Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 8 februari 2012, nr. IENM/BSK-2011/177169, houdende vaststelling van de Scheepsafvalstoffen-regeling Rijn- en binnenvaart

Scheepsafvalstoffenregeling Rijn- en binnenvaart

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

2a

Paragraaf

2

Betaling van de afvalbeheerbijdrage

Artikel

4

De ECO-kaart is toepasbaar in het elektronische betalingssysteem SPE-CDNI, bedoeld in artikel 3.01, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling.

Artikel

5

Artikel

6

De gegevens, bedoeld in artikel 27 van het besluit, stelt de leverancier digitaal aan de Inspectie Leefomgeving en Transport ter beschikking.

Artikel

7

Artikel

8

Paragraaf

3

Olie-afgifteboekje

Artikel

9

Paragraaf

4

Nalenssysteem

Artikel

10

Het nalenssysteem van het schip voldoet aan aanhangsel II bij de Uitvoeringsregeling.

Paragraaf

5

Losstandaarden en lozing van water

Artikel

11

Artikel

12

Bij het laden worden in de vervoersdocumenten de naam en het viercijferige goederennummer van de goederensoort vermeld die in aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling, voor de desbetreffende goederensoort zijn aangegeven.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip:

  • a.

    lading wordt gelost, behorende tot een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel geen bijzondere behandeling is aangegeven dan wel waarvoor in die kolom een bijzondere behandeling is aangegeven, doch de voorzieningen voor de toepassing daarvan niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost;

  • b.

    voor de desbetreffende goederensoort in kolom 4 van de tabel geen losstandaard is aangegeven dan wel in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, doch voorzieningen voor bedrijfsriolering niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost; en

  • c.

    voor de desbetreffende goederensoort in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven, wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het lossen of het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, aldaar achtergelaten.

Artikel

17

Artikel

18

De artikelen 14, 15, 16, 17, alsmede artikel 47 van het besluit, zijn van overeenkomstige toepassing, indien uit een laadruim stukgoederen dan wel verpakte ladinggoederen of op pallets vervoerde goederen worden gelost en als gevolg van beschadigingen of lekkages lading, behorende tot een goederensoort als bedoeld in die artikelen, is vrijgekomen.

Artikel

19

Paragraaf

5a

Ontgassingsstandaarden

Artikel

20a

Indien in een ladingtank goederen zijn vervoerd waarvan de dampen overeenkomstig de ontgassingsstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel IIIa bij de Uitvoeringsregeling niet in de atmosfeer mogen worden geventileerd, wordt de ladingtank ontgast als bedoeld in dat aanhangsel, behoudens gevallen waarvoor in het besluit is bepaald dat ontgassing niet verplicht is.

Paragraaf

6

Losverklaring

Artikel

20b

Paragraaf

7

Boordzuiveringsinstallaties

Artikel

22a

Paragraaf

8

Slotbepalingen

Artikel

24

Een wijziging van de Uitvoeringsregeling gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.

Artikel

26

Deze regeling treedt in werking tegelijk met besluit van 22 februari 2012 houdende wijziging van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart in verband met de implementatie van internationale voorschriften.

Artikel

27

Deze regeling wordt aangehaald als: Scheepsafvalstoffenregeling Rijn- en binnenvaart.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen