Verordening beroeps- en gedragsregels 2011

De ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB,
Overwegende dat het gewenst is beroeps-en gedragsregels vast te stellen;
Gezien het ontwerp van het bestuur met bijbehorende toelichting;
Gelet op de adviezen van de ringen;

Stelt de navolgende verordening vast:

Artikel

1

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bestuur: het bestuur van de KNB, genoemd in artikel 64, eerste lid, Wet op het notarisambt;

  • b.

    notaris: de notaris, genoemd in artikel 1, onder a, Wet op het notarisambt, alsmede de kandidaat-notaris, genoemd in artikel 1, onder b, Wet op het notarisambt, tenzij uit de aard van de bepaling anders voortvloeit.

  • c.

    Protocol: het protocol, genoemd in artikel 1, eerste lid, sub e Wet op het notarisambt, van de notaris en zijn voorgangers;

  • d.

    Rechtsvorm: de al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittende juridische vorm waarin de notarispraktijk is uitgeoefend;

  • e.

    Protocolopvolger: de notaris die een protocol heeft overgenomen in de zin van de Wet op het notarisambt;

  • f.

    Protocolvoorganger: de oud-notaris als voorganger van de protocolopvolger waaronder begrepen zijn waarnemer(s) in de zin van de Wet op het notarisambt en de rechtsvorm waarin de praktijk is uitgeoefend;

  • g.

    Werknemers: personen die, al dan niet in loondienst, onder verantwoordelijkheid van de hiervoor onder d., e. en f genoemde personen of rechtsvormen werkzaamheden hebben verricht, of hebben doen verrichten;

  • h.

    Protocolverzekerden: de hiervoor onder f. en g. genoemde personen of rechtsvormen, inclusief hun rechtsvoorgangers, rechtsopvolgers, rechtsvertegenwoordigers of andere niet onder f. en g. genoemde personen of rechtsvormen voor zover die andere personen of rechtsvormen waren meeverzekerd onder een beroepsaansprakelijkheidsverzekering van de betreffende protocolvoorganger.

Artikel

2

Integere beroepsuitoefening

De notaris gedraagt zich in de uitoefening van zijn beroep en daarbuiten zodanig dat het vertrouwen in het notariaat en in zijn eigen beroepsuitoefening niet wordt geschaad.

Artikel

3

Eigen taak notaris

Artikel

4

Geen ontslag geheimhoudingsplicht: doorbreking

Artikel

5

Voorlichting over gevolgen

De notaris licht alle partijen bij de rechtshandeling waarvoor zijn tussenkomst is ingeroepen voor over de gevolgen van de handeling.

Artikel

6

Dienstweigering

Artikel

7

Dienstverlening en doorverwijzing

Gereserveerd.

Artikel

8

Afwikkeling onverdeeldheid

Artikel

9

Verbod provisie

Het is de notaris niet geoorloofd provisie te betalen of te ontvangen voor het aanbrengen van opdrachten.

Artikel

10

Voorlichting over financiële gevolgen

Artikel

11

Onderzoeksplicht en toezicht financiële afwikkeling

Artikel

12

Betalingen in contanten

Betalingen in contanten aan of door de notaris boven een door het bestuur vastgesteld bedrag zijn niet toegestaan.

Artikel

13

Voldoen aan financiële verplichtingen

De aan de notaris toevertrouwde gelden dienen op een bijzondere rekening te worden bewaard en dienen te allen tijde ten volle in geldmiddelen aanwezig te zijn.

Artikel

14

Kantoor en medewerkers

De notaris dient ervoor zorg te dragen dat de inrichting en organisatie van zijn kantoor voldoen aan de eisen van een goede praktijkuitoefening en dat de kwaliteit van de door hem en zijn medewerkers verrichte diensten optimaal is. De notaris draagt er zorg voor dat hij en zijn medewerkers over de bekwaamheid beschikken die vereist is voor het op het juiste niveau verrichten van de aan hen opgedragen werkzaamheden.

Artikel

15

Artikel

16

Samenwerkingsverbanden

Artikel

17

Praktijkvennootschap

Vervallen

Artikelen

18

Partijadviseur

Artikel

19

Naar buiten optreden

De notaris draagt zorg bij het naar buiten optreden voor een juiste en volledige presentatie van het kantoor.

Artikel

19a

Bij het vaststellen van de identiteit van de bij het verlijden van een akte voor de eerste maal voor de notaris verschijnende personen, controleert de notaris het hem getoonde document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht op diefstal, vermissing, geldigheid en echtheid. De notaris maakt hierbij voor zover mogelijk gebruik van hiervoor geschikte, door het bestuur aangewezen apparatuur, programmatuur, applicaties en systemen.

Artikel

20

Nadere regelgeving bestuur

Het bestuur van de KNB is bevoegd om met betrekking tot de in deze verordening behandelde onderwerpen nadere regels te geven. Over het ontwerp daarvan wordt de ledenraad geraadpleegd. De regels worden zo spoedig mogelijk na vaststelling ter kennis van het ministerie van Veiligheid en Justitie gebracht.

Artikel

21

Naam

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening beroeps- en gedragsregels 2011.

Artikel

22

Inwerking treden

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 augustus 2011 of zoveel later als de termijn van tien dagen na publicatie in de Staatscourant als bedoeld in artikel 91 lid 2 Wet op het notarisambt is verstreken.