Besluit tot vaststelling van beleidsregels ten aanzien van trillinghinder ten behoeve van de vaststelling van tracébesluiten voor de aanleg, wijziging of het opnieuw in gebruik nemen van een landelijke spoorweg (Beleidsregel trillinghinder spoor)

Beleidsregel trillinghinder spoor

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Besluit:

Artikel

1

definitiebepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • A1: streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax;

  • A2: grenswaarde voor de trillingssterkte Vmax;

  • A3: grenswaarde voor de trillingssterkte Vper;

  • bestaande situatie: referentiesituatie waarin reeds sprake is van trillingen als gevolg van railverkeer;

  • nieuwe situatie: referentiesituatie waarin geen sprake is van trillingen als gevolg van railverkeer;

  • plansituatie: situatie als gevolg van de ingebruikneming van de infrastructuur die aangelegd of gewijzigd is of opnieuw in gebruik is genomen op basis van het tracébesluit;

  • referentiesituatie: situatie voor uitvoering van het tracébesluit;

  • SBR-richtlijn B: Meet- en beoordelingsrichtlijn trillingen van de Stichting Bouwresearch, deel B, Hinder voor personen in gebouwen, uitgave augustus 2002;

  • tracébesluit: een besluit tot aanleg, wijziging of het opnieuw in gebruik nemen van een landelijke spoorweg als bedoeld in de Tracéwet;

  • Vmax: de maximale trillingssterkte zoals gedefinieerd in paragraaf 5.3 van de SBR-richtlijn B en nader omschreven in hoofdstuk 9 van die richtlijn, met dien verstande dat voor de meettechnische bepaling van de waarde van Vmax de procedure wordt gevolgd, die opgenomen is in de bijlage bij deze beleidsregel;

  • Vper: de gemiddelde trillingssterkte zoals gedefinieerd in de SBR-richtlijn B.

Artikel

2

toepasselijkheid SBR-richtlijn B

Artikel

3

uitgangspunten

Artikel

4

toelichting tracébesluit

Artikel

5

Vmax (artikel 4, eerste lid: tracébesluit nieuwe situatie)

Artikel

6

Vmax (artikel 4, tweede lid: tracébesluit bestaande situatie)

Artikel

7

Vper (artikel 4, tweede lid: tracébesluit bestaande situatie)

Artikel

8

opleveringstoets en het treffen van (aanvullende) maatregelen

Artikel

10

inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

11

citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel trillinghinder spoor.

Deze beleidsregel wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,J.J.Atsma

Bijlage

behorend bij artikel 1 van de Beleidsregel trillinghinder spoor

Voor de meettechnische bepaling van de waarde van Vmax wordt de volgende procedure gevolgd:

  • Bij keuze, gebruik en toepassing van meetapparatuur wordt toepassing gegeven aan hoofdstuk 7 en de paragrafen 8.1 en 8.2 van de SBR-richtlijn B.

  • Voor de meetduur T (paragraaf 8.4.3) wordt een aaneengesloten periode gekozen waarmee een representatief beeld van het spoorverkeer kan worden verkregen. Waar geen informatie voorhanden is (voorgaande metingen, treinenloop, bodemgesteldheid) is een aaneengesloten periode van één week noodzakelijk. In geval van afwijkende meetduur (bijvoorbeeld een kortere bij een herhalingsmeting of een langere in geval dat beperkt verkeer aanleiding is te veronderstellen dat één week niet voldoende is voor een representatief beeld) wordt dit in het meetrapport gemotiveerd. De meetduur moet in alle gevallen ten minste één volledig etmaal bedragen.

  • De meetresultaten worden uitgewerkt conform paragraaf 9.1 tot en met 9.4 van de SBR-richtlijn B.

  • Alle resultaten voor intervallen waarin geen spoorverkeer aanwezig was, worden uit de set verwijderd.

  • Uit de dataset worden resultaten verwijderd die samenhangen met een passage waarvan uit een analyse blijkt dat de omstandigheden (snelheid, voertuigtype, spoorgebruik) op het betreffende baanvak twaalf keer per jaar of minder optreden.

  • Uit de dan verkregen dataset worden voor de dag en de nacht periode afzonderlijk de twee procent meetwaarden verwijderd die de hoogste effectieve waarde opleveren (hiermee wordt beoogd de ‘uitschieters’ uit de dataset te verwijderen).

  • De waarde per dataset (voor dag en nachtperiode) die vervolgens de hoogste is, is de toetswaarde.

  • De toetswaarde voor de dag- en avondperiode wordt vergeleken met de streefwaarde en grenswaarde voor die periodes. De toetswaarde voor de nachtperiode wordt vergeleken met de streefwaarde en de grenswaarde voor de nachtperiode.