Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur

Het College van Afgevaardigden;
Overwegende dat vakbekwaamheidseisen dienen te worden gesteld aan de advocaat bij de Hoge Raad, in eerste instantie aan de advocaat bij de Hoge Raad in civiele zaken;
Gelet op het voorstel met toelichting van de Algemene Raad;
Gelet op de adviezen van de Raad van Advies en van de Adviescommissie Regelgeving;

Stelt de navolgende verordening vast:

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel

2

Artikel

3

Onverminderd het bepaalde in artikel 2 gaat de secretaris pas tot voorlopige inschrijving, inschrijving of verlenging van de inschrijving over nadat de advocaat eveneens een verklaring van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij een op voorstel van die Commissie door de Algemene Raad vast te stellen aantal punten per jaar als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Verordening op de vakbekwaamheid heeft behaald door het volgen of geven van door die Commissie aangewezen opleidingen of cursussen dan wel door het publiceren van artikelen in voor de (cassatie)rechtspraktijk of rechtswetenschap relevante boeken of tijdschriften.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De secretaris gaat over tot doorhaling van de voorlopige inschrijving, inschrijving of verlengde inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad:

  • a.

    op verzoek van de advocaat;

  • b.

    indien de geldigheidsduur van de voorlopige inschrijving, inschrijving, of de verlenging van de inschrijving is verstreken;

  • c.

    ter uitvoering van de onherroepelijk geworden beslissing als bedoeld in artikel 9k, eerste lid, van de Advocatenwet van de raad van discipline respectievelijk het hof van discipline tot doorhaling van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad.

Artikel

8

De Algemene Raad stelt, op voorstel van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur en gehoord de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur vast. Hierin worden ten minste regels gesteld over:

  • a.

    de inrichting, omvang en leerstof van het examen, alsmede de inrichting, omvang, en voorwaarden van de proeve van bekwaamheid;

  • b.

    de tijden waarop het examen en de proeve van bekwaamheid kunnen worden afgelegd;

  • c.

    de mogelijkheid van het opnieuw afleggen van het examen en van de proeve van bekwaamheid;

  • d.

    de mogelijkheid van vrijstelling voor bepaalde onderdelen van de in de artikelen 3 tot en met 5 gestelde eisen;

  • e.

    het in rekening te brengen bedrag voor

    • de verklaring als bedoeld in artikel 3

    • het afleggen van het examen, van de proeve van bekwaamheid

    • het verkrijgen van de verklaring nodig voor voorlopige inschrijving, inschrijving of verlenging van de inschrijving;

  • f.

    opleidingsverplichtingen voortvloeiend uit het bepaalde in artikel 3.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De advocaat bij de Hoge Raad adviseert de cliënt zo tijdig mogelijk schriftelijk over:

  • a.

    de kansen van een principaal of incidenteel cassatieberoep dan wel -verweer,

  • b.

    de daaraan verbonden kosten en risico’s en

  • c.

    de opportuniteit van het cassatieberoep dan wel het cassatieverweer gelet op de na vernietiging en eventuele verwijzing of terugverwijzing te verwachten rechtsgang.

Artikel

13

Artikel

14