Besluit van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 3 november 2011, houdende regels voor het nemen van monsters van eindproducten in de uitsnijderij (Besluit eindproductenmonsterneming in de uitsnijderij (PPE) 2011)

Besluit eindproductenmonsterneming in de uitsnijderij (PPE) 2011

Begripsbepalingen

Salmonellaonderzoek in de uitsnijderij

Artikel

2

Slotbepalingen

Artikel

3

Zoetermeer
B.J. Krouwel voorzitter B.M. Dellaert secretaris

Bijlage

Werkvoorschrift voor het uitvoeren van eindproductenmonsterneming in de slachterij

1

Definitie

Volgens de in dit werkvoorschrift beschreven methode wordt een monster genomen om de aan- of afwezigheid van Salmonella te bepalen en, indien van toepassing het serotype.

2

Aantal monsters

Van één eindproduct per dag wordt een monster genomen van 25 gram. Er moet minimaal eenmaal per week een monster van filet genomen worden, daarnaast per dag roulerend een ander monster van de eindproducten die door de uitsnijderij worden afgezet.

3

Werkwijze

Alle monsters worden genomen in de koel- of expeditieruimte nadat het product is versneden, vlak voordat het product wordt afgezet. Het monster wordt genomen aan het oppervlak van het eindproduct. Er wordt steriel gereedschap gebruikt en de monsternemer draagt voor het nemen van elk monster nieuwe steriele kunststof handschoenen.

4

Verzending

De monsters worden binnen 48 uur nadat zij zijn genomen verzonden naar een door de voorzitter voor detectie erkend laboratorium. De monsters moeten zodanig zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zodanig zijn geadresseerd dat voor de transporteur en het ontvangend laboratorium geen verwarring ontstaat.

De volgende informatie wordt per monster vermeld:

  • 1.

    naam + EG-nummer uitsnijderij

  • 2.

    slachtdatum

  • 3.

    identificatiecode (facultatief)

  • 4.

    type monster: filet, vleugel, poot of borstvel

  • 5.

    soort onderzoek: regulier Salmonella (inclusief eventuele serotypering)

5

Laboratorium

De monsters dienen te worden gedetecteerd door een voor detectie erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella, te worden geserotypeerd op alle typen Salmonella door een voor serotypering van Salmonella erkend laboratorium. De ondernemer zorgt ervoor dat het monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd. Als het voor detectie erkende laboratorium niet tevens is erkend voor serotypering of als dit laboratorium het serotype Salmonella niet kan bepalen, dan zal dit laboratorium het monster verzenden naar een voor serotypering erkend laboratorium, eventueel zonder actieve tussenkomst van de ondernemer. De ondernemer dient daarom het voor detectie erkende laboratorium duidelijk opdracht te geven dat indien de detectie van een monster Salmonella aantoont, dit monster onverwijld wordt geserotypeerd.