Deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs Fonds voor Cultuurparticipatie 2013–2016

Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,

Besluit:

Paragraaf

1

: Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bestuur: het bestuur van de stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • Fonds voor Cultuurparticipatie: de stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • provincies: de provincies exclusief de provincie Zuid-Holland maar met inbegrip van de RAS-regio’s afkomstig uit die provincie zoals opgenomen in bijlage bij deze regeling;

  • gemeenten: de gemeenten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;

  • RAS-regio: indeling door de provincie Zuid-Holland van gemeenten in negen regio’s met het oog op de gezamenlijke Regionale Agenda Samenwerking;

  • Cultuureducatie: het onderwijs gericht op het bereiken van de kerndoelen binnen het leergebied Kunstzinnige oriëntatie;

  • kerndoelen binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie: zoals vastgesteld in het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO;

  • doorgaande leerlijn: de uitwerking per leerjaar van wat een kind aan het eind van het primair onderwijs moet kennen en kunnen. Deze uitwerking is gebaseerd op de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie en geeft daarnaast zicht op de plaats van cultuur binnen andere vakken, de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs en de aansluiting tussen binnenschools en buitenschools leren;

  • beleidsprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs: programma geïnitieerd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bedoeld om de kwaliteit van cultuureducatie in het primair onderwijs door middel van een landelijk samenhangende aanpak te borgen;

  • monitoring: het door middel van periodieke peilingen zicht houden op zowel de uitvoering als op tussentijdse resultaten van de regeling;

  • evaluatie: het door middel van wetenschappelijk verantwoord onderzoek of door raadpleging van betrokkenen en deskundigen, al dan niet met gebruikmaking van monitorgegevens, tot een weloverwogen oordeel komen over de doeltreffendheid van de activiteiten die in het kader van deze regeling worden gesubsidieerd;

  • centrale aanvrager: een culturele instelling die voor zichzelf, of in samenwerking met een aantal andere culturele instellingen, een plan indient. De centrale aanvrager is in die hoedanigheid degene met wie het Fonds voor Cultuurparticipatie de subsidierelatie aangaat en daardoor volledig verantwoordelijk voor de naleving van de subsidieverplichtingen en voor de financiële en inhoudelijke subsidieverantwoording.

Artikel

1.2

Doel

Het bestuur kan meerjarige stimuleringssubsidies verstrekken voor activiteiten op het gebied van cultuureducatie die bijdragen aan het realiseren van één of meerdere van de vier hoofddoelen van het beleidsprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs zoals nader uitgewerkt in artikel 3.2 van deze regeling.

Artikel

1.3

Subsidieperiode

Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.

Artikel

1.4

Beschikbare subsidiebedragen

Artikel

1.5

Weigeringsgronden

Artikel

1.6

Beperking

Instellingen die op basis van deze regeling subsidie ontvangen, kunnen voor de activiteiten waarop die subsidie betrekking heeft, in de periode waarop die subsidie betrekking heeft, geen aanspraak maken op subsidie voor deze activiteiten op basis van andere deelregelingen van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Artikel

1.7

Fusie

Paragraaf

2

: Procedure

Artikel

2.1

Aanvraagformulier

Artikel

2.2

Indiening aanvraag en herkansingsronde

Artikel

2.3

Adhesieverklaring

Bij de aanvraag dient een door de verantwoordelijk wethouder of gedeputeerde ondertekende adhesieverklaring van de desbetreffende gemeente of provincie te worden gevoegd. Hierin wordt:

  • a)

    verklaard dat het bij het Fonds voor Cultuurparticipatie aangevraagde bedrag door de gemeente of provincie voor 100% gematcht zal worden, eventueel in samenwerking met andere subsidiepartners;

  • b)

    toegelicht welke financiële bijdrage de betrokken gemeenten en provincies ieder afzonderlijk leveren aan een aanvraag waarin er samenwerking plaatsvindt tussen culturele instellingen afkomstig uit verschillende gemeenten of provincies en hoe dit past binnen het budget dat voor elk van de gemeenten of provincies afzonderlijk binnen deze regeling beschikbaar is;

  • c)

    toegelicht wie de centrale aanvrager is waaraan de subsidie zal worden toegekend;

  • d)

    verklaard dat het geld, waarmee de gemeente of provincie de aanvraag matcht, niet afkomstig is uit de onderwijsbekostiging die scholen van het rijk ontvangen en evenmin afkomstig is uit de middelen die verbonden zijn aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur;

  • e)

    toegelicht hoe de aanvraag past binnen de lokale of provinciale beleidsprioriteiten ter zake;

  • f)

    toegelicht hoe de aanvraag samenhangt met eventuele andere aanvragen uit dezelfde gemeente of provincie;

  • g)

    aangegeven of er sprake is van een omstandigheid zoals bedoeld in artikel 3.3 lid 2 van deze regeling.

Artikel

2.4

Hoogte en subsidiebron

Artikel

2.5

Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager uiterlijk 1 maart 2013 schriftelijk over zijn besluit op de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.2. lid 1.

Paragraaf

3

: Cultuureducatie

Artikel

3.1

Wie kan aanvragen

Een aanvraag kan worden gedaan door een instelling met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk en met een culturele doelstelling.

Artikel

3.2

Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan worden ingediend voor het organiseren van een of meer van de volgende doeleinden:

  • activiteiten gericht op de ontwikkeling, de verdieping en de vernieuwing van het curriculum voor het leergebied kunstzinnige oriëntatie teneinde doorgaande leerlijnen te realiseren door scholen die zich daarmee willen onderscheiden;

  • activiteiten die bijdragen aan de vakinhoudelijke deskundigheid van leerkrachten inclusief vakdocenten en educatief medewerkers op het gebied van cultuureducatie. Het gaat hierbij zowel om pedagogisch-didactische vaardigheden als ook om vaardigheden in de verschillende kunstdisciplines en kennis over het cultureel erfgoed;

  • activiteiten gericht op het versterken van de relatie van de school met de lokale culturele en sociale omgeving ten behoeve van de kunstzinnige en culturele ontwikkeling van leerlingen.

    Het gaat om duurzame en intensieve samenwerking;

  • activiteiten die bijdragen aan het ontwikkelen en toepassen van een instrumentarium voor het beoordelen van de culturele ontwikkeling van leerlingen. Hierbij wordt de leeropbrengst centraal gesteld en een duidelijke relatie gelegd met de kerndoelen op het gebied van kunstzinnige oriëntatie binnen het primair onderwijs.

Artikel

3.3

Drempelnorm

Artikel

3.4

Beoordeling

Aanvragen die voldoen aan de formele vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen worden ter advies voorgelegd aan het bureau van het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Artikel

3.5

Criteria

Artikel

3.6

Toekenning

Paragraaf

4

: Verplichtingen en verantwoording

Artikel

4.1

Aan de subsidie verbonden verplichtingen

Artikel

4.2

Verantwoording

Artikel

4.3

Vaststelling subsidie

Paragraaf

5

: Monitoring en Evaluatie

Artikel

5.1

Monitoring en evaluatie

Paragraaf

6

: Overige bepalingen

Artikel

6.1

Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de middelen door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel

6.2

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

6.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs Fonds voor Cultuurparticipatie 2013–2016.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,
namens dit:
J.J.K. Knol directeur / voorzitter van het bestuur.

Bijlage

1a

Noord-Brabant

€ 897.410

Breda

€ 97.079

Eindhoven

€ 171.610

Helmond

€ 48.839

’s-Hertogenbosch

€ 78.021

Tilburg

€ 114.131

Drenthe

€ 210.013

Emmen

€ 59.871

Flevoland

€ 111.273

Almere

€ 152.589

Friesland

€ 303.577

Leeuwarden

€ 52.427

Gelderland

€ 786.416

Apeldoorn

€ 86.307

Arnhem

€ 117.889

Ede

€ 59.799

Nijmegen

€ 90.849

Groningen

€ 213.269

Groningen

€ 152.458

Limburg

€ 395.166

Heerlen

€ 48.946

Maastricht

€ 95.630

Sittard-Geleen

€ 51.974

Venlo

€ 54.982

Noord-Holland

€ 713.293

Alkmaar

€ 75.242

Amsterdam

€ 623.535

Haarlem

€ 92.676

Haarlemmermeer

€ 79.136

Zaanstad

€ 95.202

Overijssel

€ 373.130

Deventer

€ 54.267

Enschede

€ 124.892

Hengelo

€ 44.504

Zwolle

€ 66.817

Utrecht

€ 424.922

Amersfoort

€ 81.527

Utrecht

€ 249.766

Zuid-Holland (totaal RAS-regio’s)

€ 951.930

Delft

€ 54.273

Dordrecht

€ 65.384

Leiden

€ 65.310

Rotterdam

€ 486.590

’s-Gravenhage

€ 395.828

Westland

€ 56.085

Zoetermeer

€ 67.272

Zeeland

€ 209.750

TOTAAL

€ 9.901.856

Bijlage

1b

Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

€ 71.748

Graafstroom

€ 5.387

Giessenlanden

€ 7.979

Hardinxveld-Giessendam

€ 9.708

Gorinchem

€ 19.300

Leerdam

€ 11.365

Zederik

€ 7.389

Liesveld

€ 5.385

Nieuw-Lekkerland

€ 5.235

Midden-Holland

€ 122.939

Gouda

€ 39.177

Bodegraven-Reeuwijk

€ 18.057

Vlist

€ 5.376

Schoonhoven

€ 6.500

Bergambacht

€ 5.447

Nederlek

€ 7.696

Ouderkerk

€ 4.425

Zuidplas

€ 22.360

Waddinxveen

€ 13.901

Holland-Rijnland

€ 247.340

Boskoop

€ 8.300

Voorschoten

€ 13.369

Zoeterwoude

€ 4.490

Leiderdorp

€ 14.688

Kaag en Braassem

€ 14.161

Teylingen

€ 19.623

Oegstgeest

€ 12.539

Katwijk

€ 34.370

Noordwijk

€ 14.037

Noordwijkerhout

€ 8.608

Alphen aan den Rijn

€ 40.064

Rijnwoude

€ 10.243

Nieuwkoop

€ 14.828

Lisse

€ 12.409

Hillegom

€ 11.459

Wassenaar

€ 14.152

Haaglanden

€ 93.210

Leidschendam-Voorburg

€ 39.821

Rijswijk

€ 25.830

Pijnacker-Nootdorp

€ 27.559

Stadregio Rotterdam

€ 264.333

Barendrecht

€ 25.880

Brielle

€ 8.839

Schiedam

€ 41.871

Hellevoetsluis

€ 21.689

Maassluis

€ 17.517

Westvoorne

€ 7.642

Ridderkerk

€ 24.866

Spijkenisse

€ 39.694

Vlaardingen

€ 39.111

Lansingerland

€ 30.392

Bernisse

€ 6.832

Goeree-Overflakkee

€ 26.567

Goedereede

€ 6.256

Dirksland

€ 4.663

Middelharnis

€ 9.927

Oostflakkee

€ 5.721

Hoeksche Waard

€ 44.151

Korendijk

€ 5.939

Oud-Beijerland

€ 12.879

Binnenmaas

€ 15.914

Strijen

€ 2.390

Cromstrijen

€ 7.029

Drechtsteden

€ 81.644

Sliedrecht

€ 13.320

Papendrecht

€ 17.616

Alblasserdam

€ 10.693

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 15.537

Zwijndrecht

€ 24.477

Totaal

€ 951.930