Artikel
I
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Wijzigt de Wet inzake de geldtransactiekantoren.
Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
Wijzigt de Comptabiliteitswet 2001.
Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet arbeid en zorg.
Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.
Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Wijzigt de Ziektewet.
Wijzigt de Faillissementswet.
Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.
Wijzigt de Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Wijzigt de Sanctiewet 1977.
Onder instelling voor elektronisch geld wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: een rechtspersoon of natuurlijke persoon die op 30 april 2011 beschikte over een vergunning om in Nederland het bedrijf van elektronischgeldinstelling te mogen uitoefenen, welke vergunning niet na die datum is ingetrokken of vervallen.
Onder vrijgestelde uitgever van elektronisch geld wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: een rechtspersoon of natuurlijke persoon die vanaf een tijdstip gelegen voor 30 april 2011 in overeenstemming met de Wet op het financieel toezicht zoals deze luidde voor die datum zonder daartoe over een vergunning van de Nederlandsche Bank te beschikken, het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefent.
Instellingen voor elektronisch geld mogen tot 30 oktober 2011 hun bedrijf uitoefenen in overeenstemming met de bepalingen uit het Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen en het Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht zoals deze luidden op 29 april 2011.
De Nederlandsche Bank kan besluiten een instelling voor elektronisch geld een vergunning als bedoeld in artikel 2:10a van de Wet op het financieel toezicht te verstrekken indien zij naar haar oordeel over voldoende bewijs beschikt dat de betreffende instelling voldoet aan de vereisten die zijn opgenomen in artikel 2:10b van de Wet op het financieel toezicht.
Het derde lid laat onverlet dat de in het derde lid bedoelde rechtspersonen een vergunning als bedoeld in artikel 2:10b van de Wet op het financieel toezicht kunnen aanvragen.
Op vrijgestelde uitgevers van elektronisch geld blijven tot 30 april 2012 het deel Markttoegang Financiële Ondernemingen en het deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht van toepassing zoals deze luidden op 29 april 2011.
In besluiten ten aanzien van kredietinstellingen, genomen op grond van een in de artikelen I, II, IV tot en met XVIII of XXa tot en met XXf genoemde wet, zoals die wet luidde voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van het desbetreffende artikel, wordt, voor zover deze besluiten betrekking hebben op de uitoefening van het bedrijf van een bank, voor kredietinstelling gelezen: bank.
Wijzigt de Mededingingswet.
Wijzigt de Bankwet 1998.
Wijzigt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.
Wijzigt de Wet toezicht financiële verslaggeving.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Wijzigt de Wijzigingswet financiële markten 2012.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld. Artikel I, met uitzondering van onderdeel Ba, de artikelen II tot en met V, en XV, XIX en XXe werken alsdan terug tot en met 30 april 2011.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.