Besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren van 3 november 2011 tot uitwerking van de voorschriften inzake de bewaking en bestrijding van Salmonella in vleeskuikenbedrijven (Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011)

Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011

Begripsbepalingen

Artikel

1

Dit besluit verstaat onder:

  • 1.

    ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een vleeskuikenbedrijf uitoefent;

  • 2.

    uitlaadstalkoppel: het deel van het stalkoppel dat vóór het weglaadkoppel naar de slachterij wordt afgevoerd;

  • 3.

    weglaadstalkoppel: het laatste deel van het stalkoppel dat naar de slachterij wordt afgevoerd;

  • 4.

    Salmonella Typhimurium mede: monofasische Salmonella Typhimurium met de antigene formule 1,4,[5],12:i:-;

  • 5.

    pluimveedierenarts: degene die is ingeschreven in het register van praktiserende dierenartsen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990;

en neemt voor het overige de begrippen als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 over.

Hygiënogram

Artikel

2

Monsterneming in het kader van artikel 13 van de Verordening (reguliere monsterneming)

Artikel

3

Detectie en serotypering in het kader van artikel 13 van de Verordening

Artikel

4

Melding uitslagen in het kader van artikel 13 van de Verordening

Artikel

5

Monsterneming in het kader van artikel 15 van de Verordening

Artikel

6

Monsterneming onder toezicht

Artikel

7

Maatregelen in het geval van Salmonella Java

Artikel

8

Maatregelen in het geval van Salmonella van een ander serotype dan Salmonella Java

Artikel

9

Graan

Artikel

10

Onderzoek naar Campylobacter

Artikel

11

Bewaarplicht

Artikel

12

Slotbepaling

Artikel

13

Zoetermeer
B.J. Krouwel voorzitter B.M. Dellaert secretaris

Bijlage

I

Werkvoorschrift monsterneming van inlegvellen

1

Doel

Dit werkvoorschrift beschrijft de monsterneming met inlegvellen die bedoeld is om de Salmonellastatus van de vleeskuikens bij aankomst op het vleeskuikenbedrijf vast te stellen. De monsters worden genomen op het vleeskuikenbedrijf door of in opdracht van de ondernemer.

2

Benodigdheden

  • 1.

    steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten;

  • 2.

    etiketten;

  • 3.

    steriele plastic handschoenen;

  • 4.

    inzendformulier.

3

Werkwijze

3A

Aantal en locatie te nemen monsters

  • 1.

    Er dient bij elke levering een monster van 40 inlegvellen per vrachtauto en per aanhangwagen genomen te worden. Indien er minder dan 40 inlegvellen voorhanden zijn dienen 40 stukjes, evenredig verdeeld over de aanwezige inlegvellen, genomen te worden. Indien er minder dan 10 inlegvellen aanwezig zijn dienen er minimaal 4 hele inlegvellen voor onderzoek ingestuurd te worden of wat er voorhanden is.

  • 2.

    De monsters moeten duidelijk met mest besmeurde (delen van) inlegvellen zijn en zoveel mogelijk (van) de inlegvellen uit de onderste kratten, containers dan wel dozen (afkomstig) zijn.

  • 3.

    De monsters dienen evenredig verspreid over de geleverde kuikens verzameld te worden.

3B

Uitvoering monsterneming

  • 1.

    Scheur, indien er voldoende inlegvellen voorhanden zijn, met behulp van steriele plastic handschoenen een duidelijk zichtbaar besmeurd deel (ca. 5 bij 5 cm) van een inlegvel af. Indien er onvoldoende inlegvellen voorhanden zijn dient een heel inlegvel genomen te worden.

  • 2.

    Doe dit in een plastic pot of zak.

  • 3.

    Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om evt. besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • 4.

    Verzamel op deze wijze per vrachtauto en per aanhangwagen 1 pot met alle stukjes inlegvellen.

  • 5.

    Sluit iedere pot direct na het vullen zorgvuldig.

  • 6.

    Voorzie elke pot van een etiket met de volgende gegevens: datum en tijdstip van de monstername, KIP-nummer en stalnummer(s).

4

Inzendformulier

Elke inzending moet vergezeld gaan van een inzendformulier met ten minste de volgende, duidelijk leesbare, gegevens.

  • 1.

    Afzender (n.a.w. + KIPnummer);

  • 2.

    Activiteit: vleeskuikenbedrijf;

  • 3.

    Stalnummer (indien meerder monsters in één zending ook duidelijk op monster aangeven wat het stalnummer is);

  • 4.

    Koppelnummer (niet verplicht);

  • 5.

    Geboortedatum stalkoppel;

  • 6.

    Type monster;

  • 7.

    Type onderzoek: Salmonella;

  • 8.

    Monsternemer: pluimveehouder / dierenarts / GD / HOSOWO / slachterij / broederij / overig;

  • 9.

    Datum monsterneming.

Indien deze gegevens geheel of gedeeltelijk op een andere manier al bij het laboratorium bekend zijn, dan hoeven deze niet opnieuw te worden doorgegeven.

5

Verzending monsters

  • 1.

    De monsters worden binnen 24 uur nadat zij zijn genomen verzonden naar een door de voorzitter erkend laboratorium.

  • 2.

    De monsters moeten zodanig zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zodanig zijn geadresseerd dat voor de transporteur en het ontvangend laboratorium geen verwarring kan ontstaan.

6

Laboratorium

Monsters dienen te worden gedetecteerd door een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella, geserotypeerd op alle typen Salmonella door een voor serotypering erkend laboratorium. De ondernemer zorgt ervoor dat het monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd. Als het voor detectie erkende laboratorium niet tevens is erkend voor serotypering of het serotype Salmonella niet kan bepalen, dan zal dit laboratorium het monster verzenden naar een voor serotypering erkend laboratorium, zonder actieve tussenkomst van de ondernemer. De ondernemer dient daarom het voor detectie erkende laboratorium duidelijk opdracht te geven dat indien de detectie van een monster Salmonella aantoont, dit monster onverwijld wordt geserotypeerd.

Na ontvangst van de uitslag van het laboratorium meldt de ondernemer deze uitslag aan de voorzitter van het productschap. Deze melding dient binnen 24 uur te gebeuren indien het Salmonella Java, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium betreft. Uitslagen van overige serotypen Salmonella of een negatieve uitslag dient de ondernemer binnen tien werkdagen na ontvangst van de betreffende uitslag van het laboratorium aan de voorzitter te melden.

Bijlage

II

Werkvoorschrift monsterneming met overschoentjes

1

Doel

Dit werkvoorschrift beschrijft de monsterneming met overschoentjes welke voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Salmonella bij vleeskuikens. Indien het een regulier onderzoek naar Salmonella betreft, worden de monsters genomen in opdracht van de ondernemer door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts. Indien het een onderzoek naar Salmonella in opdracht van de voorzitter betreft, worden de monsters genomen door GD.

2

Benodigdheden

  • 1.

    2 paar steriele overschoentjes die voldoende absorberend zijn om vocht op te nemen (geen plastic overschoentjes);

  • 2.

    vloeistof (bijv. 0,8% keukenzout + 0,1% pepton in steriel of gedeïoniseerd water of steriel water);

  • 3.

    steriele plastic zakken;

  • 4.

    etiketten;

  • 5.

    inzendformulier.

3

Werkwijze

3A

Aantal, soort en locatie te nemen mestmonsters

  • 1.

    Er dient per stal tweemaal bemonsterd te worden met een apart paar overschoentjes.

  • 2.

    Het monster moet evenredig verspreid over de stal verzameld te worden. Elk paar overschoenen moet circa 50% van de ruimte van de stal bestrijken.

3B

Uitvoering monsterneming

  • 1.

    Was voor de monsterneming altijd uw handen.

  • 2.

    Bevochtig het oppervlak van de overschoentjes met de vloeistof.

  • 3.

    Trek in de stal over het staleigen schoeisel een paar overschoentjes aan.

  • 4.

    Loop een ronde door de stal waarbij ongeveer 50% van het staloppervlak meegenomen wordt.

  • 5.

    Doe de overschoentjes bij het verlaten van de stal in een steriele plastic zak.

  • 6.

    Per stal dienen twee paar overschoentjes te worden ingestuurd. De werkwijze moet dus worden herhaald, waarbij de overgebleven 50% van het staloppervlak meegenomen wordt.

  • 7.

    Per stal mogen de overschoenen in één pot of zak naar het erkende laboratorium worden gestuurd. Het laboratorium zal één analyse op het gepoolde monster uitvoeren.

  • 8.

    Sluit iedere zak direct na het vullen zorgvuldig.

  • 9.

    Voorzie de zak van een etiket met de volgende gegevens: datum en tijdstip van de monsterneming, stalnummer(s) en KIP-nummer.

4

Verzending monsters

Bij verzending van de monsters houdt degene die de reguliere of officiële monsterneming uitvoert zich aan het volgende:

  • 1.

    De monsters worden binnen 24 uur nadat zij genomen zijn verzonden naar een door de voorzitter erkend laboratorium.

  • 2.

    De monsters moeten zodanig zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zodanig zijn geadresseerd dat voor de transporteur en het ontvangend laboratorium geen verwarring kan ontstaan.

5

Inzendformulier

Elke inzending van monsters naar het voor detectie erkende laboratorium moet vergezeld gaan van een inzendformulier met ten minste de volgende, duidelijk leesbare, gegevens.

  • 1.

    Afzender (n.a.w. + KIP-nummer);

  • 2.

    Activiteit: vleeskuikenbedrijf;

  • 3.

    Stalnummer (indien meerder monsters in één zending ook duidelijk op monster aangeven wat het stalnummer is);

  • 4.

    Koppelnummer (niet verplicht);

  • 5.

    Geboortedatum stalkoppel;

  • 6.

    Type monster: overschoentjes

  • 7.

    Type onderzoek: regulier of officieel onderzoek naar Salmonella;

  • 8.

    Monsternemer: pluimveedierenarts / HOSOWO-instantie / GD;

  • 9.

    Naam monsternemer:

    • a.

      naam pluimveedierenarts inclusief naam dierenartspraktijk en registratienummer pluimveedierenarts, of

    • b.

      naam HOSOWO-instantie, of

    • c.

      GD (in geval van een onderzoek in opdracht van de voorzitter);

  • 10.

    Datum monsterneming.

Indien deze gegevens geheel of gedeeltelijk op een andere manier al bij het laboratorium bekend zijn, dan hoeven deze niet opnieuw te worden doorgegeven:

6

Laboratorium

Monsters dienen te worden gedetecteerd door een voor detectie erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella, te worden geserotypeerd op alle typen Salmonella door een voor serotypering erkend laboratorium. De ondernemer zorgt ervoor dat het monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd. Als het voor detectie erkende laboratorium niet tevens is erkend voor serotypering of het serotype Salmonella niet kan bepalen, dan zal dit laboratorium het monster verzenden naar een voor serotypering erkend laboratorium, zonder actieve tussenkomst van de ondernemer. De ondernemer dient daarom het voor detectie erkende laboratorium duidelijk opdracht te geven dat indien de detectie van een monster Salmonella aantoont, dit monster onverwijld wordt geserotypeerd.

Na ontvangst van de uitslag van het laboratorium meldt de ondernemer deze uitslag aan de voorzitter. Deze melding dient binnen 24 uur te gebeuren indien het Salmonella Java, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium betreft. Uitslagen van overige serotypen Salmonella of een negatieve uitslag dient de ondernemer binnen tien werkdagen na ontvangst van de betreffende uitslag van het laboratorium aan de voorzitter te melden.

Bijlage

III

Protocol voor het reinigen en ontsmetten van vleeskuiken-stallen en inventaris in verband met Salmonella Java

Woord vooraf

In deze bijlage wordt een protocol beschreven dat algemeen toepasbaar is en dient te worden ingevuld op basis van de specifieke bedrijfssituatie. Hiermee wordt onder meer bedoeld dat de te kiezen middelen en doseringen door de ondernemer zelf moeten worden ingevuld. Uiteraard is het raadzaam om deskundig advies in te winnen over de keuze van het materiaal, zodat de verschillende middelen goed op elkaar zijn afgestemd en niet contraproductief werken. Daarnaast hangt de werkwijze af van het type pluimvee en de daarbij horende staltypen.

Inleiding

Over reinigen en ontsmetten bestaan veel verschillende meningen in de pluimveehouderij. De meningen lopen uiteen van "alles moet steriel zijn als in een operatiekamer" tot "alleen met water reinigen is genoeg".

De verordeningen van het Productschap Pluimvee en Eieren schrijven echter bepaalde werkwijzen voor die kunnen bijdragen tot de vermindering van de Salmonella- en Campylobacter besmettingen van het eindproduct: pluimveevlees of eieren. In de bestrijding van deze bacteriën speelt de reiniging en ontsmetting van stallen terecht een belangrijke rol.

Toch is dit niet de enige reden om goed te ontsmetten. Allerlei ongewenste ziektekiemen voor de dieren zelf dienen ook te worden gedood. Bij elk nieuwe koppel dient er met een schone lei te worden begonnen, waarbij ook de insleep vanuit de omgeving van de stallen moet worden voorkomen.

Er bestaat geen algemeen geldende "beste" methode waarmee een stal dient te worden gereinigd en ontsmet. Wel zijn er tal van specifieke zaken waarmee rekening moet worden gehouden en die in de loop van de jaren verwateren of worden vergeten.

In deze bijlage staan vele zaken die uiteraard bekend en voor de hand liggend zijn, maar er wordt getracht uw geheugen op te frissen en uzelf scherp te houden.

De werkzaamheden rondom het schoonmaken en ontsmetten van pluimveestallen komt in grote lijnen hierop neer:

  • 1.

    Afvoer van losse inventaris uit de stal

  • 2.

    Mest verwijderen

  • 3.

    Droog reinigen van stal en vaste inventaris (bezemschoon)

  • 4.

    Inweken onder toevoeging van inweekmiddel

  • 5.

    Reinigen van "vaste" drinknippelsystemen

  • 6.

    Schoonmaken stal en vaste inventaris

  • 7.

    Droogtrekken vloer

  • 8.

    (gedeeltelijk) Herinrichten

  • 9.

    Nat ontsmetten

  • 10.

    Droog na-ontsmetten

Reinigen en ontsmetten zijn twee afzonderlijke handelingen. De aanwezigheid van organisch vuil, maar vooral van vet staat een goede ontsmetting in de weg. Organisch materiaal inactiveert ontsmettingsmiddelen en vet is een prima beschermer van micro-organismen. Alleen als er loog wordt gebruikt, weliswaar met in achtneming van voldoende inweektijd, zouden ze in één procesgang kunnen worden uitgevoerd. Algemeen geldt echter, als zowel een reinigings- als een desinfectiemiddel wordt gebruikt, dat de beide middelen op elkaar moeten zijn afgestemd. Deze informatie is te verkrijgen bij de leverancier van de middelen.

Reinigen

Voor een goede reiniging van de stal en directe omgeving is het van belang dat de werkzaamheden in de juiste volgorde worden uitgevoerd.

Het water dat voor de reiniging wordt gebruikt dient minimaal geschikt te zijn als drinkwater voor vee, om te voorkomen dat er stoffen in zitten die de reiniging negatief beïnvloeden.

Werkwijze reiniging stal:

  • 1.

    Direct na het afleveren van de dieren beginnen met bestrijden van piepschuimkevers en larven door het spuiten van een bestrijdingsmiddel op de wand en op de kieren en naden tussen vloer en wand. Hiertoe moeten naden eerst worden vrijgemaakt van mest en strooisel. Ook de kieren tussen staanders en spanten moeten worden behandeld, kevers en larven verdwijnen niet alleen naar boven, maar ook naar beneden!

  • 2.

    Voerruimten, hygiënesluis en andere ruimten die met de stal in verbinding staan moeten worden ontruimd en goed schoongemaakt.

  • 3.

    Voersysteem volledig leeg draaien, voerresten verwijderen en het voersysteem goed handmatig schoonmaken. De silo en opvoervijzel naar en van de weeginstallatie niet vergeten. Silo's moeten leeggedraaid worden en voerresten onder in de silo en weegapparatuur handmatig worden verwijderd.

  • 4.

    Demonteerbare en niet ter plaatse te reinigen apparatuur uit de stal verwijderen en opslaan op een verharde ondergrond met een goede waterafvoer.

  • 5.

    Mest verwijderen en direct afvoeren van het bedrijf. Bij opslag op het eigen bedrijf zo ver mogelijk van de stal en goed afdekken.

  • 6.

    Uitneembare ventilatoren uit de kokers halen en opslaan op verharde ondergrond. Ventilatieopeningen droog schoonmaken. Bij lengteventilatie de ventilatoren en de kasten goed schoonmaken. Zorg hierbij voor een goede afvoer van vuil water.

  • 7.

    Luchtinlaatkleppen en kasten schoonborstelen zowel aan de binnen- als buitenkant. De moeilijke bereikbaarheid van buitenaf werkt hier vaak belemmerend. Het schoonmaken van de beschermkappen buiten is belangrijk in verband met naar binnen trekken van stof dat daar is opgehoopt. Bovendien zijn ze vaak van hout en afgeschermd met gaas en daardoor lastig schoon te maken. Perslucht kan hier een hulpmiddel zijn.

  • 8.

    Apparatuur die niet met water is te reinigen schoonborstelen en schoonblazen met een luchtcompressor en daarna afdekken met plastic of op een stofvrije plaats opslaan.

  • 9.

    Stal schoonvegen en zo nodig mestresten wegkrabben.

  • 10.

    Drinkwatersysteem leeg laten lopen, doorspoelen en volzetten met een specifiek reinigingsmiddel. Na voldoende inwerktijd spoelen.

  • 11.

    Sterk bevuilde vloeren en vloeren van een slechte kwaliteit eerst gedurende minimaal 3 uur tot overnacht laten inweken met water waaraan een inweekmiddel is toegevoegd en daarna onder hoge druk schoonspuiten. Hierbij extra aandacht besteden aan de kieren en naden. Deze dienen goed te worden schoongespoten zodat later het desinfectiemiddel diep in de naden kan doordringen. Soms is het nodig de stal iets langer te laten afkoelen om de naden ver genoeg open te krijgen.

  • 12.

    Plafond, ventilatorkokers en wanden in delen inschuimen met een reinigingsmiddel. Schuimmiddelen zijn te verkiezen boven vloeibare middelen want ze werken langduriger. Vervolgens 30 minuten later deze onderdelen afspuiten met water: - ventilatorkokers en plafond met een rondstraler; - wanden met een vlakstraler. Hierbij van boven naar beneden werken.

  • 13.

    Vloer, voer- en drinkwatersysteem inschuimen met een reinigingsmiddel. Vervolgens 30 minuten later afspuiten met water. Er op letten dat niet het vuil van de vloer weer op de wanden wordt gespoten door (te) hoge druk. Zorg voor een voldoende afvoer van water.

  • 14.

    Kachels dienen van binnen en van buiten te worden gereinigd. Als de stal wordt drooggestookt, droogt de vuillaag aan de binnenkant uit, laat los en wordt in de schone stal geblazen.

  • 15.

    Leidingen en buizen die in een stal lopen worden vaak vergeten, vooral die zich hoog in de stal bevinden. Hetzelfde geldt voor lampen en TL armaturen die soms schuin zijn gemonteerd zodat er een laag stof op ligt.

  • 16.

    Stalvloer droogtrekken

  • 17.

    Alle in relatie tot de stal staande lokalen en gebouwen droog schoonmaken en daarna nat met een reinigingsmiddel. Ook de ruimte waar kadavers worden bewaard moet goed worden gereinigd.

  • 18.

    Inspecteer de stalruimte en apparatuur op achtergebleven visuele verontreinigingen.

  • 19.

    Opgeslagen inventaris reinigen met een reinigingsmiddel, daarna afspoelen met water.

  • 20.

    Gedemonteerde ventilatoren reinigen met een compressor of een aangepaste borstel.

  • 21.

    Stal inrichten maar geen inventaris op de stalvloer plaatsen. Ventilatoren plaatsen en nadat de stal is opgedroogd, kokers afsluiten.

  • 22.

    Stal zo goed mogelijk afsluiten. Zorg echter voor goede bereikbaarheid van de te behandelen oppervlakken, bijvoorbeeld de luchtinlaatkleppen.

  • 23.

    Kleding wassen. Schoeisel of laarzen schoonmaken.

Reinigen en ontsmetten drinkwatersysteem:

Probeer allereerst vast te stellen wat de aard is van de inwendige vervuiling van het systeem. Dit kan gedaan worden door het systeem op enkele plaatsen te ontkoppelen. Ruwweg kan dit bestaan uit organisch vuil (bacteriën, algen en schimmels) of anorganisch (kalksteen). Organische aanslag kan worden verwijderd met een alkalisch reinigingsmiddel of waterstofperoxide; anorganische aanslag moet worden bestreden met een zuur reinigingsmiddel (pas op voor corrosie).

Tijdens de reiniging dient de stal c.q. de watertemperatuur minimaal 10 °C te bedragen. Werkwijze reiniging drinkwatersysteem.

Nippel- en cupsystemen en centrale leidingen:

  • Systeem voorspoelen met hoge druk.

  • Via doseerapparaat of voorraadvat slangen en systeem vullen met een oplossing van het reinigingsmiddel. Elk tappunt controleren of de vloeistof is doorgedrongen (ruiken of pH papiertjes). Gedurende minimaal 24 uur in laten werken.

  • Systeem leeg laten lopen en goed spoelen met schoon water.

Drinktorens en losse cups:

Onderdompelen in de reinigingsvloeistof (kalkoplossend) en 2 tot 6 uur in laten werken. Daarna onder druk afspuiten met een koude waterstraal. Bij ernstige vervuiling met een harde borstel reinigen.

Daarna de nippelleidingen volzetten met een ontsmettingsmiddel, de benodigde tijd laten staan en met schoon drinkwater naspoelen. Controleer hierbij desgewenst of alle ontsmettingsmiddel weg is.

De drinktorens dompelen of afsproeien met een ontsmettingsmiddel, waarna ze worden nagespoeld met schoon drinkwater.

Ontsmetten

Ontsmetting kan gedaan worden met verschillende ontsmettingsmiddelen, die elk één of meerdere werkzame stoffen bevatten. Om een goede werkzaamheid tegen Salmonella Java te verkrijgen wordt ontsmetting met formalinehoudende middelen geadviseerd. Voor de meeste middelen geldt dat de stal zeer goed gereinigd moet zijn, omdat de werkzame stof door vuilresten onwerkzaam wordt gemaakt.

Ontsmetting kan uitgevoerd worden met de aanwezige reinigingsapparatuur. Er moet echter geen hoge druk gebruikt worden. De beste resultaten worden behaald door een combinatie van een ontsmetting van de vloer, de opgaande wand en de inlaatkleppen met de hogedrukreiniger gevolgd door een ruimteontsmetting met een hoge druk vernevelaar.

Werkwijze ontsmetting

  • 1.

    Breng de stal tijdig van tevoren op de gewenste temperatuur. Wanneer deze niet bereikt kan worden, kies dan een ander ontsmettingsmiddel dat wel bij de behaalde temperatuur past of laat het middel langer inwerken.

  • 2.

    Neem maatregelen om insleep tijdens en na de ontsmetting te voorkomen. Deuren in verband met de eigen veiligheid nog niet op slot.

  • 3.

    Neem de beschermende maatregelen, zoals die op het etiket van het desinfectiemiddel vermeld zijn. Gasmasker met goede filterbus, handschoenen en goed sluitend regenpak. Werk, vanwege de veiligheid, altijd met 2 personen. Neem geen enkel risico!!

  • 4.

    Maak een voorraad van het ontsmettingsmiddel klaar in de juiste voorgeschreven concentratie. Zuig met de hogedrukreiniger vanuit dit bassin de vloeistof aan.

  • 5.

    Spuit onder lage druk het desinfectiemiddel over de vloer, de opgaande wand en de openstaande inlaatkleppen of -ventielen. Werk altijd in de richting van de grote deuren.

  • 6.

    Sluit daarna alle ventilatie inlaatopeningen.

  • 7.

    Plaats alle inventaris en gereedschappen in de stal.

  • 8.

    Maak de oplossing aan voor de ruimteontsmetting.

  • 9.

    Vernevel de desinfectievloeistof in de stal. De hogedrukvernevelaar laten vernevelen via aparte openingen in de zijmuur of in de deuren. Indien de vernevelaar in de stal geplaatst moet worden voorkom dan het aanzuigen van de nevel, door het apparaat op tijd terug te trekken. De laatste hoeveelheid vloeistof via een openstaande deur naar binnen blazen.

  • 10.

    Ook alle in relatie tot de stal staande lokalen en gebouwen ontsmetten, bij voorkeur met behulp van de hogedruk vernevelaar.

  • 11.

    Doe alle deuren op slot en laat formaline minimaal 24 uur inwerken, de overige middelen dienen een minimale inwerkingstijd van 8 uur te hebben.

  • 12.

    Ventileer de restdamp na de inwerkingstijd uit de stal, de stal tevens opwarmen tot 15 °C. Eerst de ventilatiekokers openen daarna de inlaatopeningen. Eventuele restdampen van formaldehyde kunnen geneutraliseerd worden door het versproeien van een 25% ammoniumverbinding (ammoniakwater). Dus niet de stal opengooien, zodat alles en iedereen erin kan.

  • 13.

    Het inwendige van het voersysteem in de stal is niet bereikbaar voor schoonmaken of ontsmetten. Indien er aanleiding voor is, dient het voersysteem in de stal vooral de vijzels, zo nodig te worden ontmanteld of vol gezet met een ontsmettingsmiddel dat is gemengd in een hoeveelheid voer. Bijvoorbeeld 5% formaline of een organisch zuur in wat restvoer gedurende tenminste 24 uur in het systeem laten staan. Het is raadzaam om de silo zelf en de weeginstallatie plus aanvoervijzels buiten de stal van tijd tot tijd ook op een dergelijke manier te behandelen.

  • 14.

    Resten opgedroogd ontsmettingsmiddel, met name formaline, met water verwijderen. Erfverharding, in het bijzonder de laadplaats van de kuikens en de uitblaasruimte bij lengteventilatiestallen, desinfecteren met de hogedrukreiniger met een oplossing van natronloog of chloor (bijvoorbeeld Halamid (3%)).

Bijlage

IV

Werkvoorschrift voor de bemonstering van graan ten behoeve van onderzoek naar Salmonella

1

Doel

Van ieder partij graan die op het vleeskuikenbedrijf wordt opgeslagen, afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks van een andere teler, dient een monster te worden achtergehouden wanneer de partij wordt opgeslagen. Indien in monsters met inlegvellen of overschoentjes, of blindedarmmonsters genomen door de slachterij, Salmonella is aangetoond en de oorzaak van de besmetting is onbekend, dient het achtergehouden monster graan op de aanwezigheid van Salmonella te worden onderzocht.

2

Werkwijze

2A

Monsterneming

Zorg voor deugdelijk bemonsteringsgereedschap (schepjes, monsterboren, emmertjes, zakjes) en gebruik steriele monsterzakken.

  • 1.

    Monsterneming

  • 2.

    Reinig gebruikt gereedschap voor en na elke monstername.

  • 3.

    Ga uit van schone, droge bemonsteringsmaterialen die het onderzoeksresultaat niet beïnvloeden. Zorg ook voor schone handen.

  • 4.

    Zorg voor een representatief monster uit de partij. Neem hiertoe meerdere ondermonsters (minimaal 5), verspreid over verschillende delen van de partij. Bij het lossen/Iaden van de partij verdient het aanbeveling om de ondermonsters gedurende deze totale lostijd/laadtijd te verzamelen.

  • 5.

    Zorg ervoor dat het totaal van de ondermonsters een voldoende hoeveelheid oplevert (minimaal 500 gram).

  • 6.

    Bemonster altijd in duplo.

  • 7.

    Zorg voor goede bewaaromstandigheden (droog, donker) en een goede sluiting van de monsterzak

  • 8.

    Zorg voor een duidelijke identificatie op het monster. Minimaal dient vastgelegd te worden:

    • a.

      datum monsterneming;

    • b.

      naam product;

    • c.

      partijgrootte;

    • d.

      herkomst (eigen teelt, andere eigenaar);

    • e.

      plaats monsterneming (bij meerdere partijen per pluimveebedrijf);

2B

Analyse

  • 1.

    Stuur de genomen monsters die zijn achtergehouden bij de opslag naar een van de Labcode erkende laboratoria (een lijst is beschikbaar bij het Productschap Diervoeder).

  • 2.

    De ondernemer dient de uitslag van het graanonderzoek bij het betreffende laboratorium op te vragen en op zijn bedrijf te bewaren.

Bijlage

V

Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Campylobacter

1

Doel

Dit werkvoorschrift beschrijft de monsterneming van mest zoals voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Campylobacter bij vleeskuikens. De monsters worden genomen door of in opdracht van de ondernemer.

2

Toelichting

De ervaring leert dat in een met Campylobacter besmette stal doorgaans een zeer hoog percentage van de dieren besmet is. Aannemende dat in de hierna beschreven werkwijze elk monster van gemiddeld 2 dieren afkomstig is, kan zodoende een Campylobacter besmetting van tenminste 30% van de dieren met een zekerheid van 95% worden aangetoond.

Benodigdheden

  • 1.

    steriele monsterpotten of plastic zakken;

  • 2.

    etiketten;

  • 3.

    inzendformulier.

4

Werkwijze

4A

Aantal, soort en locatie te nemen mestmonsters

  • 1.

    Er dienen per stal 5 monsters van minimaal 2 gram verse (natte) blindedarmmest genomen te worden (dit is bruine, glimmende mest). Dit moet per monster van meerdere dieren afkomstig zijn.

  • 2.

    De monsters dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.

4B

Uitvoering monsterneming

  • 1.

    Neem een monster van minimaal 2 gram verse mest, zonder de mest met de handen aan te raken.

  • 2.

    Verzamel op deze wijze 5 monsters per stal in een steriele pot of zak.

  • 3.

    Sluit iedere pot of zak direct na het vullen zorgvuldig.

  • 4.

    Voorzie elke pot of zak van een etiket met de volgende gegevens: datum en tijdstip van de monstername, stalnummer(s) en KIP-nummer.

5

Inzendformulier

Elke inzending moet vergezeld gaan van een inzendformulier met ten minste de volgende, duidelijk leesbare, gegevens. Indien deze gegevens geheel of gedeeltelijk op een andere manier al bij het laboratorium bekend zijn, dan hoeven deze niet opnieuw te worden doorgegeven:

  • 1.

    Afzender (n.a.w. + KIPnummer);

  • 2.

    Activiteit: vleeskuikenbedrijf;

  • 3.

    Stalnummer (indien meerder monsters in één zending ook duidelijk op monster aangeven wat het stalnummer is);

  • 4.

    Koppelnummer (niet verplicht);

  • 5.

    Geboortedatum stalkoppel;

  • 6.

    Type monster;

  • 7.

    Type onderzoek: Campylobacter;

  • 8.

    Monsternemer: pluimveehouder / dierenarts / GD / HOSOWO / slachterij / broederij / overig;

  • 9.

    Datum monsterneming.

Verzending mestmonsters

  • 1.

    De monsters worden binnen 24 uur nadat zij zijn genomen verzonden naar een door de voorzitter voor detectie van Campylobacter erkend laboratorium.

  • 2.

    De monsters moeten zodanig zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zodanig zijn geadresseerd dat voor de transporteur en het ontvangend laboratorium geen verwarring ontstaat.

7

UItslag

Na ontvangst van de uitslag van de detectie verstrekt de ondernemer daarvan binnen tien werkdagen een kopie aan de voorzitter. Bovendien verstrekt de ondernemer een kopie van de uitslag van de detectie de slachterij, ten minste 24 uur voordat het uitlaadkoppel en weglaadkoppel waarvan de monsters zijn genomen aan de slachterij worden afgeleverd.

8

Onderzoeksschema

Onderzoek op Campylobacter vindt bij elk vleeskuikenbedrijf twee maal per kalenderjaar plaats. In onderstaand schema is aangegeven wanneer de monsters genomen moeten worden. In geval van leegstand van de stal in één van de hieronder genoemde perioden, dient de ondernemer binnen een maand na opzet van een nieuw stalkoppel vleeskuikens een monstername in het kader van het onderzoek naar Campylobacter uit te voeren. Er dienen, ook in geval van tijdelijke leegstand, altijd twee onderzoeken per kalenderjaar, verspreid over het jaar, uitgevoerd te worden.

in de periode januari/februari/maart én

in de periode juli/augustus/september

Noord-Holland

Zeeland

Flevoland

Limburg

Groningen

Overijssel

in de periode april/mei/juni én

in de periode oktober/november/december

Zuid-Holland

Utrecht

Noord-Brabant

Friesland

Drenthe

Gelderland