Wet van 22 december 2011 tot wijziging van enkele belastingwetten (Geefwet)

Geefwet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in een aantal belastingwetten wijzigingen aan te brengen met het oog op verduidelijking en verbetering van de fiscale faciliteiten ter stimulering van het geven aan goede doelen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

II

In afwijking van artikel 6.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn op verzoek drukkende onderhoudskosten waarvan de belastingplichtige kan aantonen dat hij ter zake reeds verplichtingen is aangegaan vóór 1 januari 2012 en de uitgaven zijn gedaan vóór 1 januari 2014, aftrekbaar volgens artikel 6.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel luidde op 31 december 2011.

Artikel

III

Wijzigt de Successiewet 1956.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel

V

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

VII

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel

IX

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2012, met dien verstande dat de wijzigingen ingevolge artikel IV voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2012.

Artikel

X

Deze wet wordt aangehaald als: Geefwet.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, F. H. H. Weekers
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten