Sanctieregeling Wegenverkeerswet 1994 joyriding 4.01.14
Beschrijving
De strafbaarheid van de delicten die worden genoemd in de Wegenverkeerswet 1994 is op verschillende aspecten gebaseerd. Het in gevaar brengen van het verkeer is zo'n aspect. Bij joyriding speelt daarnaast het niet respecteren van andermans bezittingen. In afwijking van andere polarisregels dienen bij dit delict onderstaande sancties als uitgangspunt.
Uitwerking
De omrekening van sanctiepunten naar sancties dient bij het delict joyriding als volgt te geschieden:
|
First offender |
24 punten |
het gehele aantal sanctiepunten in geldboete of taakstraf van 48 uur |
|
Eenmaal recidive |
36 punten |
- geen taakstrafverbod als bedoeld in art. 22 b lid 2 WvSr: 72 uur taakstraf (subs. 36 dagen hts) en 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar (= dagvaarden). - wel taakstrafverbod als bedoeld in art. 22 b lid 2 WvSr: het gehele aantal sanctiepunten in geldboete (evt. in termijnen) en 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar (= dagvaarden). |
|
Meermalen recidive |
48 punten |
2 weken gevangenisstraf ov. |
Gebruikte afkortingen:
-
–
WvSr: Wetboek van strafrecht
-
–
hts: hechtenis
-
–
ov: onvoorwaardelijk(e veroordeling)
Factoren
Geen
Zie basisdelicten
-
–
joyriding