PT algemene bepalingen 2007.
3
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
a. paddenstoelen: |
geteelde champignons en andere geteelde paddenstoelen; |
|
b. ondernemer: |
de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarin de teelt van paddenstoelen of uitgangsmateriaal van groenten wordt uitgeoefend; |
|
c. bewerken: |
alle handelingen (zoals bijvoorbeeld: schonen, schillen, schrappen, snijden, mengen, wassen, centrifugeren etc.) waardoor van paddenstoelen gebruiksklare producten worden gemaakt; |
|
d.verduurzamen: |
alle handelingen met betrekking tot paddenstoelen waardoor deze al dan niet voorlopig, langer houdbaar worden; |
|
e. productwaarde: |
de verkoopsom van de door de ondernemer gedurende een kalenderjaar in Nederland geteelde paddenstoelen en uitgangsmateriaal van groenten, ongeacht de bestemming daarvan; |
|
voor zover de ondernemer de door hem geteelde paddenstoelen verduurzaamt of bewerkt, wordt voor het bepalen van de verkoopsom de theoretische kostprijs gehanteerd; |
|
|
onder theoretisch kostprijs wordt verstaan de kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de teelt, de oogst, alsmede het vervoer van paddenstoelen naar de fabriek; |
|
|
f. uitgangsmateriaal: |
opkweekmateriaal voor groentenplanten zowel onder glas als in de volle grond, alsmede groentenzaden, m.u.v. aardbeienplanten. |