Wet van 9 februari 2012 tot wijziging van artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met het verduidelijken van het rechtsvermoeden van werkgeverschap

Wijzigingswet Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (verduidelijken rechtsvermoeden werkgeverschap)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is naar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreffende de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in artikel 18b tot een verduidelijking te komen van het rechtsvermoeden van het werkgeverschap;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Artikel

III

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, H. G. J. Kamp
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten