Artikel
1
Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
-
a.
Project: Een activiteit met een incidenteel en in tijd beperkt karakter op het terrein van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur en in het kader van de bevordering van actieve cultuurparticipatie;
-
b.
Subsidie: De aanspraak op financiële middelen, door het bestuur van de stichting verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuur van de stichting geleverde goederen en diensten;
-
c.
Het fonds: Het bestuur van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie als bedoeld in artikel 5 van de Statuten. De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie is een stichting als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifieke cultuurbeleid;
-
d.
Adviescommissie: Een commissie als bedoeld in artikel 8 van het huishoudelijk reglement ingesteld door het bestuur van het fonds en belast met het adviseren van het bestuur van het fonds over subsidieaanvragen;
-
e.
De Minister: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
f.
De Wet: De Wet op het specifieke cultuurbeleid, wet van 11 maart 1993 Stb. 1993, 193, in werking getreden 16 april 1993 (Stb. 1993, 204);
-
g.
Deelregeling: Een op basis van de Wet vastgestelde regeling, waarin nadere regels worden gesteld over de aard, omvang en samenstelling van subsidies alsmede over het aanvragen, beoordelen en verlenen van subsidies;
-
h.
Aanvrager: De aanvrager van subsidie;
-
i.
Ontvanger: De ontvanger van subsidie;
-
j.
Subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een deelregeling;
-
k.
Begrotingstekort: Nadelig verschil tussen de geraamde inkomsten en uitgaven;
-
l.
Subsidieverlening: Het besluit tot voorlopige verlening van een subsidie;
-
m.
Subsidievaststelling: Het besluit tot definitieve verstrekking van een subsidie;
-
n.
Begrotingsvoorbehoud: Een voorbehoud op het verlenen van een subsidie in de zin van artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht