Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 5 december 2012, nr. IENM/BSK-2012/240947, houdende vaststelling beleidsregels in verband met sturing van en toezicht op de Stichting VAM

Beleidsregels sturing van en toezicht op Stichting VAM

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • IBKI: het exameninstituut van de Stichting VAM;

  • Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;

  • Minister: de minister van Infrastructuur en Milieu;

  • Ministerie: het ministerie van Infrastructuur en Milieu;

  • Stichting VAM: Stichting VAM, voor zover het de publieke taken betreft die worden uitgevoerd in opdracht van de minister door IBKI.

§

2

Financieel toezicht

Artikel

2

Tarieven voor taken of taakclusters op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel m, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 en artikel 85a, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994

De kostprijzen die ten grondslag liggen aan de tarieven conform artikel 2, eerste lid, onderdeel m, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 en artikel 85a, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede aan de tarieven voor andere opgedragen taken voor zover deze taken mede een andere basis hebben in of krachtens die wetten, worden op basis van bedrijfseconomisch aanvaardbare verdeelsleutels bepaald:

  • a.

    de kostprijzen die ten grondslag liggen aan de tarieven of tariefclusters worden op basis van een kostprijsmodel berekend;

  • b.

    de tarieven of tariefclusters bestaan uit de integrale kosten (directe en indirecte kosten) van de door de minister opgedragen taken (integrale kosten afnemen examens, rijksgecommitteerden);

  • c.

    de tarieven of tariefclusters zijn kostendekkend;

  • d.

    de gebruikers worden gehoord bij de totstandkoming van nieuwe tarieven en tariefwijzigingen;

  • e.

    kruissubsidiëring, anders dan binnen taakclusters, is niet toegestaan.

Artikel

3

Tarieven voor andere opgedragen taken, voor zover deze taken niet mede een andere basis hebben in of krachtens wettelijke bepalingen

Artikel

4

Inhoud tarievenvoorstel

Artikel

5

Accountantscontrole

§

3

Informatie-uitwisseling

Artikel

6

Jaarrekening Stichting VAM en directieverslag IBKI

Artikel

7

Verstrekking van inlichtingen

Behoudens het bepaalde in artikel 20 van de Kaderwet verstrekt de Stichting VAM jaarlijks aan de minister inlichtingen omtrent:

  • a.

    Voor zover relevant de wijze van toepassing van de in artikel 41, eerste lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen ter beveiliging van de gegevens van Stichting VAM;

  • b.

    de relevante gegevens over de gerealiseerde kwantiteit en kwaliteit van de dienstverlening;

  • c.

    het aantal bezwaar- en beroepsprocedures dat is gevoerd op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de resultaten daarvan;

  • d.

    het aantal verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de resultaten daarvan;

  • e.

    het aantal ingediende klachten, al dan niet gedaan op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, en de resultaten daarvan;

  • f.

    het aantal klachten op grond van de Wet Nationale Ombudsman en de resultaten daarvan;

  • g.

    het aantal ingediende klachten en schade-claims, onderverdeeld naar taak, en de resultaten daarvan, en

  • h.

    mededelingen omtrent de verwachte gang van zaken; daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de kwaliteit van de taakuitoefening afhankelijk is.

Artikel

8

Uitvoeringsevaluaties

Artikel

9

Integriteit

Stichting VAM informeert de Minister over het gevoerde integriteitsbeleid.

§

4

Taakuitoefening

Artikel

10

Risicoprofiel en kernprestatie-indicatoren

Artikel

11

Oordeelsvorming

De Minister vormt zich een oordeel over de kwaliteit van de taakuitoefening van Stichting VAM. Daarbij baseert hij zich onder meer op:

  • a.

    de bevindingen voortvloeiend uit de in artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen;

  • b.

    de regelmatig door Stichting VAM gehouden klant- en medewerkerstevredenheidsonderzoeken;

  • c.

    het in artikel 5 bedoelde verslag van bevindingen;

  • d.

    de in artikel 6 bedoelde jaarrekening en verantwoording;

  • e.

    het verslag van de Dienst Wegverkeer over het toezicht op de door de Stichting VAM uitgevoerde taken, en

  • f.

    de verslagen van de Rijksgecommitteerden.

§

5

Opdracht en inkadering van taken en activiteiten

Artikel

12

Uitvoeringstoets Stichting VAM

§

6

Overige onderwerpen

Artikel

14

Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels sturing van en toezicht op Stichting VAM.

Artikel

15

Overgangsrecht

Artikel

16

Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.

Bijlage

bij artikel 5

Aandachtspunten voor de accountantscontrole

1

Rechtmatigheid

  • a.

    controle van de rechtmatigheid van de bestedingen en inning van de middelen door de Stichting VAM. Rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie waarvan de uitkomst in de jaarrekening wordt verantwoord in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van die financiële transactie beïnvloeden;

  • b.

    een getrouwe weergave van de publieke middelen en lasten met betrekking tot de publieke taakuitoefening in de jaarrekening;

  • c.

    voor de verstrekking van de verklaring over de rechtmatigheid conform artikel 35, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de kwalificatie van die verklaring gelden ten aanzien van de in de jaarrekening opgenomen financiële stromen en saldi inzake de publieke middelen de volgende tolerantiegrenzen:

    Fouten in de jaarrekening

    Kleiner dan of gelijk aan 1%

    Tussen 1% en 3%

    n.v.t.

    Gelijk aan of meer dan 3%

    Onzekerheden in de controle

    Kleiner dan of gelijk aan 3%

    Tussen 3% en 10%

    Gelijk aan of meer dan 10%

    n.v.t.

2

Tarieven

  • a.

    Controle van de juiste en volledige hantering van de door de Minister vastgestelde tarieven;

  • b.

    beoordeling of kosten en opbrengsten in de administratie zijn toegerekend op basis van het vastgestelde kostprijsmodel. Dit omvat het mogelijk voorkomen van kruissubsidiëring.

3

Niet-financiële informatie

  • a.

    beoordeling of de tussen het Ministerie en de Stichting VAM afgesproken indicatoren consistent en controleerbaar tot stand zijn gekomen.

4

Informatiebeveiliging

Boordeling van de voorzieningen ter beveiliging van de gegevens van de Stichting VAM.

5

Kwaliteit van de bedrijfsvoering

Beoordeling van de kwaliteit van het gevoerde financieel beheer en de getroffen risico beheersingsmaatregelen met betrekking tot de publieke taakuitoefening.

6

Scheiding administratie

Bij de uitvoering van de controle van de jaarrekening wordt vastgesteld dat:

  • a.

    Stichting VAM een dusdanige bedrijfsvoering heeft opgezet casu quo heeft gehandhaafd dat de publieke taken en private activiteiten gescheiden worden uitgevoerd;

  • a.

    de jaarrekening op een juiste wijze onderscheid maakt tussen de baten en lasten casu quo ontvangsten en uitgaven uit de publieke taken en de private activiteiten;

  • b.

    Stichting VAM een financiële administratie voert die zodanig transparant is dat daaruit het onderscheid tussen publieke taken en werkzaamheden en private activiteiten blijkt.

7

Reserve

Beoordeling van de juistheid en de volledigheid van de mutatie(s) van de egalisatiereserve.

8

Verslag van bevindingen

  • a.

    De accountant stelt een rapport van bevindingen op waarin wordt ingegaan op de uitkomsten van de werkzaamheden;

  • b.

    De accountant rapporteert alle bij de controle geconstateerde en niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden, waarvan het belang individueel of in het totaal groter is dan 1% respectievelijk 3% van de financiële stromen en saldi inzake de publieke middelen;

  • c.

    De accountant rapporteert alle bij de controle geconstateerde relevante afwijkingen (niet financiële), niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden.