Regeling van de Minister van Financiën van 28 september 2012 over instelling, opzet en werking van agentschappen (Regeling agentschappen)

Regeling agentschappen

De Minister van Financiën,
Gelet op de artikelen 18, eerste en derde lid, 38, eerste lid en 65, eerste lid van de Comptabiliteitswet 2001 en op artikel 8 van de Wet van 18 september 2012 tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2013;
Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief van 17 juli 2012, kenmerk 12003412 R);

Besluit:

Paragraaf

1

: Algemeen

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    agentschap: intern verzelfstandigd in de uitvoering werkzaam dienstonderdeel van een ministerie dat een eigen sturingsmodel en financiële administratie heeft;

  • b.

    verplichtingen-kasagentschap: agentschap dat een verplichtingen-kasstelsel hanteert, waaraan regels met betrekking tot het beheer zijn gesteld op basis van de artikelen 38, eerste lid, en 65, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001;

  • c.

    baten-lastenagentschap: agentschap dat een baten-lastenstelsel hanteert, zijnde een baten-lastendienst als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Comptabiliteitswet 2001;

  • d.

    lening: geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd beschikbaar wordt gesteld aan een baten-lastenagentschap vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist op een leningrekening;

  • e.

    initiële lening: lening die wordt afgesloten ten behoeve van de financiering van over te nemen vaste activa van een ministerie;

  • f.

    termijndeposito: geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd in de centrale kas van ’s Rijks schatkist wordt aangehouden op een depositorekening;

  • g.

    Rijkshoofdboekhouding: afdeling van het Ministerie van Financiën die belast is met de bankierstaken voor de agentschappen ten behoeve van de centrale kas van ’s Rijks schatkist;

  • h.

    jaarrekening (verplichtingen-kasagentschap): verantwoordingsstaat en saldibalans per 31 december met inbegrip van de toelichting daarop;

  • i.

    jaarrekening (baten-lastenagentschap): balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht per 31 december met inbegrip van de toelichtingen daarop, als bedoeld in artikel 361, eerste lid van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • j.

    doelmatigheid: verhouding tussen de ingezette middelen en de geleverde prestaties (in kwaliteit en kwantiteit);

  • k.

    risicoafspraken: de afspraken over de wijze waarop de financiële gevolgen van onverwachte gebeurtenissen worden toebedeeld aan eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer;

  • l.

    kasreserve: een reserve die door een verplichtingen-kasagentschap wordt aangehouden om jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie op te vangen;

  • m.

    eigenaar: de binnen het betrokken ministerie aangewezen verantwoordelijke voor het toezicht op het beleid van de opdrachtnemer en op de algemene gang van zaken in het agentschap;

  • n.

    opdrachtgever: degene binnen een ministerie die het agentschap opdracht geeft tot het leveren van producten of diensten en daarvoor een bijdrage toekent;

  • o.

    opdrachtnemer: de eindverantwoordelijke binnen het agentschap.

Paragraaf

2

: Instellen en opheffen agentschap

Artikel

2

Aankondiging

Het betrokken ministerie doet van zijn voornemen om een in de uitvoering werkzaam dienstonderdeel te verzelfstandigen of om diensten te laten fuseren tot één agentschap mededeling aan de directeur-generaal der Rijksbegroting van het Ministerie van Financiën.

Artikel

3

Voorwaarde voor aanvraag

De betrokken minister dient op een zelfgekozen tijdstip een aanvraag in bij de Minister van Financiën voor de toekenning van de status van agentschap aan een te verzelfstandigen dienstonderdeel, mits de betrokken minister en de Minister van Financiën op grond van de jaarlijkse rapportages van de auditdienst in gezamenlijkheid constateren dat er in het gevoerde financieel beheer over het voorafgaande jaar bij het toekomstig agentschap en bij de bestaande agentschappen waarvoor de betrokken minister verantwoordelijk is, geen relevante onvolkomenheden zijn geconstateerd. Tussen de aankondiging als bedoeld in artikel 2 en de aanvraag liggen tenminste zes weken.

Artikel

4

Instellingsvoorwaarden

Artikel

5

Aanvullende instellingsvoorwaarde baten-lastenagentschap

Voor de instelling van een baten-lastenagentschap geldt de aanvullende voorwaarde dat de voorziene gemiddelde afschrijvingskosten per jaar meer dan 5% van de totale lasten bedragen, berekend over een periode van drie jaar.

Artikel

6

Instelling

Artikel

7

Doorlichtingen

De betrokken minister en de Minister van Financiën beoordelen gezamenlijk tenminste eens in de vijf jaar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van een agentschap. De betrokken minister maakt het hieruit volgend rapport openbaar.

Artikel

8

Opheffing van een agentschap

Paragraaf

3

: Resultaatgericht sturingsmodel

Artikel

9

Sturingsmodel

Artikel

10

Verantwoordelijkheden van de eigenaar

De eigenaar, die verantwoordelijk is voor het toezicht op het beleid van de opdrachtnemer en op de algemene gang van zaken in het agentschap, draagt zorg voor:

  • a.

    het inrichten van het sturingsmodel op zodanige wijze, dat wordt voldaan aan de vereisten van deze regeling;

  • b.

    de continuïteit van het agentschap op de lange termijn;

  • c.

    het toetsen en goedkeuren van de begroting, de tarieven, het jaarplan, de leenaanvragen, de jaarrekening, en de afspraken over de wijze waarop de financiële gevolgen van onvoorziene ontwikkelingen worden toebedeeld aan de eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer;

  • d.

    het zorgdragen dat uiterlijk per eerste suppletoire begrotingswet een eventuele negatieve kasreserve bij verplichtingen-kasagentschappen, dan wel een eventueel negatief eigen vermogen bij baten-lastenagentschappen, wordt aangevuld tot een saldo dan wel een vermogen van minimaal nihil (overeenkomstig de artikelen 22, derde lid, respectievelijk 25, tweede lid).

Artikel

11

Verantwoordelijkheden van de opdrachtgever

De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor:

  • a.

    een goede opdrachtformulering, met een zo concreet mogelijke omschrijving van het gewenste resultaat;

  • b.

    het tijdig betrekken van de opdrachtnemer bij onvoorziene ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering van de opdracht;

  • c.

    het, in afstemming met de opdrachtnemer, opstellen van prestatie-indicatoren en rapportageafspraken zodat de uitvoering van de opdracht gemonitord kan worden.

Artikel

12

Verantwoordelijkheden van de opdrachtnemer

De opdrachtnemer draagt de verantwoordelijkheid voor:

  • a.

    de bestendigheid van de interne organisatie;

  • b.

    het doelmatig, rechtmatig en professioneel uitvoeren van de afspraken zoals gemaakt met de opdrachtgever(s) en eigenaar en het afleggen van verantwoording daarover;

  • c.

    het tijdig betrekken van de opdrachtgever(s) bij onvoorziene ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering van de opdracht;

  • d.

    het financieel en materieel beheer, inclusief de begrotingsuitvoering en het afleggen van verantwoording hierover.

Artikel

13

Jaarplan

In het jaarplan van het agentschap of een daarmee vergelijkbaar document neemt de opdrachtnemer voor het komende jaar tenminste een overzicht op van:

  • a.

    de financiële kaders van het agentschap en de wijze van financiering zoals afgesproken met de opdrachtgever(s);

  • b.

    de te leveren prestaties op hoofdlijnen en de daarbij behorende wijze van bekostiging;

  • c.

    de rapportageafspraken met de opdrachtgever(s) en eigenaar;

  • d.

    de afspraken over de wijze waarop de financiële gevolgen van onvoorziene ontwikkelingen worden toegedeeld aan de eigenaar, opdrachtgever(s) en opdrachtnemer.

Paragraaf

4

: Financiering en bekostiging

Artikel

14

Bekostiging

Agentschappen ontvangen bijdragen voor de door hen geleverde producten en diensten. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de met de opdrachtgever(s) van het agentschap gemaakte hoeveelheids-, kwaliteits- en prijsafspraken. Hiermee zijn de te ontvangen bijdragen gekoppeld aan prestaties.

Artikel

15

Bevoorschotting

Bij het bevoorschotten van een agentschap wordt een zodanige frequentie en hoogte aangehouden dat aangesloten wordt bij de noodzakelijke liquiditeitsbehoefte van het agentschap, analoog aan de bepalingen in de Regeling verlening voorschotten 2007.

Artikel

16

Rekening-courant en deposito

Artikel

17

Depositoprocedure en -voorwaarden

Paragraaf

5

: Algemene bepalingen administratie en verslaglegging

Artikel

18

Uitgangspunten administratie en verslaglegging

Artikel

19

Procedure openings(saldi)balans

Artikel

20

Publicitair jaarverslag

Indien een agentschap een publicitair jaarverslag uitbrengt, maakt het agentschap in dit jaarverslag melding van de bijzondere status van dit verslag.

Paragraaf

6

: Specifieke bepalingen verplichtingen-kasagentschappen

Artikel

21

Vereisten openings-saldibalans

Artikel

22

Kasreserve

Paragraaf

7

: Specifieke bepalingen baten-lastenagentschappen

Artikel

23

Uitgangspunten openingsbalans

Artikel

24

Rentecompensatie bij openingsbalans

Indien de kostprijs van een product of een dienst van een baten-lastenagentschap stijgt als gevolg van de rente die een baten-lastenagentschap verschuldigd is over de initiële lening en indien die gestegen kostprijs aantoonbaar in rekening wordt gebracht aan een ander dienstonderdeel van het Rijk, staat de Minister van Financiën aan die andere dienst toe ten laste van de algemene middelen een aanvullend budget ter grootte van de kostenstijging in de departementale begroting op te nemen totdat de initiële lening is afgelost.

Artikel

25

Mutaties in het eigen vermogen

Artikel

27

Nadere bepalingen voor de verslaggeving

Artikel

28

Leenfaciliteit en leenplafonds

Artikel

29

Leenprocedure en -voorwaarden

Paragraaf

8

: Toezicht en systeemverantwoordelijkheid

Artikel

31

Systeemverantwoordelijkheid

De Minister van Financiën oefent toezicht uit op de inrichting van de agentschappen en de uitvoering van de begrotingen.

Paragraaf

9

: Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

32

Overgangsbepaling

Wanneer een agentschap dat vóór de inwerkingtreding van deze regeling reeds is ingesteld overgaat van baten-lastenagentschap naar verplichtingen-kasagentschap geldt dat – in afwijking van artikel 22, eerste lid – de kasreserve een maximumomvang krijgt van 5% van de gemiddelde jaarontvangsten berekend over de laatste drie jaar.

Artikel

33

Afwijking

In bijzondere gevallen kan met voorafgaande schriftelijke instemming van de Minister van Financiën worden afgeweken van deze regeling, door middel van een gemotiveerd verzoek van de betrokken minister.

Artikel

34

Evaluatie

Deze regeling wordt in 2017 geëvalueerd.

Artikel

36

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel

37

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling agentschappen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,J.C. deJager

Bijlage

: Indicatief stappenplan instellingsproces

uiterlijk week t-6

Betrokken ministerie maakt het voornemen tot oprichten agentschap bekend aan het Ministerie van Financiën

week t

Betrokken minister dient formele aanvraag tot oprichten agentschap in bij de Minister van Financiën

week t tot week t+5

Ministerie van Financiën, DGRB, toetst of aan alle voorwaarden is voldaan

week t+6 tot week t+11

Betrokken minister stelt, in overeenstemming met het Ministerie van Financiën, convenant op

week t+12

Betrokken minister verstuurt concept-aankondigingsbrief naar Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (ICBR)

week t+14

Behandeling aankondigingsbrief in ICBR

week t+16

Behandeling aankondigingsbrief in de Raad voor Bestuur (onderraad van de ministerraad)

week t+17

Behandeling aankondigingsbrief in de ministerraad

week t+18

Betrokken minister stuurt aankondigingsbrief aan de Tweede Kamer; start voorhangprocedure

week t+22

Indienen van ontwerpbegroting jaar t bij het Ministerie van Financiën met daarin ieder geval de indicatieve openingsbalans

week t+28

Instemming Tweede Kamer

week t+28

Voorbereiden opening van een zelfstandige rekening-courantverhouding in overleg met de Rijkshoofdboekhouding

week t+30

Tekenen door de ministers van het betrokken ministerie en van Financiën van het instellingsbesluit; publicatie in de Staatscourant

week t+31

Formele start van het agentschap

Begrotingswet, eerste suppletoire of tweede suppletoire

Indienen bij het Ministerie van Financiën van de begrote leningaanvragen als onderdeel van de beleidsbrief (alleen voor baten-lastenagentschappen)

Begrotingswet, eerste suppletoire of tweede suppletoire

Opnemen van definitieve openingsbalans

Bovenbeschreven tijdpad is slechts indicatief. Het daadwerkelijk te doorlopen tijdpad is onder meer afhankelijk van het besluitvormingsproces (inclusief agendaprocedure) dat voor ieder individueel gremium van toepassing is, de data waarop de verschillende gremia bijeenkomen, en de termijnen zoals die van toepassing zijn op het begrotingsproces in een bepaald jaar.