Artikel
1
In deze verordening wordt overgenomen de terminologie van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel en wordt verstaan onder:
|
a. |
aankoopwaarde: |
het totaal van de bruto inkoopfactuurbedragen van in Nederland aangekochte bloemkwekerijproducten exclusief BTW. |
|
b. |
bloemkwekerijproducten: |
siergewassen en hydrocultuur, met uitzondering van teeltmateriaal en bloemzaden. |
|
c. |
siergewassen: |
gewassen voor de sier in blad-, bloem- of vruchtendragende toestand in hun geheel of gedeeltelijk, in hun geheel of gedeeltelijk, met uitzondering van:
|
|
d. |
hydrocultuur: |
siergewassen die bestemd zijn voor gebruik in plantenbakken of potten, waarbij de plant met zijn wortels houvast heeft in poreuze korrels in een bak of pot, met daarin een laag water en voedingsstoffen; |
|
e. |
teeltmateriaal: |
planten en plantendelen, die bestemd zijn voor de teelt van bloemkwekerijproducten, of om ter vermeerdering te dienen dan wel daartoe gebruikt worden; |
|
f. |
telersvereniging: |
een samenwerkingsverband van producenten van bloemkwekerijproducten; |
|
g. |
onderneming: |
een onderneming als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b. van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel; |
|
h. |
ondernemer: |
de natuurlijke persoon of rechtspersoon of een niet rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap die gedurende enige periode in 2012 een onderneming drijft of heeft gedreven; |
|
i. |
veiling: |
een organisatie die bemiddelt bij aan- en verkopen van bloemkwekerijproducten. |
|
j. |
commissie: |
de Commissie bloemkwekerijproducten van het hoofdbedrijfschap als ingesteld in artikel 5 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel; |
|
k. |
secretaris: |
de secretaris van de commissie. |