Reglement erkenning projecten van reguliere onderwijsinstellingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • Bedrijf of organisatie

    Een ‘bedrijf dat onderdeel is van het reguliere, economische en/of maatschappelijk stelsel en ingeschreven is in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • Beroepspraktijk

    Bedrijfsprocessen en omstandigheden binnen een bedrijf of organisatie, die de context vormen waarin beroepsidentificatie mogelijk is.

  • Beroepspraktijkvorming (BPV)

    Verwerving in de beroepspraktijk van de kennis, de houding en de vaardigheden die eigen zijn aan de gekwalificeerde uitoefening van een beroep.

  • Competenties

    Ontwikkelbare en leerbare vermogens die nodig zijn om in beroepssituaties op een juiste en professionele wijze te kunnen handelen.

  • Kenniscentrum

    Het bestuur van de stichting Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven BeVAM zoals bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB).

  • Leerbedrijf

    Een bedrijf dat onderdeel is van het reguliere, economische en/ of maatschappelijk stelsel en die op grond van dit reglement bevoegd is om de beroeps-praktijkvorming te verzorgen. Detacherings- en of uitzendorganisaties zijn hiervan in beginsel uitgesloten, tenzij zij voldoen aan de door het kenniscentrum gestelde voorwaarden.

  • Onderwijsdeelnemer

    MBO-leerling.

  • Onderwijsinstelling

    Instelling voor HBO of MBO.

  • Praktijkopleider / leermeester

    Een door het leerbedrijf aangewezen persoon, die belast is met de in artikel 7.2.8 derde lid WEB, bedoelde begeleiding van deelnemers mbo binnen het bedrijf of de organisatie.

  • Project

    Een project is een uitdagende opdracht voor BOL leerlingen op niveau 4. Het bedrijfsleven is opdrachtgever en is nauw betrokken bij de uitvoering van het project. Het doel van de opdracht is duidelijk omschreven en de activiteiten die in het project worden uitgevoerd hebben een duidelijke koppeling met het kwalificatiedossier. Maximaal 25% van de BPV tijd van de onderwijsdeelnemer mag worden uitgevoerd in het project. Het project heeft een beperkte tijdsduur met een maximum van 1 jaar.

Artikel

2

Doel

Uitsluitend reguliere onderwijsorganisaties die voldoen aan de bepalingen in dit reglement en die door het kenniscentrum als zodanig erkend zijn, zijn bevoegd om de beroepspraktijk-vorming te verzorgen.

Artikel

3

Verzoek tot het erkennen van een project

Artikel

4

Beoordeling van het verzoek

Artikel

5

Voorwaarden voor erkenning

De onderwijs organisatie wordt geacht:

  • 1.

    Een goede en (sociaal) veilige leerplaats conform de Arbo-wet te zijn en werkzaamheden, die behoren tot de kerntaken en werkprocessen van het beroep waarvoor de onderwijsdeelnemer wordt opgeleid, in een zo reëel mogelijke arbeidssituatie aan te bieden. De activiteiten die door BOL leerlingen (niveau 4) worden uitgevoerd, vormen een voorbereiding op de uitvoering van stages in echte (authentieke) leerbedrijven of doorstroming naar het HBO.

  • 2.

    Aantoonbaar voldoende en deskundige begeleiding te bieden gericht op de deelnemer door een gecertificeerde praktijkopleider. Het competentieprofiel voor praktijkopleider wordt hierbij als maatstaf genomen en is opgenomen in bijlage 2.

  • 3.

    Bereid te zijn tot overleg met het kenniscentrum.

  • 4.

    Maximaal 25 % van de BPV tijd door een onderwijsdeelnemer uit te laten voeren in een project, de resterende BPV tijd wordt uitgevoerd in een (authentiek) leerbedrijf. Onderwijsinstellingen kunnen aantonen dat niet meer dan de afgesproken 25% van de BPV tijd door een onderwijsdeelnemer uitgevoerd is in het project.

  • 5.

    Medewerking te verlenen aan een jaarlijks kwaliteitsbezoek door een vertegenwoordiger van het kenniscentrum.

  • 6.

    Aantoonbare competenties te laten zien om in aanmerking te komen voor een vrijstellingsregeling voor praktijkopleiders.

  • 7.

    Deel te nemen aan deskundigheidsbevorderingsactiviteiten voor praktijkopleiders.

  • 8.

    Het bedrijfsleven is opdrachtgever van het project en is nauw betrokken bij de uitvoering daarvan.

  • 9.

    Aantoonbare actieve samenwerking met het lokale bedrijfsleven. De samenwerking moet tot doel hebben het project te voorzien van reële opdrachten welke de praktijk weerspiegelen van een regulier bedrijf.

De eisen die aan een leerplaats en aan de begeleiding worden gesteld kunnen afhankelijk zijn van de bijzondere eisen per kwalificatie waarvoor de erkenning wordt verleend.

Artikel

6

Verlenen van de erkenning

Artikel

7

Verlengen van de erkenning

Artikel

8

Intrekken van de erkenning

De erkenning wordt ingetrokken indien:

  • 1.

    niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5, die aan het besluit tot erkenning ten grondslag hebben gelegen.

  • 2.

    omstandigheden optreden waardoor de persoonlijke belangen van een onderwijs-deelnemer worden geschaad, waaronder in elk geval maar niet uitsluitend begrepen: omstandigheden waarbij sprake is van (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en/of geweld en omstandigheden waarbij arbeid -, gezondheid -, milieu - en veiligheidsrisico’s optreden.

  • 3.

    andere zwaar wegende omstandigheden optreden, waardoor de erkenning in redelijkheid niet kan worden gehandhaafd.

Van intrekking van de erkenning wordt de onderwijsinstelling schriftelijk onder opgave van redenen door het kenniscentrum op de hoogte gebracht.

Artikel

9

Bezwaar

Artikel

10

Onvoorziene omstandigheden

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het kenniscentrum.

Artikel

11

Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 augustus 2012.

Artikel

12

Wijzigingen

Wijzigingen van dit reglement worden vastgesteld door het Kenniscentrum Innovam.

Bijlage

1

Niet opgenomen.

Bijlage

2

Niet opgenomen.

Bijlage

3

Niet opgenomen.

Bijlage

4

Niet opgenomen.