Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie

De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
Met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 oktober 2011;

Besluit vast te stellen het navolgende Algemeen reglement:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    Project: Een activiteit met een incidenteel en in tijd beperkt karakter op het terrein van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur en in het kader van de bevordering van actieve cultuurparticipatie;

  • b.

    Subsidie: De aanspraak op financiële middelen, door het bestuur van de stichting verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuur van de stichting geleverde goederen en diensten;

  • c.

    Het fonds: Het bestuur van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie als bedoeld in artikel 5 van de Statuten. De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie is een stichting als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifieke cultuurbeleid;

  • d.

    Adviescommissie: Een commissie als bedoeld in artikel 8 van het huishoudelijk reglement ingesteld door het bestuur van het fonds en belast met het adviseren van het bestuur van het fonds over subsidieaanvragen;

  • e.

    De Minister: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • f.

    De Wet: De Wet op het specifieke cultuurbeleid, wet van 11 maart 1993 Stb. 1993, 193, in werking getreden 16 april 1993 (Stb. 1993, 204);

  • g.

    Deelregeling: Een op basis van de Wet vastgestelde regeling, waarin nadere regels worden gesteld over de aard, omvang en samenstelling van subsidies alsmede over het aanvragen, beoordelen en verlenen van subsidies;

  • h.

    Aanvrager: De aanvrager van subsidie;

  • i.

    Ontvanger: De ontvanger van subsidie;

  • j.

    Subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een deelregeling;

  • k.

    Begrotingstekort: Nadelig verschil tussen de geraamde inkomsten en uitgaven;

  • l.

    Subsidieverlening: Het besluit tot voorlopige verlening van een subsidie;

  • m.

    Subsidievaststelling: Het besluit tot definitieve verstrekking van een subsidie;

  • n.

    Begrotingsvoorbehoud: Een voorbehoud op het verlenen van een subsidie in de zin van artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht

Artikel

2

Doel

Het bestuur van het fonds kan, in overeenstemming met artikel 3 van zijn statuten en volgens de bepalingen vastgesteld in de wet en dit reglement subsidie verstrekken ten behoeve van een project indien het project naar het oordeel van het fonds een positieve bijdrage levert aan het bevorderen van actieve participatie aan het culturele leven van burgers in het Koninkrijk der Nederland ongeacht leeftijd, herkomst, opleiding en woonplaats, indien is voldaan aan alle formele en materiële vereisten zoals in dit reglement vermeld. Met het verstrekken van subsidies richt het bestuur zich op het ontwikkelen, stimuleren, spreiden of anderszins bevorderen of verbreiden van uitingen op het gebied van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur.

Artikel

3

Subsidiesoorten

Ter verwezenlijking van zijn doelstelling kan het bestuur van het fonds bij beschikking als bedoeld in artikel 11 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid de volgende subsidies verstrekken:

  • a.

    projectsubsidies met een looptijd van maximaal drie jaar aan in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersonen zonder winstoogmerk;

  • b.

    vierjarige subsidies aan in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersonen zonder winstoogmerk.

Artikel

4

Toepasselijkheid Algemeen reglement

Artikel

5

Begrotingsvoorbehoud

Het bestuur van het fonds verstrekt slechts subsidie voor zover de Minister daartoe in enig tijdvak financiële middelen aan het fonds ter beschikking stelt.

Artikel

6

Subsidieplafond

Hoofdstuk

2

Werkingsfeer en vereisten

Artikel

7

Artikel

8

Hoofdstuk

3

Aanvraagprocedure subsidieverlening

Artikel

9

De aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk drie maanden voor de aanvang van het project ingediend. Het bestuur van het fonds kan bij deelreglement een andere indieningtermijn vaststellen. Een aanvraag die te laat is ingediend wordt afgewezen.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De aanvraag voor subsidie gaat in ieder geval vergezeld van de volgende informatie, benodigd voor de beslissing op die aanvraag:

  • a.

    een gemotiveerd projectplan, waarin het doel, de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten worden beschreven, als ook waarin wordt aangegeven in welk opzicht het aan de inhoudelijke criteria als bedoeld in deelregelingen voldoet; en

  • b.

    een begroting die op duidelijke en eenvoudige wijze inzicht geeft in de baten en lasten van het project.

Artikel

14

Hoofdstuk

4

Wijze van beoordeling en beslissing op de subsidieaanvraag

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Een aanvraag voor subsidie kan naast de in de artikelen 4:25, 4:34 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in dit reglement en/of de betreffende deelregeling;

  • b.

    de subsidieaanvrager voor dezelfde activiteiten en binnen hetzelfde tijdvlak reeds structurele subsidie van het Rijk, Rijkscultuurfondsen of andere overheden ontvangt.

Hoofdstuk

5

Verlening van subsidie

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

In de beslissing tot subsidieverlening kan het bestuur van het fonds verplichtingen stellen in ieder geval ter zake van de voorbereiding en/of uitvoering van het project en de presentatie van de resultaten, onverminderd hetgeen is geregeld in artikel 27c.

Artikel

21

Artikel

22

Hoofdstuk

6

Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

23

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de doelstelling van het project op doelmatige en financieel verantwoorde wijze wordt nagestreefd en uitgevoerd. In dat kader zorgt de subsidieontvanger ervoor dat hij een goed beleid en beheer voert, dat de subsidie op efficiënte wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij is verleend en dat alle verplichtingen die het bestuur van het fonds aan het toekennen van de subsidie heeft verbonden, worden nageleefd.

Artikel

24

Artikel

25

Hoofdstuk

7

Bijzondere verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

26

Hoofdstuk

8

Verantwoording subsidies

Artikel

27

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van het fonds aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. Bij regeling of bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Artikel

27a

Artikel

27b

Artikel

27d

Hoofdstuk

9

Voorschotten

Artikel

28a

Artikel

28b

Hoofdstuk

10

Vaststelling van de subsidie

Artikel

29

Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:

  • a.

    indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en direct wordt vastgesteld: binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag van de subsidie,

  • b.

    indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en niet direct wordt vastgesteld: binnen 22 weken na de in de regeling of de beschikking opgenomen datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, moeten zijn verricht, en

  • c.

    indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt: binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling.

Hoofdstuk

11

Betaling

Artikel

30

Binnen acht weken na dagtekening van de beschikking tot vaststelling van de subsidie wordt het subsidiebedrag betaald of verrekend met betaalde voorschotten; tenzij in het besluit tot vaststelling anders is bepaald.

Hoofdstuk

12

Intrekking en terugvordering subsidie

Artikel

31

Artikel

32

Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling als bedoeld in artikel 31 lid 1 sub d heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Hoofdstuk

13

Ontheffing en hardheidsclausule

Artikel

33

Het bestuur van het fonds kan in individuele gevallen en in bijzondere gevallen voor één of meerdere verplichtingen van deze regeling ontheffing verlenen.

Artikel

34

Het bestuur van het fonds kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende van het bepaalde in dit reglement of de daarop gebaseerde beleidsregels afwijken, indien de toepassing van de betreffende bepaling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Hoofdstuk

14

Slotbepalingen

Artikel

35

In alle gevallen waarin de wet, de statuten, het Huishoudelijk reglement, dit reglement of deelreglementen niet voorzien, beslist het bestuur van het fonds.

Artikel

37

Ten aanzien van het nemen van beslissingen die zijn aangevraagd voor de inwerkingtreding van dit Algemeen reglement maar waarop nog niet is beslist ten tijde van de inwerkingtreding van dit reglement, geldt hetgeen in dit reglement is bepaald indien dit voor betrokkenen tot een gunstiger uitkomst leidt.

Artikel

39

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, J.J.K. Knol