Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 14 augustus 2012, nr. IENM/BSK-2012/145416, houdende instelling van en vaststelling van nadere regels omtrent de taak, samenstelling en werkwijze van de Commissies regionaal overleg bij burgerluchthavens van nationale betekenis (Regeling commissies regionaal overleg burgerluchthavens van nationale betekenis)
Regeling commissies regionaal overleg burgerluchthavens van nationale betekenis
er op toe te zien dat aan de belangen van de organen en organisaties die in de commissie zijn vertegenwoordigd, zo veel mogelijk recht wordt gedaan, met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
b.
de minister desgevraagd te informeren over haar werkzaamheden.
2
De commissie treedt niet in de rechten en bevoegdheden van betrokkenen.
Artikel
8
Samenstelling
1
In de commissie worden, naast de onafhankelijke voorzitter, in ieder geval de volgende aantallen leden benoemd:
voor de omwonenden van de luchthaven, twee vertegenwoordigers.
2
Indien in de commissie vertegenwoordigers van de organisaties bedoeld in artikel 8.75, derde lid, van de wet worden benoemd, bedraagt het aantal leden:
a.
voor de in de omgeving van de luchthaven actieve milieuorganisaties, maximaal twee vertegenwoordigers;
b.
voor de op de luchthaven betrokken gebruikersorganisaties, maximaal twee vertegenwoordigers.
3
Indien in de commissie vertegenwoordigers van andere gemeenten of andere organisaties worden benoemd, bedraagt het aantal leden voor iedere gemeente of organisatie, één vertegenwoordiger.
4
Bij beëindiging of verlies van de hoedanigheid op grond waarvan de benoeming heeft plaatsgevonden, wordt ontslag verleend.
5
De benoeming van de leden geschiedt voor ten hoogste vier jaren. Herbenoeming kan eenmaal voor ten hoogste vier jaren.
Artikel
9
Jaarplan
De commissie stelt jaarlijks vóór 15 oktober een jaarplan op voor het komende kalenderjaar.
Artikel
10
Organisatie overleg
1
Een overleg van de commissie wordt, spoedeisende gevallen uitgezonderd, zoveel mogelijk belegd aan de hand van een door de commissie vastgesteld rooster.
2
Een lid tekent voor deelname aan een overleg een presentielijst.
3
Een lid is bevoegd voorstellen in de commissie te brengen.
4
Een overlegstuk wordt in beginsel twee weken voor een overleg aan de leden van de commissie toegezonden.
5
De commissie bepaalt of een overlegstuk verstuurd minder dan twee weken voor het overleg in behandeling wordt genomen.
Artikel
11
Openbaarheid overleg
1
Een overleg van de commissie is openbaar, tenzij de commissie anders bepaalt.
2
Van het overleg wordt een verslag gemaakt. Het verslag is openbaar, tenzij de commissie anders bepaalt.
Artikel
12
Instellen werkgroepen
1
De commissie kan werkgroepen instellen.
2
De commissie benoemt de voorzitter en de leden van de werkgroep en bepaalt de taak, de opdracht, en de periode waarvoor deze wordt ingesteld en kent zo nodig faciliteiten en middelen toe.
3
Een werkgroep kan, na goedkeuring van de commissie, voor de uitoefening van haar taak extern advies inwinnen.
Artikel
13
Jaarverslag
1
De commissie stelt jaarlijks vóór 1 april een verslag op over de uitgevoerde werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar. Dit jaarverslag bevat in ieder geval:
a.
een beschrijving in hoeverre het jaarplan tot uitvoering is gekomen;
b.
de samenstelling van de commissie in het voorgaande kalenderjaar;
c.
een beschrijving in hoeverre bijzondere voorvallen of omstandigheden voor haar werkzaamheden van belang zijn geweest;
d.
een overzicht van de inkomsten en uitgaven van de commissie.
2
Het jaarverslag is openbaar en wordt aan de minister gezonden.
Artikel
14
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst met uitzondering van: