Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 5 december 2012, nr. IENM/BSK-2012/241276, houdende vaststelling regels in verband met de implementatie van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de sturing van en het toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster (Regeling sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster)

Regeling sturing van en toezicht op het Kadaster

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

§

2

Bestuur en raad van toezicht van de Dienst

Artikel

2

Ontstentenis bestuur

De Dienst informeert de minister onverwijld over de ontstentenis van een lid van de raad van bestuur met het oog op een door de minister te treffen voorziening.

Artikel

3

Rol raad van toezicht

De raad van toezicht oefent onafhankelijk van bestuur en minister toezicht uit. De raad van toezicht heeft een interne toezichtfunctie en is daarbij gericht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in de Dienst. De raad van toezicht richt zich bij de vervulling van de taak naar het belang van de Dienst en weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van de bij de Dienst betrokkenen af.

§

3

Financieel toezicht

Artikel

4

Begroting

De Dienst zendt jaarlijks voor 1 oktober de begroting voor het daaropvolgende jaar aan de minister.

Artikel

5

Meerjarenbeleidsplan

Artikel

6

Aandachtspunten voor de accountantscontrole

Artikel

7

Invulling van artikel 13, eerste lid, van de wet juncto artikel 32 van de Kaderwet

§

4

Informatie-uitwisseling

Artikel

8

Jaarrekening

Bij de inrichting van de jaarrekening wordt onderscheid gemaakt tussen de baten en lasten, alsook tussen de ontvangsten en uitgaven uit de bij of krachtens een wet aan de Dienst opgedragen taken dan wel uit andere activiteiten.

Artikel

9

Jaarverslag

Artikel

10

Toepassing internationale wet- en regelgeving

De Dienst informeert de minister ten minste één maal per jaar over de wijze waarop de Dienst van toepassing zijnde of wordende internationale wet- en regelgeving toepast en uitvoert respectievelijk gaat toepassen en uitvoeren.

Artikel

11

Uitvoeringstoets Dienst

Artikel

12

Uitvoeringsevaluaties

Artikel

13

ICT-projecten

De Dienst verschaft de minister structureel informatie over lopende dan wel in voorbereiding zijnde ICT-projecten waarover aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt gerapporteerd.

Artikel

14

Integriteit

De Dienst informeert de minister over het gevoerde integriteitsbeleid.

Artikel

15

Onderzoek door derden ten behoeve van toezicht

Indien de minister na overleg met het zbo een derde aanwijst om in het kader van het toezicht op het functioneren van de Dienst onderzoek te doen naar een door de minister te bepalen onderdeel van de Dienst of van de taakuitoefening door de Dienst, verstrekt de Dienst aan deze derde op de door de derde te bepalen wijze de ter zake van het onderzoek gevraagde informatie voor zover dit niet beperkt is door een wet of contract.

Artikel

16

Informatieverstrekking van de minister aan de Dienst

De minister verstrekt de Dienst informatie met betrekking tot:

  • a.

    aanschrijvingen;

  • b.

    politieke aangelegenheden en de meningsvorming door de minister of de Staten-Generaal met betrekking tot de Dienst en de toekomst van de Dienst,

  • c.

    (inter)nationaal overleg;

  • d.

    (ontwikkeling van) rechtstreeks werkende EG-regelgeving;

  • e.

    overleg met andere departementen en resultaten daarvan;

  • f.

    klachten over het functioneren van de Dienst.

Artikel

17

Instemmingstoets minister

§

5

Overige bepalingen

Artikel

18

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling sturing van en toezicht op het Kadaster.

Artikel

19

Overgangsrecht

Artikel

20

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.

Bijlage

bij artikel 6 van de Regeling sturing van en toezicht op de dienst voor het Kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster

Aandachtspunten voor de accountantscontrole

De volgende elementen zijn aandachtspunten voor de accountantscontrole:

1

Rechtmatigheid

  • a.

    controle van de rechtmatigheid van de bestedingen en inning van de middelen door de Dienst. Rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie waarvan de uitkomst in de jaarrekening wordt verantwoord in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van die financiële transactie beïnvloeden.

  • b.

    voor de verstrekking van de verklaring over de rechtmatigheid conform artikel 35, derde lid, van de Kaderwet en de kwalificatie van die verklaring gelden ten aanzien van de in de jaarrekening opgenomen financiële stromen en saldi inzake de publieke middelen de volgende tolerantiegrenzen:

    Fouten in de jaarrekening

    Kleiner dan of gelijk aan 1%

    Tussen 1% en 3%

    n.v.t.

    Gelijk aan of meer dan 3%

    Onzekerheden in de controle

    Kleiner dan of gelijk aan 3%

    Tussen 3% en 10%

    Gelijk aan of meer dan 10%

    N.v.t.

2

Tarieven

  • a.

    controle van de juiste en volledige hantering van de door de minister vastgestelde tarieven;

  • b.

    beoordeling of kosten en opbrengsten per strategische eenheid in de administratie zijn toegerekend op basis van het vastgestelde kostprijsmodel. Dit omvat het mogelijk voorkomen van kruissubsidiëring tussen de strategische eenheden.

3

Niet-financiële informatie

  • a.

    beoordeling van de consistentie en de controleerbaarheid van het totstandkomingsproces van de in de jaarverantwoording opgenomen niet-financiële informatie.

4

In-control-statement

  • a.

    beoordeling van de consistentie en de controleerbaarheid van het totstandkomingsproces van de in de jaarverantwoording opgenomen in-control-statement, waaronder de verenigbaarheid daarvan met de jaarrekening én de uitkomsten van de controlewerkzaamheden op de jaarrekening (NBA praktijkstandaard 1109).

5

Informatiebeveiliging