Besluit van 8 juni 2012, houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de liberalisering van het internationaal personenvervoer per trein (Besluit Liberaliseringsrichtlijn)

Besluit Liberaliseringsrichtlijn

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 9 december 2011, nr. IenM/BSK-2011/167534, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
De Afdelin g advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 april 2012, nr. W14.11.0525/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 5 juni 2012, nr. IenM/BSK-2012/87478, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Bij de vaststelling of er sprake is van het in gedrang komen van het economisch evenwicht van één of meer concessies anders dan de HRN-concessie geldt dat:

  • a.

    het aantal reizigers in betekenisvolle mate afneemt indien de in artikel 4, derde lid, bedoelde economische analyse dat aannemelijk maakt, en

  • b.

    de omzet van een concessiehouder in betekenisvolle mate afneemt indien de in artikel 4, derde lid, bedoelde economische analyse dat aannemelijk maakt.

Artikel

7

Onze Minister zendt binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit en vervolgens telkens na 5 jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel

8

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Liberaliseringsrichtlijn.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven