Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2012, nr. WJZ / 12311250, houdende regels inzake de beveiliging van radioactieve stoffen (Regeling beveiliging radioactieve stoffen)

Regeling beveiliging radioactieve stoffen

De Minister van Economische Zaken;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

  • categorie 1-stof: radioactieve stof, die is aangewezen als categorie 1 in de bijlage, of die op grond van de in die bijlage genoemde voorwaarden behoort tot categorie 1;

  • categorie 2-stof: radioactieve stof, die is aangewezen als categorie 2 in de bijlage of die op grond van de in die bijlage genoemde voorwaarden behoort tot categorie 2;

  • categorie 3-stof: radioactieve stof, die is aangewezen als categorie 3 in de bijlage, of die op grond van de in die bijlage genoemde voorwaarden behoort tot categorie 3;

  • vergunninghouder: houder van een vergunning als bedoeld in artikel 24 of 25 van het Besluit stralingsbescherming voor het verrichten van handelingen met categorie 1-, 2-, of 3-stoffen, met uitzondering van de houder van een vergunning uitsluitend voor het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met vervoer of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen.

Artikel

2

Een vergunninghouder treft de beveiligingsmaatregelen die noodzakelijk zijn om categorie 1-, 2-, of 3-stoffen redelijkerwijs te beveiligen tegen diefstal of misbruik.

Artikel

3

Artikel

4

Wanneer categorie 1-, 2-, of 3-stoffen niet onder persoonlijk toezicht staan, zijn de beveiligingsmaatregelen van een vergunninghouder zodanig, dat elektronische detectie van een poging tot diefstal of misbruik plaatsvindt en dat vanaf dat moment maatregelen werkzaam zijn die leiden tot:

  • a.

    ten minste 10 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 1-stof;

  • b.

    ten minste 5 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 2-stof;

  • c.

    ten minste 3 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 3-stof.

Artikel

5

De beveiligingsmaatregelen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 worden afgestemd op:

  • a.

    de aard van de categorie 1-, 2-, of 3-stof;

  • b.

    de manier waarop de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt gebruikt of opgeslagen;

  • c.

    de verplaatsbaarheid van de categorie 1-, 2-, of 3-stof;

  • d.

    de mogelijke gevolgen voor mensen, dieren, planten en goederen door blootstelling aan ioniserende straling of het vrijkomen van de categorie 1-, 2-, of 3-stof in geval van diefstal of misbruik;

  • e.

    de maatregelen die zijn of worden getroffen om de nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen te voorkomen of te beperken.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beveiliging radioactieve stoffen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp.

Bijlage

behorende bij artikel 1 van de Regeling beveiliging radioactieve stoffen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

A: activiteit als bedoeld in artikel 1 van het Besluit stralingsbescherming;

D: D-waarde, bepaald overeenkomstig tabel 1 van het document ‘Dangerous Quantities of Radioactive Material (D-Values)’, EPR-D-Values 2006, van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA)1http://www-pub.iaea.org/MTCD/publications/PDF/EPR_D_web.pdf, waarbij de laagste waarde wordt genomen.

Indeling van radioactieve stoffen in categorieën als bedoeld in artikel 1

1

Kunstmatige radioactieve stoffen ten behoeve van:

– nucleaire batterijen

– sterilisatie, onderzoek en bloedbestraling

– teletherapie apparatuur

– vaste, multibundel teletherapie

of

Overige kunstmatige radioactieve stoffen waarvan:

A/D > 1000

2

Kunstmatige radioactieve stoffen ten behoeve van:

– industriële gammagrafie

– brachytherapie (stralingsdosistempo van 2,0 Gy of hoger)

of

Overige kunstmatige radioactieve stoffen waarvan:

1000 > A/D > 10

3

Kunstmatige radioactieve stoffen ten behoeve van:

– Hoogactieve bronnen in vaste industriële meetapparatuur

– bron bemetingsapparatuur t.b.v. olie- en gaswinning (well logging)

of

Overige kunstmatige radioactieve stoffen waarvan:

10 > A/D > 1

Voor de toepassing van deze tabel wordt de indeling in een categorie slechts bepaald met behulp van de A/D waarde indien:

  • a.

    de desbetreffende radioactieve stof niet is ingedeeld in een categorie door expliciete aanwijzing in de tabel; of

  • b.

    verschillende radioactieve stoffen worden gebruikt of opgeslagen in één ruimte, zonder aparte beveiligingsmaatregelen per stof en de gesommeerde A/D-waarde niet leidt tot indeling in een categorie die lager is dan de categorie waarin de afzonderlijke stoffen zijn ingedeeld op basis van expliciete aanwijzing.

In de situatie, bedoeld onder b, wordt de totale activiteit van de radioactieve stoffen bij de categorie-indeling beschouwd als één geheel. Hiertoe wordt de A/D-waarde bepaald volgens de formule:

Waarbij:

Ai,n = activiteit van iedere radioactieve stof of ingekapselde bron i met radionuclide n

Dn = D waarde voor radionuclide n