Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 juni 2012, nr. 2012-0000268269, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van subsidie aan de Stichting VSO (Subsidieregeling Stichting VSO)

Subsidieregeling Stichting VSO

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    de Stichting VSO: de Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid.

Artikel

2

§

2

Gesubsidieerde taken

Artikel

3

De subsidie wordt verstrekt voor kosten die direct samenhangen met de volgende activiteiten:

  • a.

    het faciliteren van een platform voor onderlinge uitwisseling van ideeën, kennis en ervaring;

  • b.

    het leveren van kennis en expertise of het ontsluiten van kennis en expertise ten behoeve van de sectorwerkgevers;

  • c.

    het coördineren van de gezamenlijke belangen van de sectorwerkgevers en deze eenduidig formuleren en communiceren;

  • d.

    het verlenen van aanvullende diensten aan de sectorwerkgevers als verbond, of in het belang van het verbond of de individuele leden.

§

3

Aanvraag van de subsidie en subsidieverlening

Artikel

4

Artikel

5

De minister geeft een beschikking tot subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de Stichting VSO mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

§

4

Voorschotverlening

Artikel

6

§

5

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

7

De Stichting VSO zal onverwijld aan de minister een melding doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel

8

Artikel

10

Artikel

11

§

6

Vaststelling van de subsidie

Artikel

12

Artikel

14

§

7

Evaluatie-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel

15

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt in 2015 een evaluatie op die inzicht biedt in de ontwikkeling en de kwaliteit van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel

16

Voor het boekjaar 2012 wordt in afwijking van artikel 4, eerste lid, de aanvraag voor subsidie ingediend binnen 10 weken na inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

17

De vaststelling van de subsidie voor het boekjaar 2011 zal plaatsvinden met toepassing van de Regeling subsidiëring Stichting VSO zoals die gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

19

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017.

Artikel

20

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stichting VSO.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.W.E.Spies

Controleprotocol Subsidieregeling Stichting VSO

1

Algemeen

In artikel 10, tweede lid, van de Subsidieregeling Stichting VSO is geregeld dat voor de verantwoording van de bestede subsidiegelden een controleprotocol wordt gehanteerd.

Op basis van artikel 12, eerste lid, van de regeling dient de Stichting VSO zes maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Deze aanvraag gaat ondermeer vergezeld van een financieel verslag over de bestede subsidiegelden, de jaarrekening en accountantsverklaringen bij beide documenten. Tevens maakt een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen onderdeel uit van de aanvraag.

1.1

Reikwijdte accountantscontrole

Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole van het financiële verslag van de Stichting VSO nader aan te geven. Er wordt niet beoogd een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Veelal zal de accountant zich immers bij zijn controle baseren op een (risico) analyse van de administratieve organisatie en interne controle bij de stichting en op basis daarvan komen tot een optimale afweging van de in te zetten controlemiddelen.

De accountantscontrole strekt zich uit tot de deugdelijkheid van het financiële verslag en de rechtmatigheid van het daarin verantwoorde beheer. Onder de controle op de rechtmatigheid van het verantwoorde beheer wordt verstaan de controle of de verantwoorde bestedingen (lasten) tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de relevante regelgeving. Het doel van deze controle is te komen tot het afgeven van een accountantsverklaring bij het financiële verslag van de Stichting VSO.

1.2

Regelgeving

De van toepassing zijnde regelgeving betreft de Subsidieregeling Stichting VSO. Van belang zijn daarbij met name de volgende artikelen:

  • Artikel 3. Hierin wordt aangegeven waaraan de BZK-subsidie mag worden besteed.

  • Artikel 8. Hierin is de vorming van een egalisatiereserve voorzien.

  • Artikel 9. Hierin wordt voor bepaalde rechtshandelingen toestemming van de Minister vereist.

  • Artikel 12. Hierin worden de vereiste verantwoordingsdocumenten genoemd alsook geregeld waar deze documenten in elk geval inzicht in moeten verschaffen.

  • Artikel 13. Hierin wordt geregeld dat Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing is.

2

Aandachtspunten

De accountant stelt vast dat:

  • de bestedingen ten laste van de BZK-subsidie zoals verantwoord in het financiële verslag voldoen aan de eisen zoals ze zijn opgenomen in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling Stichting VSO en juist en volledig zijn weergegeven;

  • de jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve het verschil is tussen de jaarlijks vastgestelde (BZK)-subsidie vermeerderd met het totaalbedrag aan sectorbijdragen en de jaarlijkse werkelijke kosten van de activiteiten die met de subsidie zijn bekostigd.

3

De accountantsverklaring en -rapportage

Voor geconstateerde onjuistheden en onzekerheden gaat de accountant na wat hiervan de consequenties zijn voor de af te geven accountantsverklaring.

In de accountantsverklaring bij het financiële verslag dient het punt dat het controleprotocol is nageleefd tot uiting te worden gebracht. Een dergelijke vermelding impliceert mede dat de controle is uitgevoerd met inachtneming van de hieronder gestelde eisen. De accountant heeft bij zijn oordeelsvorming gestreefd naar een ‘hoge mate van zekerheid’. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische techniek moet worden gekwantificeerd dan is een betrouwbaarheid van 95% gehanteerd. De accountant heeft geconcludeerd dat de meest waarschijnlijke fout (goedkeuringstolerantie) met betrekking tot de deugdelijkheid van het financiële verslag en de rechtmatigheid van het daarin verantwoorde beheer, niet groter is dan aangegeven in onderstaande tabel.

Overzicht van toleranties

> 1% en < 3%

> 3%

> 3% en < 10%

> 10%