Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 maart 2012, nr. BVE/387637, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende vergoeding op de bekostiging aan mbo-instellingen (Regeling prestatiebox mbo)

Regeling prestatiebox mbo

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het jaarlijks verstrekken van een aanvullende vergoeding op de bekostiging voor het realiseren van in deze regeling genoemde bijzondere beleidsdoelstelling.

Artikel

3

Subsidieplafond en verdelingswijze

Paragraaf

2

Subsidie ten behoeve van de beleidsdoelstelling voortijdig schoolverlaten

Artikel

4

Begripsbepalingen

Artikel

5

Doel

De aanvullende vergoeding op de bekostiging wordt verstrekt ten behoeve van de beleidsdoelstelling voortijdig schoolverlaten welke ten doel heeft het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 25.000 in het kalenderjaar 2016.

Artikel

7

Berekeningswijze aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters

De wijze waarop voor elk van de studiejaren 2012–2013 tot en met 2014–2015 per onderwijsinstelling het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt berekend is opgenomen in bijlage A bij deze regeling.

Artikel

8

Subsidieverstrekking

Artikel

9

Subsidieplafond

Artikel

10

Besteding van de subsidie

De aanvullende vergoeding op de bekostiging kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de onderwijsinstelling dan waarvoor deze aanvullende vergoeding wordt verstrekt. Terugvordering van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.

Artikel

11

Verdelingswijze

Artikel

12

Berekeningswijze vast bedrag

Artikel

13

Berekeningswijze variabel bedrag

Artikel

14

Geen aanvullende bekostiging

Artikel

15

Hardheidsclausule

Paragraaf

3

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

18

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2012.

Artikel

19

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling prestatiebox mbo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-Vliegenthart

Bijlage

A

behorende bij artikel 7 van de Regeling prestatiebox mbo

Berekeningswijze aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per mbo-instelling inzake het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters in de studiejaren 2012–2013 tot en met 2014–2015

Begripsbepalingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • a.

    teldatum: datum waarop het aantal inschrijvingen per onderwijsinstelling bij aanvang van het studiejaar wordt gemeten. Het betreft hier de datum van 1 oktober;

  • b.

    Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs: het Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs zoals bedoeld in artikel 7.52 van Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • c.

    vavo: het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs;

  • d.

    Examen resultaten register: de registratie door Dienst Uitvoering Onderwijs van examenresultaten in het voortgezet onderwijs op basis de Wet voortgezet onderwijs. Het Examen resultaten register omvat een overzicht van behaalde examenresultaten vanaf schooljaar 1998/1999. Vanaf schooljaar 2005/2006 zijn deze gegevens onderdeel van het basisregister;

  • e.

    startkwalificatie: diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • f.

    basisregister: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;

  • g.

    verlate startkwalificatie: startkwalificatie behaald zonder bekostigde inschrijving in de maanden oktober tot en met december volgend op de teldatum (t+1), na een bekostigde inschrijving op de teldatum (t);

  • h.

    niet-bekostigd voorgezet onderwijs: scholen die op grond van artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs zijn aangewezen;

  • i.

    niet-bekostigd middelbaar beroepsonderwijs: een instelling als bedoeld in artikel 1.4.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • j.

    Register vrijstellingen LPW: het register waarin onder andere de vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 5 en 15 van de Leerplichtwet staan geregistreerd. Dit register is juridisch en technisch in oprichting ten tijde van de ondertekening van het convenant.

  • k.

    register UWV: het register waar mensen met een baan geregistreerd staan;

  • l.

    Registers van politie en defensie: de registers waarin de deelnemers aan politieschool en defensieopleidingen geregistreerd staan;

  • m.

    Examenregister: het register waar het aantal behaalde startkwalificaties geregistreerd staat;

  • n.

    schooljaar, studiejaar of collegejaar: het jaar waarin de student staat ingeschreven dat loopt van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend.

Berekeningswijze voor het middelbaar beroepsonderwijs

Voor het middelbaar beroepsonderwijs wordt het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in drie categorieën ingedeeld: mbo-niveau 1, mbo-niveau 2 en mbo-niveaus 3 en 4. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters (tot 23 jaar) uit het vavo-onderwijs, niet zijnde de Rutte-leerlingen, wordt wel geteld per mbo-instelling, maar dit aantal wordt niet beoordeeld in het kader van de prestatiesubsidies. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters uit het vavo telt wel mee in het landelijk gepresenteerde cijfer.

Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per categorie per studiejaar in het middelbaar beroepsonderwijs wordt door de minister berekend op basis van de volgende formule:

X = A – B – (C1+C2+C3+C4+C5+C6+C7+C8+C9+C10) – (D1+D2+D3+D4+D5)

Waarbij:

X = Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per categorie per studiejaar (t) in het middelbaar beroepsonderwijs;

A = (ook wel startpopulatie genoemd) het aantal jongeren in de leeftijd tot 22 jaar dat op de teldatum van het studiejaar (t) door de onderwijsinstelling als deelnemer is ingeschreven per categorie in het middelbaar beroepsonderwijs en voor bekostiging wordt meegeteld;

B = Het aantal jongeren onder A dat tijdens het studiejaar (t) is overleden of geëmigreerd voor teldatum t + 1. Deze gegevens worden ontleend aan de gemeentelijke basisadministratie.

C = Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daaropvolgende studiejaar (t + 1) nog een opleiding volgt of een vrijstelling van inschrijving heeft gekregen op grond van de artikelen 5 en 15 van de Leerplichtwet. Het kan dezelfde of een andere (beroeps)opleiding betreffen aan dezelfde of een andere bekostigde instelling dan wel vervolgonderwijs betreffen. C is de som van:

  • C1: Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daaropvolgende studiejaar t + 1 is ingeschreven als deelnemer in het middelbaar beroepsonderwijs en voor bekostiging wordt meegeteld. Dit op basis van gegevens zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C2: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van studiejaar t + 1 is ingeschreven in het hoger onderwijs zoals geregistreerd in het Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs;

  • C3: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van studiejaar t + 1 als leerling in het voortgezet onderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C4: Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van studiejaar t + 1 als vavo-deelnemer is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C5: Het aantal jongeren onder A dat op teldatum van studiejaar t + 1 als leerling in het niet-bekostigd voorgezet onderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C6: Het aantal jongeren onder A dat op teldatum van studiejaar t + 1 als deelnemer in het niet-bekostigd middelbaar beroepsonderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C7: Het aantal jongeren onder A dat op teldatum van studiejaar t + 1 onder de vrijstellingen van de artikelen 5 en 15 van de Leerplichtwet valt en als zodanig bevestigd door de leerplichtambtenaar in het register vrijstellingen LPW;

  • C8: Het aantal jongeren onder A dat op teldatum van studiejaar t + 1 geregistreerd staat bij de Dienst Justitiële inrichtingen in het basisregister;

  • C9: Het aantal jongeren onder A dat op teldatum van studiejaar t + 1 als deelnemer aan de politieschook of defensieopleidingen is ingeschreven op basis van registers van politie en defensie;

  • C10: Het aantal jongeren onder A dat op teldatum van studiejaar t + 1 als leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs of praktijkonderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd het basisregister;

D = Het aantal jongeren onder A dat een startkwalificatie heeft behaald. D is de som van:

  • D1: het aantal jongeren onder A dat gedurende studiejaar (t) een startkwalificatie heeft behaald zoals geregistreerd in het basisregister;

  • D2: het aantal jongeren onder A dat in de periode vanaf 2004 tot aan studiejaar (t) al een startkwalificatie heeft behaald in het middelbaar beroepsonderwijs zoals geregistreerd in het basisregister. Het basisregister omvat een overzicht van behaalde mbo-diploma’s vanaf kalenderjaar 2004. Eerder in het mbo behaalde diploma’s zijn niet in het basisregister geregistreerd;

  • D3: het aantal jongeren onder A dat in de periode vanaf studiejaar 1998–1999 tot studiejaar (t) voorafgaand aan de inschrijving op het middelbaar beroepsonderwijs of de vavo een startkwalificatie heeft behaald zoals geregistreerd in het Examen resultaten register of basisregister.

  • D4: Het aantal jongeren onder A dat gedurende de eerste drie maanden na de teldatum (t+1) een startkwalificatie heeft behaald zoals geregistreerd in het examenregister (de zogenoemde verlate startkwalificatie);

  • D5: Het aantal jongeren onder A dat op teldatum van studiejaar t + 1 een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, heeft behaald en geregistreerd staat als werkende in het register van het UWV.

Toelichting

Met behulp van het basisregister wordt per categorie het aantal jongeren bepaald dat aan het begin van een studiejaar bij een bekostigde mbo-instelling is ingeschreven en aangemeld is voor bekostiging (aantal deelnemers tot 22 jaar op peildatum 1 oktober jaar t). Deze groep wordt de startpopulatie genoemd. Vervolgens wordt van deze jongeren nagegaan of bij aanvang van het daaropvolgend schooljaar (peildatum 1 oktober jaar t+1) zij:

  • nog steeds een opleiding volgen in het bekostigd of niet-bekostigd onderwijs;

  • geen opleiding meer volgen maar wel inmiddels een startkwalificatie hebben behaald of aan de voorwaarden (mbo-niveau 1 + baan) voldoen om als zodanig te worden aangemerkt;

  • geen opleiding meer volgen, geen vrijstelling van inschrijving hebben gekregen, niet overleden of geëmigreerd zijn en geen startkwalificatie hebben.

Deze laatste groep wordt beschouwd als het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters van de betreffende school gedurende het schooljaar per categorie.

Deze vernieuwde berekeningsmethode behorende bij deze regeling wordt vanaf het voorjaar van 2014 ook gebruikt om de Tweede Kamer te informeren over de resultaten van voortijdig schoolverlaten.

Indien de jongere binnen het schooljaar gedurende korte tijd is uitgevallen maar ook weer binnen korte tijd in een andere opleiding en/of op een andere onderwijsinstelling is ingestroomd, wordt deze niet als nieuwe voortijdig schoolverlater gerekend van de school waar de jongere bij aanvang van het schooljaar was ingeschreven. Immers aan het begin van het nieuwe schooljaar volgt deze jongere weer onderwijs. Dit betekent dat een onderwijsinstelling naast preventie van uitval ook belang heeft om er voor te zorgen dat wanneer een jongere toch uitvalt deze jongere te helpen een andere opleiding of onderwijsinstelling te vinden voor het volgende peilmoment op 1 oktober.

Berekeningswijze aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per vo-school inzake het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters in de studiejaren 2012/2013 tot en met 2014/2015

Begripsbepalingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Berekeningswijze voor het voortgezet onderwijs

Voor het voortgezet onderwijs wordt het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in drie categorieën ingedeeld: onderbouw (inclusief brug 3), bovenbouw vmbo (inclusief vm2) en bovenbouw havo/vwo. De Rutte-leerlingen die uitbesteed zijn aan het vavo blijven ingeschreven staan bij de vo-school en tellen als zodanig mee bij de vo-school als leerling en mogelijk als nieuwe voortijdig schoolverlater.

Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per vo-school per categorie per schooljaar (t) wordt door de minister berekend op basis van de volgende formule:

X = A – B – (C1+C2+C3+C4+C5+C6+C7+C8+C9+C10) – (D1+D2)

Waarbij:

X = Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per vo-school per categorie per schooljaar (t) in het voortgezet onderwijs

A = (ook wel startpopulatie genoemd) het aantal jongeren per categorie in de leeftijd tot 22 jaar dat op de teldatum bij aanvang van het schooljaar (t) door de onderwijsinstelling:

  • als leerling is ingeschreven en voor bekostiging in het voortgezet onderwijs wordt meegeteld;

  • het geen leerlingen betreft aan het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;

  • het geen leerlingen betreft die bekend staan als eerstejaars nieuwkomers conform de Regeling Leerplusarrangement VO, Nieuwkomers VO en eerste opvang Vreemdelingen 2009; en

  • het geen leerlingen betreft aan de Engelse Stroom of Internationaal Baccelaureaat.

B = Het aantal jongeren onder A dat tijdens het schooljaar (t) is overleden of geëmigreerd voor teldatum t + 1. Deze gegevens worden ontleend aan de gemeentelijke basisadministratie.

C = Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum bij aanvang van het daaropvolgende schooljaar (t + 1) nog een opleiding volgt of een vrijstelling van inschrijving heeft gekregen op grond van de artikelen 5 en 15 van de Leerplichtwet. De opleiding kan dezelfde of een andere (beroeps)opleiding zijn aan dezelfde of een andere instelling dan wel vervolgonderwijs betreffen. C is de som van:

  • C1:

    het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daaropvolgende schooljaar (t + 1) nog steeds is ingeschreven als leerling in het voortgezet onderwijs op basis van gegevens zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C2:

    het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t + 1 als deelnemer is ingeschreven en voor bekostiging wordt meegeteld in het middelbaar beroepsonderwijs en als zodanig geregistreerd in het basisregister;

  • C3:

    het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t + 1 als vavo-deelnemer is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C4:

    het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t + 1 is ingeschreven in het hoger onderwijs zoals geregistreerd in het Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs;

  • C5:

    het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t + 1 als leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs of praktijkonderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C6:

    het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t + 1 als leerling in het niet-bekostigd voorgezet onderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C7:

    het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t + 1 als deelnemer in het niet-bekostigd middelbaar beroepsonderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

  • C8:

    het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t + 1 onder de vrijstellingen van de artikelen 5 en 15 van de Leerplichtwet valt en als zodanig bevestigd door de leerplichtambtenaar in het register vrijstellingen LPW;

  • C9:

    het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t + 1 geregistreerd staat bij de Dienst Justitiële inrichtingen in het basisregister;

  • C10:

    het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t +1 als leerling aan de politieschool of defensieopleidingen is ingeschreven en als zodanig in het register politie en defensie staat.

D = Het aantal jongeren onder A dat gedurende schooljaar (t) is uitgeschreven met een startkwalificatie. D is de som van:

  • D1:

    het aantal jongeren onder A dat gedurende schooljaar (t) een startkwalificatie heeft behaald zoals geregistreerd in het basisregister;

  • D2:

    het aantal jongeren onder A dat in de periode vanaf begin 1998/1999 tot aan schooljaar (t) reeds een startkwalificatie heeft behaald in het voortgezet onderwijs zoals geregistreerd in het Examen resultaten register of in het basisregister.

Toelichting

Met behulp van het basisregister onderwijs wordt per categorie het aantal jongeren bepaald dat aan het begin van een schooljaar bij een bekostigde vo-school is ingeschreven en aangemeld is voor bekostiging (aantal deelnemers tot 22 jaar op peildatum 1 oktober jaar t). Deze groep wordt de startpopulatie genoemd. Vervolgens wordt van deze jongeren nagegaan of bij aanvang van het daaropvolgend schooljaar (peildatum 1 oktober jaar t+1) zij:

  • nog steeds een opleiding volgen in het bekostigd of niet-bekostigd onderwijs;

  • geen opleiding meer volgen maar wel inmiddels een startkwalificatie hebben behaald;

  • geen opleiding meer volgen, geen vrijstelling van inschrijving hebben gekregen, niet overleden of geëmigreerd zijn en geen startkwalificatie hebben.

Deze laatste groep wordt beschouwd als het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters van de betreffende school gedurende het schooljaar per categorie.

Deze vernieuwde berekeningsmethode behorende bij deze regeling wordt vanaf het voorjaar van 2014 ook gebruikt om de Tweede Kamer te informeren over de resultaten van voortijdig schoolverlaten.

In het (voortgezet) speciaal onderwijs is sinds enige tijd ook het onderwijsnummer ingevoerd. Echter deze leerlingen worden grotendeels niet opgeleid met het oogmerk een startkwalificatie te halen. Daarom worden deze onderwijstypen in de berekeningsmethode buiten de startpopulatie gehouden. Na de convenantsperiode 2012–2015 kan deze aanpak worden herzien. De uitstroom vanuit het reguliere onderwijs naar het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt niet langer als nieuwe voortijdig schoolverlater geteld.

Indien de jongere binnen het schooljaar gedurende korte tijd is uitgevallen maar ook weer snel in een andere opleiding en/of op een andere onderwijsinstelling is ingestroomd, wordt deze niet als nieuwe voortijdig schoolverlater gerekend van de school waar de jongere bij aanvang van het schooljaar was ingeschreven. Immers aan het begin van het nieuwe schooljaar volgt deze jongere weer onderwijs. Dit betekent dat een onderwijsinstelling naast preventie van uitval ook belang heeft om er voor te zorgen dat wanneer een jongere toch uitvalt deze jongere te helpen een andere opleiding of onderwijsinstelling te vinden voor de volgende peildatum van 1 oktober.

Het convenant richt zich op het behalen van een startkwalificatie. Dit is minimaal een mbo-niveau 2, havo- of vwo-diploma. De vmbo-leerlingen die een diploma hebben behaald maar zich voor het volgende schooljaar niet inschrijven bij het mbo of havo blijven wel geteld worden als nieuwe voortijdig schoolverlater van de vo-school. Uit dit oogpunt heeft de vo-school er belang bij om jongeren met een vmbo-diploma te stimuleren zich in te schrijven voor een vervolgopleiding.