Circulaire bijzondere opsporingsgelden

Houdende regels van de Minister van Veiligheid en Justitie inzake het toekennen en beschikbaar stellen van gelden ten behoeve van de financiële beloning van informanten, burgerinfiltranten, burgerpseudokopers, burgerpseudodienstverleners en tipgevers, alsmede voor het toekennen en beschikbaar stellen van toon-, pseudokoop-, opkoop- en andere bijzondere gelden ter ondersteuning van de opsporing.

Artikel

1

Begripsbepalingen

  • Tipgeld

    • a.

      Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor een informant, burgerinfiltrant, burgerpseudokoper of burgerpseudodienstverlener wegens door hem verstrekte inlichtingen of door hem verrichte diensten, die hebben geleid of mede hebben geleid tot de opheldering van een strafbaar feit.

    • b.

      Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor een informant, burgerinfiltrant, burgerpseudokoper of burgerpseudodienstverlener wegens door hem verstrekte concrete inlichtingen, die hebben geleid tot de inbeslagneming van contant geld dan wel ander waardevol (on)roerend goed, en welke inbeslagneming zonder die inlichtingen niet zou hebben kunnen plaatsvinden, voorzover het Openbaar Ministerie de ontneming dan wel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen contant geld dan wel ander waardevol (on)roerend goed vordert of heeft gevorderd, dan wel bij vonnis door de rechter is uitgesproken.

    • c.

      Geld dat, zonder dat de verstrekte inlichtingen of de verrichte diensten tot opheldering van een strafbaar feit hebben geleid, op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor een informant of een burgerinfiltrant in een geval dat:

      • i.

        het plegen van een strafbaar feit, op grond van veiligheidsrisico's of andere zwaarwegende belangen in opdracht van het openbaar ministerie door de politie is voorkomen;

      • ii.

        de met betrekking tot een strafbaar feit verstrekte inlichtingen het algemeen belang of een zwaarwegend economisch belang hebben gediend;

      • iii.

        de inlichtingen hebben geleid tot de opsporing van zaken van (nagenoeg) onvervangbare waarde;

      • iv.

        de informant of burgerinfiltrant in opdracht van het openbaar ministerie niet langer in een onderzoek kan worden gebruikt in verband met zijn veiligheid of met het afbreukrisico voor dit onderzoek;

      • v.

        de informant of burgerinfiltrant, gelet op de duur van het onderzoek waarin hij wordt gebruikt, naar het oordeel van het openbaar ministerie, een incidentele aanmoedigingspremie in de vorm van een voorschot op het naar verwachting toe te kennen tipgeld dient te worden verstrekt;

      • vi.

        op grond van prioriteitstelling door het openbaar ministerie, het tactisch onderzoek naar aanleiding van de verstrekte inlichtingen gedurende langere tijd wordt uitgesteld;

      • vii.

        de verstrekte inlichtingen hebben geleid tot een voltooide opkoop, zoals bedoeld in artikel 1, onder f. van deze regeling;

      • viii.

        de door specifieke bron(nen) verstrekte inlichtingen een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan een strategisch, tactisch en/of operationeel keuzedocument, of in een afgeschermde toelichting daarop, welke binnen het stuur- en weegmodel van het Openbaar Ministerie en de politie gezamenlijk, tot een concrete beslissing aanleiding heeft gegeven; of

      • ix

        de verstrekte inlichtingen hebben geleid tot de aanhouding van een gezochte en/of gesignaleerde verdachte of veroordeelde van een ernstig misdrijf.

  • d.

    Pseudokoop

    Hetgeen daaronder wordt verstaan in de artikelen 126i en 126q (politiële pseudokoop) en de artikelen 126ij en 126z (burgerpseudokoop) van het Wetboek van Strafvordering.

  • e.

    Beloning

    Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor een tipgever.

  • f.

    Opkopen

    Het met toestemming van de betrokken hoofdofficier van justitie, zonder strafvorderlijk oogmerk, kopen van een voor het leven of de gezondheid van personen bijzonder gevaarlijk goed, waarvan het ongecontroleerd bezit bovendien in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

  • g.

    Opkoopgeld

    Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor het opkopen van een goed.

  • h.

    Toongeld

    Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie voor bepaalde duur ter beschikking wordt gesteld om een infiltrant van een opsporingsdienst in staat te stellen blijk te geven van zijn belangstelling en kredietwaardigheid voor de aankoop van criminele goederen.

  • i.

    Onkosten- en uurvergoedingen

    De geldelijke vergoeding aan een informant of burgerinfiltrant ter goedmaking van of tegemoetkoming in de met machtiging van het Openbaar Ministerie en op verzoek van een opsporingsdienst met betrekking tot het inwinnen van criminele inlichtingen gemaakte onkosten of gewerkte uren.

  • j.

    Schadevergoeding

    De geldelijke vergoeding aan de burger die, in een geval waarop de Circulaire bijzondere opsporingsgelden ziet, bijstand heeft verleend aan de politie, ter goedmaking van of tegemoetkoming in geleden materiële schade met betrekking tot de normale lijfsgoederen, alsmede met betrekking tot een voertuig of een ander privé- eigendom, dat op verzoek van een opsporingsdienst en met machtiging van het openbaar ministerie met betrekking tot de bijstandsverlening is gebruikt.

Artikel

2

Soorten toe te kennen bijzondere opsporingsgelden

Artikel

3

Centrale registratie en jaaroverzicht bijzondere opsporingsgelden

Artikel

4

Geen toekenning of beschikbaarstelling van tipgeld

Onverminderd de overige voorwaarden die in deze circulaire aan de toekenning of beschikbaarstelling zijn gesteld, wordt geen tipgeld toegekend of beschikbaar gesteld indien:

  • a.

    blijkt dat de persoon die de inlichtingen heeft verstrekt als verdachte kan worden aangemerkt met betrekking tot de strafbare feiten waarover hij informeert;

  • b.

    drie of meer jaren zijn verstreken nadat de verstrekte inlichtingen voor tactisch gebruik bij proces-verbaal beschikbaar zijn gesteld dan wel nadat de diensten zijn verricht. Bij langlopende onderzoeken kan op deze termijn een uitzondering worden gemaakt op gemotiveerd verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie.

Artikel

5

Financiële beloning van informanten door derden

Artikel

6

Geen toekenning of beschikbaarstelling van een beloning

Onverminderd de overige voorwaarden die in deze circulaire aan de toekenning of beschikbaarstelling zijn gesteld, wordt geen beloning toegekend of beschikbaar gesteld indien:

  • a.

    blijkt dat de persoon die de inlichtingen heeft verstrekt als verdachte kan worden aangemerkt met betrekking tot de strafbare feiten waarover hij informeert; of

  • b.

    een met machtiging van de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket uitgeloofde beloning niet (tijdig) is gepubliceerd. Publicatie geschiedt door middel van een raambiljet van de betrokken hoofdofficier van justitie, vervaardigd en landelijk verspreid door Dienst IPOL van het KLPD. In plaats van of naast het gebruik van een raambiljet, kan publicatie, na voorafgaande toestemming van de behandelend ambtenaar van het Team Informatie en Operationele Coördinatie, ook plaatsvinden in een landelijk of regionaal televisieprogramma van een zendgemachtigde waarmee het Openbaar Ministerie een samenwerkingscontract voor de opsporingsberichtgeving heeft gesloten.

Artikel

7

Verplicht volgen aanvraagprocedures

Aanvragen voor de toekenning en beschikbaarstelling van de gelden, genoemd i,n artikel 2 van deze circulaire, worden afgehandeld overeenkomstig de procedure zoals voor het betreffende geval in de instructie van het Openbaar Ministerie is voorgeschreven.

Artikel

8

Verzoek tot herziening van een beslissing

Artikel

9

Inwerkingtreding

Deze circulaire treedt in werking op 1 januari 2011.

Artikel

10

Citeertitel

Deze circulaire kan worden aangehaald als: Circulaire bijzondere opsporingsgelden.

Den Haag
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,F.Teeven

Bijlage

1

Niet opgenomen.

Bijlage

2

Niet opgenomen.