Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 14 juni 2012, nr. IENM/BSK-1012/109051, houdende vaststelling van regels met betrekking tot het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk (Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk)

Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Artikel

1.2

Deze regeling is uitsluitend van toepassing op het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk, en het in verband daarmee opbouwen van stellingen en installeren, bewerken en na de ontbranding verwijderen van vuurwerk.

Artikel

1.3

Indien in enig artikel in deze regeling een afmeting is aangegeven in inches geldt als omrekenfactor 1 inch is 25,4 millimeter.

Artikel

1.4

De toepasser draagt er zorg voor dat de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 worden nageleefd.

Artikel

1.6

De meldingen, bedoeld in de artikelen 2.3, eerste en tweede lid, 5.1, derde lid, 5.3. eerste lid, en 5.4, derde lid, worden gedaan in het elektronisch meldsysteem van Gedeputeerde Staten van de provincie waar het evenement plaatsvindt via DigiD op de website www.formdesk.com/gboprod/Vuurwerk_portal_DIGID of via eHerkenning op de website www.formdesk.com/gboprod/Vuurwerk_portal_OIN.

Artikel

1.7

Het is verboden handelingen te verrichten of te doen verrichten in strijd met deze regeling. Het verbod, bedoeld in de eerste volzin, geldt tevens als voorschrift verbonden aan de ontbrandingstoestemming, behoudens voor zover de voorschriften verbonden aan de ontbrandingstoestemming afwijken van deze regeling.

Hoofdstuk

2

Algemene bepalingen over het tot ontbranding brengen van vuurwerk

Artikel

2.1

Het afsteekterrein heeft een zodanige grootte dat de afstand vanaf de buitenrand van de afsteekplaats tot de buitenrand van het afsteekterrein in alle richtingen:

  • a.

    minimaal 10 meter bedraagt, indien uitsluitend consumentenvuurwerk tot ontbranding wordt gebracht en

  • b.

    minimaal 25 meter bedraagt, indien professioneel vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht.

Artikel

2.2

Artikel

2.3

Artikel

2.4

Artikel

2.5

Artikel

2.6

Artikel

2.7

Artikel

2.8

Artikel

2.9

Artikel

2.10

Hoofdstuk

3

Vuurwerkevenementen in de buitenlucht

§

3.1

Veiligheidsafstanden

Artikel

3.2

Artikel

3.3

Artikel

3.4

De veiligheidsafstanden die bij het tot ontbranding brengen van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in acht worden genomen zijn ten minste gelijk aan de afstanden, vermeld in de gebruiksaanwijzing of het veiligheidsinformatieblad, dan wel indien vanwege weersomstandigheden naar het oordeel van gedeputeerde staten van de provincie waar de pyrotechnische artikelen tot ontbranding worden gebracht grotere veiligheidsafstanden dan hiervoor bedoeld in acht moeten worden genomen, ten minste gelijk aan de door dat bestuursorgaan bepaalde veiligheidsafstanden.

Artikel

3.5

Binnen 100 meter vanaf de horizontale projectie van een hoogspanningsleiding wordt geen vuurwerk tot ontbranding gebracht.

Artikel

3.6

§

3.2

Weersomstandigheden

Artikel

3.7

Het tot ontbranding brengen van vuurwerk is verboden indien sprake is van:

  • a.

    extreme droogte;

  • b.

    een windsnelheid van 9 meter per seconde of hoger, of

  • c.

    mist of rook zodanig dat de veiligheidszone niet in zijn geheel is te overzien dan wel het zicht minder bedraagt dan 200 meter.

Artikel

3.8

Bij onweer worden elektrische ontstekingsdraden niet aangesloten, indien het tijdverschil tussen bliksem en donder 10 seconden of minder is. In het geval, bedoeld in de eerste volzin, worden maatregelen getroffen, zodat het vuurwerk niet vroegtijdig af kan gaan.

Artikel

3.9

Artikel

3.10

In geval van een ontbrandingstoestemming en het ontbranden van vuurwerk binnen 15 kilometer afstand van een luchthaven, wordt ten minste 30 minuten voor aanvang van het vuurwerkevenement contact opgenomen met de betrokken verlener van een luchtverkeersdienst als bedoeld in de Wet luchtvaart.

§

3.3

Tot ontbranding brengen van vuurwerk vanaf water

Artikel

3.11

Hoofdstuk

4

Vuurwerkevenementen in een binnenruimte

Artikel

4.1

Bij het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in een binnenruimte wordt voldaan aan de artikelen 4.2 tot en met 4.4.

Artikel

4.2

Bij het tot ontbranding brengen wordt uitsluitend gebruik gemaakt van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en vuurwerk die in de binnenruimte veilig kunnen worden gebruikt.

Artikel

4.3

Artikel

4.4

De veiligheidsafstanden die bij het tot ontbranding brengen van vuurwerk in een binnenruimte in acht worden genomen zijn ten minste gelijk aan de afstanden, vermeld in de gebruiksaanwijzing of het veiligheidsinformatieblad van het vuurwerk.

Hoofdstuk

5

Ongewone voorvallen

Artikel

5.1

Artikel

5.2

Artikel

5.3

Artikel

5.4

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

6.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2012.

Artikel

6.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,J.J.Atsma