Verordening van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel van 1 november 2011, houdende de vaststelling van de bestemmingsheffing detailhandel in wonen voor het jaar 2012 (Verordening bestemmingsheffing detailhandel in wonen 2012)

Verordening bestemmingsheffing detailhandel in wonen 2012

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel;
Gezien het advies van de Commissie voor de detailhandel in wonen;

Besluit:

§

1

Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    een onderneming: een onderneming waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel;

  • b.

    de ondernemer: degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • c.

    werkzame personen: de personen die doorgaans ten minste 15 uur per week in de onderneming werkzaam zijn. Deze personen kunnen zijn:

    • al dan niet in dienst van de betrokken onderneming zijnde werknemers;

      meewerkend ondernemer;

      meewerkend gezinslid van de ondernemer;

  • d.

    detailhandel in wonen: de detailhandel in woningtextiel, vloerbedekkingen, meubelen (inclusief klein-, kinder- en rotanmeubelen), bedden en keukens;

  • e.

    ambulante handel: markthandel, straathandel en handel te water;

  • f.

    verkoopplaats: iedere plaats waar de detailhandel anders dan in de uitoefening van de ambulante handel wordt uitgeoefend, alsmede elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar waren aan particulieren te koop worden aangeboden;

  • g.

    bestemmingsheffing: de heffing die is gebaseerd op artikel twaalf, tweede lid, van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel;

  • h.

    de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.

Artikel

2

Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die:

  • a.

    een onderneming drijven waarin hoofdzakelijk de detailhandel in wonen wordt uitgeoefend, of

  • b.

    een onderneming drijven waarin de detailhandel in wonen wordt uitgeoefend als onderdeel van een warenhuis met een verkoopruimte van meer dan 800 vierkante meter voor de verkoop van voornamelijk niet-levensmiddelen.

§

2

De bestemmingsheffing

Artikel

3

§

3

Overige bepalingen

Artikel

5

Het besluit tot het opleggen van de bestemmingsheffing als bedoeld in artikel 3 alsmede besluiten voortvloeiend uit artikel 4 van deze verordening worden genomen door de voorzitter.

Artikel

6

Deze verordening treedt in werking na afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

7

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bestemmingsheffing detailhandel in wonen 2012.

Den Haag
E.H.M. Bakker-Derks voorzitter a. i. R.C.B. de Jong secretaris