Artikel
1
In deze regeling wordt onder verstaan wet: Wegenverkeerswet 1994.
Besluit:
In deze regeling wordt onder verstaan wet: Wegenverkeerswet 1994.
Als richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, bedoeld in artikel 151b, onderdeel a, van de wet, wordt aangewezen: richtlijn nr. 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en richtlijn nr. 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van richtlijn nr. 76/914/EEG van de Raad (PbEU 2003, L 226).
Vervallen
Het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie C1 bestaat uit:
een theorietoets module 1-C1 over de onderwerpen uit bijlage II, onderdeel I, onder B, onder 8, bij richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU 2006, L 403);
een theorietoets module 2-C over de onderwerpen uit bijlage I, deel 1, onderdelen 1 en 2, bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders; en
een theorietoets module 3-C over de onderwerpen uit bijlage I, deel 1, onderdeel 3, bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
Het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie C bestaat uit:
een theorietoets module 1-C over de onderwerpen uit bijlage II, onderdeel I, onder B, onder 8, bij richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU 2006, L 403);
een theorietoets module 2-C over de onderwerpen uit bijlage I, deel 1, onderdelen 1 en 2, bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders; en
een theorietoets module 3-C over de onderwerpen uit bijlage I, deel 1, onderdeel 3, bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
Het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie D1 bestaat uit:
een theorietoets module 1-D1 over de onderwerpen uit bijlage II, onderdeel I, onder B, onder 8, bij richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU 2006, L 403);
een theorietoets module 2-D over de onderwerpen uit bijlage I, deel 1, onderdelen 1 en 2, bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders; en
een theorietoets module 3-D over de onderwerpen uit bijlage I, deel 1, onderdeel 3, bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
Het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie D bestaat uit:
een theorietoets module 1-D over de onderwerpen uit bijlage II, onderdeel I, onder B, onder 8, bij richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU 2006, L 403);
een theorietoets module 2-D over de onderwerpen uit bijlage I, deel 1, onderdelen 1 en 2, bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders; en
een theorietoets module 3-D over de onderwerpen wetgeving, uit bijlage I, deel 1, onderdeel 3, bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
Bij de theorietoets module 1-C1 zijn de artikelen 1 tot en met 5 en 7a van de Regeling eisen theorie-examens rijbewijscategorieën C1 en C van overeenkomstige toepassing.
Bij de theorietoets module 1-C zijn de artikelen 6 en 7a van de Regeling eisen theorie-examens rijbewijscategorieën C1 en C van overeenkomstige toepassing.
Bij de theorietoetsen module 2-C en module 3-C wordt getoetst of de aanvrager grondige kennis bezit van:
de risico’s die het besturen van het motorvoertuig met zich meebrengt;
de veiligheidsaspecten bij het gebruik van het motorvoertuig;
de milieuaspecten die het gevolg zijn van het gebruik van het motorvoertuig;
de voor de beroepsuitoefening relevante bepalingen in de vervoerswetgeving;
de voor de beroepsuitoefening relevante bepalingen van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer;
de wijze waarop lading veilig vervoerd moet worden;
de veiligheidsaspecten bij de beroepsuitoefening;
de wijze waarop de beroepschauffeur kan bijdragen aan het goede imago van de door hem vertegenwoordigde branche;
de markt van het goederenvervoer.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs voor de rijbewijscategorie C1 respectievelijk C dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur verwerft het theorie-examen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C1 respectievelijk C door met goed gevolg de theorietoetsen module 2-C en module 3-C af te leggen.
Vervallen
Bij de theorietoets module 1-D1 zijn de artikelen 1 tot en met 6 en 8a van de Regeling eisen theorie-examens rijbewijscategorieën D1 en D van overeenkomstige toepassing.
Bij de theorietoets module 1-D zijn de artikelen 7 en 8a van de Regeling eisen theorie-examens rijbewijscategorieën D1 en D van overeenkomstige toepassing.
Bij de theorietoetsen module 2-D en module 3-D wordt getoetst of de aanvrager grondige kennis bezit van:
de risico’s die het besturen van het motorvoertuig met zich meebrengt;
de veiligheidsaspecten bij het gebruik van het motorvoertuig;
de milieuaspecten die het gevolg zijn van het gebruik van het motorvoertuig;
de voor de beroepsuitoefening relevante bepalingen in de vervoerswetgeving;
de voor de beroepsuitoefening relevante bepalingen van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer;
de wijze waarop personen en bijbehorende lading veilig vervoerd moeten worden;
de veiligheidsaspecten bij de beroepsuitoefening;
de wijze waarop de beroepschauffeur kan bijdragen aan het goede imago van de door hem vertegenwoordigde branche;
de markt van het personenvervoer.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs voor de rijbewijscategorie D1 respectievelijk D dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur verwerft het theorie-examen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D1 respectievelijk D door met goed gevolg de theorietoetsen module 2-D en module 3-D af te leggen.
Vervallen
Het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorieën C1, E bij C1, D1 en E bij D1 bestaat uit het afleggen van:
een rijproef van ten minste 60 minuten, die geïntegreerd wordt afgelegd met het praktijkexamen voor het rijbewijs C1, D1, E bij C1 of E bij D1, bedoeld in de artikelen 72a, 73a, 75a of 76a van het Reglement rijbewijzen;
een praktijktoets vakbekwaamheid 1, in de vorm van een praktische test van ten minste 30 minuten gericht op onder andere beroepshouding en veiligheid, en
een praktijktoets vakbekwaamheid 2, in de vorm van een praktische test van ten minste 30 minuten op een besloten terrein of in een simulator gericht op de controle van het motorvoertuig.
Het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorieën C, E bij C, D en E bij D bestaat uit het afleggen van:
een rijproef van ten minste 60 minuten, die geïntegreerd met het praktijkexamen voor het rijbewijs C, E bij C, D of E bij D, bedoeld in de artikelen 73, 74, 76 en 77 van het Reglement rijbewijzen wordt afgelegd;
een praktijktoets vakbekwaamheid 1, in de vorm van een praktische test van ten minste 30 minuten gericht op onder andere beroepshouding en veiligheid, en
een praktijktoets vakbekwaamheid 2, in de vorm van een praktische test van ten minste 30 minuten op een besloten terrein of in een simulator gericht op de controle van het motorvoertuig.
Bij de praktijktoets vakbekwaamheid 1 voor rijbewijscategorie C1, C, E bij C1 en E bij C wordt getoetst of de aanvrager in staat is:
de veiligheidsvoorschriften toe te passen die van belang zijn bij het laden en lossen en vastzetten van lading;
criminaliteit en illegaliteit te voorkomen;
fysieke risico’s te voorkomen tijdens de werkzaamheden en het tillen, verplaatsen en vastzetten van lading;
passende maatregelen bij noodsituaties te nemen en het Europese schadeformulier in te vullen.
Bij de praktijktoets vakbekwaamheid 1 voor de rijbewijscategorieën D1, D, E bij D1 en E bij D wordt getoetst of de aanvrager in staat is:
over een juiste beroepshouding te beschikken;
de veiligheidsvoorschriften toe te passen die van belang zijn bij het in- en uitladen van bagage;
criminaliteit en illegaliteit te voorkomen;
fysieke risico’s te voorkomen tijdens de werkzaamheden en tijdens het in- en uitladen van bagage;
passende maatregelen bij noodsituaties te nemen en het Europese schadeformulier in te vullen.
Bij de praktijktoets vakbekwaamheid 2 voor de rijbewijscategorieën C1, C, E bij C1, E bij C, D1, E bij D1, D of E bij D wordt getoetst of de aanvrager in staat is de controle over het voertuig bij verschillende situaties te hebben.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie C1 of E bij C1 dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C1 door met goed gevolg de in artikel 13, eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde praktijktoetsen voor de rijbewijscategorie C1 af te leggen.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie D1 of E bij D1, D of E bij D dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D door met goed gevolg de in artikel 13, eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde praktijktoetsen voor de rijbewijscategorie D1 af te leggen.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie C of E bij C dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C door met goed gevolg de in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde praktijktoetsen voor de rijbewijscategorie C af te leggen.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie D of E bij D dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D door met goed gevolg de in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde praktijktoetsen voor de rijbewijscategorie D af te leggen.
Het CBR wijst rij-instructeurs aan tot het afnemen van praktijktoetsen ingevolge artikel 156n van het Reglement rijbewijzen door middel van het aanwijzen van een opleidingscentrum in opdracht waarvan een rij-instructeur de praktijktoetsen afneemt.
De eisen van de toetsen, bedoeld in de artikelen 7, 10, 15, 16 en 17, worden nader uitgewerkt door het CBR. Deze eisen worden bekendgemaakt op de website van het CBR.
Een aanvrager die in het bezit is van:
het getuigschrift van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 5 van de Regeling wegvervoer goederen,
het getuigschrift van vakbekwaamheid voor binnenlands beroepsvervoer, afgegeven door de Stichting Examenbureau Beroepsvervoer voor 1 mei 2009, of
het getuigschrift van vakbekwaamheid voor grensoverschrijdend beroepsvervoer, afgegeven door de Stichting Examenbureau Beroepsvervoer voor 1 mei 2009,
is vrijgesteld van de theorietoets module 3-C voor rijbewijscategorie C1 of C.
Een aanvrager die in het bezit is van:
het diploma B voor rijbewijscategorie C, afgegeven door de Contactcommissie Chauffeurs Vakbekwaamheid voor 10 september 2009, of
het diploma of het praktijkgetuigschrift voor rijbewijscategorie C, afgegeven door de Stichting Vakopleiding Transport en Logistiek voor 10 september 2009,
is vrijgesteld van de theorietoetsen module 2-C en module 3-C voor rijbewijscategorie C1 of C.
Een aanvrager die in het bezit is van het getuigschrift, bedoeld in artikel 27 van het Besluit personenvervoer 2000, is vrijgesteld van de theorietoets module 3-D voor rijbewijscategorie D1 of D.
Vervallen
De bewijsstukken, bedoeld in artikel 156t, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen, tonen aan dat de bestuurder gedurende een bepaald aantal uren door de bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat gecertificeerde nascholing heeft gevolgd.
Een erkenning als opleidingscentrum voor het geven van een in het raamwerk, bedoeld in artikel 156s, derde lid, van het Reglement rijbewijzen, bepaalde nascholingscursus wordt verleend door het CBR.
Om voor erkenning in aanmerking te komen voldoen de opleidingscentra aan de volgende eisen:
de aangeboden nascholingscursussen zijn door het CBR gecertificeerd overeenkomstig artikel 26 en voldoen aan de in het eerste lid van dat artikel opgenomen eisen;
het opleidingscentrum draagt er zorg voor dat de nascholingscursussen in een daarvoor geschikte locatie worden gegeven;
het opleidingscentrum overlegt het te gebruiken lesmateriaal;
het opleidingscentrum draagt zorg voor de actualiteit van de bij het CBR bekende gegevens;
het opleidingscentrum controleert de legitimatie van deelnemers van nascholingscursussen;
het opleidingscentrum biedt de nascholingscursussen aan in de daarvoor aangemelde locatie;
het opleidingscentrum voert een juiste administratie;
het opleidingscentrum handelt in overeenstemming met andere uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.
Nascholingscursussen komen voor certificering in aanmerking indien is voldaan aan de volgende eisen:
het opleidingsprogramma van de cursus bevat een duidelijke beschrijving van de leerstof;
het lesprogramma en de leerstof van de cursus vormen een uitwerking van de onderwerpen genoemd in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders;
het opleidingsprogramma bevat een overzicht van de kwalificaties van de voor die cursus in te zetten nascholingsdocenten en -instructeurs;
het opleidingsprogramma geeft voldoende inzicht in de toe te passen lesmethoden;
het opleidingsprogramma geeft voldoende inzicht in het te gebruiken lesmateriaal alsmede van de te gebruiken voertuigen en simulatoren;
de nascholingsdocenten en -instructeurs voldoen aan de eisen zoals deze per nascholingscursus zijn gedefinieerd in het raamwerk van nascholingscursussen, bedoeld in artikel 156s, derde lid, van het Reglement rijbewijzen;
het voor de praktijklessen gebruikte wagenpark voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 27;
de bij een nascholingscursus te gebruiken simulatoren voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 156z van het Reglement rijbewijzen;
de cursus wordt uitgevoerd conform de bij de aanvraag gevoegde documenten en de eisen, zoals deze zijn gedefinieerd in het raamwerk van nascholingscursussen, bedoeld in artikel 156s, derde lid, van het Reglement rijbewijzen.
Degene die praktische nascholing als bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders geeft en geen certificaat voor het geven van rijonderricht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 bezit, dient in het bezit te zijn van een certificaat praktijktrainer nascholing.
Het certificaat praktijktrainer nascholing wordt op aanvraag door het CBR tegen betaling van het door die instantie ter zake van de kosten van het certificaat vastgestelde tarief afgegeven aan degene die:
in de acht jaar voorafgaand aan het examen praktijktrainer nascholing ten minste vijf jaar werkzaam is geweest als chauffeur of praktijktrainer nascholing in de motorrijtuigcategorie waarvoor het examen praktijktrainer nascholing is afgelegd;
een ingevolge artikel 12b, tweede lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 gecertificeerde cursus met betrekking tot coaching en feedback geven heeft gevolgd; en
het examen praktijktrainer nascholing met goed gevolg heeft afgelegd.
Het certificaat praktijktrainer nascholing is overeenkomstig het model in bijlage 1 bij deze regeling.
Het CBR houdt een register betreffende de afgifte van certificaten praktijktrainer nascholing en verwerkt daarvoor gegevens betreffende de aanvragen van examens praktijktrainer nascholing en de afgifte van certificaten, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van deze paragraaf.
De in het eerste lid bedoelde gegevens zijn in ieder geval:
geslachtsnaam, voorvoegsels, voornamen voluit, voorletters van eventuele overige voornamen, geboortedatum, geslacht en burgerservicenummer van de desbetreffende persoon;
op verzoek van de desbetreffende persoon diens adellijke titel of predikaat;
adres van de desbetreffende persoon;
telefoonnummer en e-mailadres van de desbetreffende persoon;
kandidaatnummer van het CBR van de desbetreffende persoon;
werkervaring in jaren van de desbetreffende persoon;
naam, contactgegevens en bankrekeningnummer van de huidige werkgever van de desbetreffende persoon; en
indien opgegeven ter voldoening aan artikel 26a, tweede lid, onderdeel a, naam en contactgegevens van vorige werkgevers van de desbetreffende persoon.
Bij de aanvraag van een certificaat praktijktrainer nascholing raadpleegt het CBR de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden bewaard tot één jaar na de einddatum van de geldigheidsduur van het certificaat. Indien geen certificaat is afgegeven worden de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, bewaard tot één jaar na de datum waarop een aangevraagd examen heeft plaatsgevonden. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, worden bewaard tot het moment waarop ten genoegen van het CBR is aangetoond dat de aanvrager voldoet aan artikel 26a, tweede lid, onderdeel a.
Aan degene aan wie reeds een certificaat praktijktrainer nascholing is afgegeven wordt op aanvraag door het CBR tegen betaling van het door die instantie ter zake van de kosten van het certificaat praktijktrainer nascholing vastgestelde tarief een vervangend of nieuw certificaat praktijktrainer nascholing afgegeven.
Een vervangend certificaat praktijktrainer nascholing wordt afgegeven voor de resterende geldigheidsduur van het reeds afgegeven certificaat praktijktrainer nascholing.
Een nieuw certificaat praktijktrainer nascholing wordt afgegeven als de aanvrager opnieuw een cursus als bedoeld in artikel 26a, tweede lid, onderdeel b, heeft gevolgd en opnieuw het examen praktijktrainer nascholing met goed gevolg heeft afgelegd.
De einddatum van de geldigheidsduur van het nieuwe certificaat praktijktrainer nascholing is:
de einddatum die is vermeld op het reeds afgegeven certificaat praktijktrainer nascholing vermeerderd met vijf jaar, indien het examen praktijktrainer nascholing is afgelegd in de twaalf maanden voorafgaand aan de einddatum die is vermeld op het reeds afgegeven certificaat praktijktrainer nascholing;
de datum waarop het examen praktijktrainer nascholing met goed gevolg is afgelegd vermeerderd met vijf jaar, indien het examen praktijktrainer nascholing is afgelegd meer dan twaalf maanden voorafgaand aan of na de einddatum die is vermeld op het reeds afgegeven certificaat praktijktrainer nascholing.
Een motorrijtuig dat gebruikt wordt voor nascholingscursussen voor rijbewijscategorie C1 is een voertuig als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder f, van het Reglement rijbewijzen.
Een motorrijtuig dat gebruikt wordt voor nascholingscursussen voor rijbewijscategorie C is een voertuig als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder g, van het Reglement rijbewijzen.
Een motorrijtuig dat gebruikt wordt voor nascholingscursussen voor rijbewijscategorie D1 is een voertuig als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder h, van het Reglement rijbewijzen.
Een motorrijtuig dat gebruikt wordt voor nascholingscursussen voor rijbewijscategorie D is een voertuig als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder i, van het Reglement rijbewijzen.
Met het toezicht op de naleving van artikel 156n, de paragrafen 9 en 10 van hoofdstuk VIIA van het Reglement rijbewijzen en artikel 26 van deze regeling zijn belast de personen die door het CBR zijn belast met het toezicht op de erkenning van opleidingscentra en onder de verantwoordelijkheid van het CBR fungeren.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
De Regeling vakbekwaamheid bestuurders wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A tot en met L, van de wet van 26 januari 2012 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de implementatie van de derde rijbewijsrichtlijn (Stb. 2012, 39) in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
(bijlage als bedoeld in artikel 26c, eerste lid, van de Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012)
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen