Reglement erkenning leerbedrijven van KC PMLF

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • 1.

    KC PMLF: Stichting Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven PMLF (voorheen Stichting VAPRO), zoals bedoeld in artikel 1.5.1. van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB).

  • 2.

    BPV-overeenkomst: De overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8. van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (Stbl. 1995, 501).

  • 3.

    Leerbedrijf: Het (deel van het) bedrijf dat, of de organisatie die op grond van dit reglement bevoegd is om de beroepspraktijkvorming (BPV) te verzorgen.

  • 4.

    Praktijkcentrum: De organisatie die samen met een leerbedrijf het bij de kwalificatie behorende geheel aan beroepspraktijkvorming verzorgt.

  • 5.

    Detacheringorganisatie: De organisatie die fungeert als werkgever van de deelnemer, en de deelnemer plaatst bij een erkend leerbedrijf.

  • 6.

    Kwalificatie: De opleiding die gevolgd wordt door de onderwijsdeelnemer. Kenmerkend is dat aan de erkende kwalificaties een CREBO nummer is toegekend.

  • 7.

    Reglement: Reglement erkenning leerbedrijven van KC PMLF.

  • 8.

    Onderwijsdeelnemer: VMBO- of MBO-leerling.

  • 9.

    Onderwijsinstelling: school voor VMBO of MBO.

Artikel

2.1

Doel

Uitsluitend bedrijven en organisaties die voldoen aan de bepalingen in dit reglement en die door KC PMLF als zodanig zijn erkend, zijn bevoegd om op te treden als leerbedrijf, praktijkcentrum of detacheringorganisatie.

Artikel

2.2

Soorten erkenningen

In deze erkenningsregeling van KC PMLF worden de volgende erkenningen onderscheiden:

  • 1.

    Erkend leerbedrijf.

    In het leerbedrijf kan de volledige voor de kwalificatie te doorlopen beroepspraktijkvorming feitelijk plaatsvinden. In het leerbedrijf wordt de onderwijsdeelnemer geconfronteerd met de reële beroepspraktijk met alle daarbij behorende facetten, zoals de afhankelijkheid van afnemers en leveranciers, organisatorische verhoudingen en structuren, productieomvang, prestatiedruk, efficiency, kwaliteit, veiligheid en milieu. Kenmerkend is dat aan het erkende (deel van) het bedrijf een unieke CODE LEERBEDRIJF is toegekend. Door vermelding van deze code in de per onderwijsdeelnemer overeen te komen BPV-overeenkomst wordt aangegeven, dat de beroepspraktijkvorming van de deelnemer in een erkend leerbedrijf plaatsvindt.

  • 2.

    Erkend praktijkcentrum.

    Het is mogelijk om bijvoorbeeld als aanloop naar de BPV in de reële beroepspraktijk, een deel van de beroepspraktijkvorming te laten plaatsvinden in een gesimuleerde praktijkomgeving. Echter vanwege het ontbreken van de onder 1 van dit artikel genoemde aspecten, zal vervolgens een substantieel deel van de BPV in een erkend leerbedrijf (zie onder 1), moeten plaatsvinden.

  • 3.

    Detacheringorganisatie.

    Het is mogelijk de beroepspraktijkvorming te doorlopen terwijl de onderwijsdeelnemer in formele zin in dienst is van- of stage loopt bij een ‘Ïntermediaire Arbeidsorganisatie’. Deze arbeidsorganisatie vervult de werkgeversrol, terwijl de feitelijke beroepspraktijkvorming bij een erkend leerbedrijf plaats (zie onder 1) vindt.

    Intermediaire organisaties die niet de bpv=biedende organisatie zijn, ontvangen geen erkenning als leerbedrijf. Intermediaire organisaties kunnen een keurmerk ontvangen indien wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.

Artikel

3

Verzoek tot erkenning

Artikel

4

Beoordeling van het verzoek

Artikel

5

Voorwaarden voor erkenning

Binnen het kader van de onder 2.2. geschetste soorten erkenningen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

Voor de erkenning als leerbedrijf wordt het bedrijf geacht:

  • Een goede en veilige leerplaats en werkzaamheden te bieden die behoren tot de werkprocessen van het beroep waarvoor de onderwijsdeelnemer wordt opgeleid;

  • Voldoende en deskundige begeleiding te bieden gericht op de deelnemer;

  • Bereid te zijn tot overleg met de onderwijsinstelling en het kenniscentrum over de voortgang en de kwaliteitsbevordering van de BPV;

  • Akkoord te gaan met de vermelding van de bedrijfsgegevens in het openbare register leerbedrijven.

De eisen die aan een leerplaats en aan de begeleiding worden gesteld zijn afhankelijk van de bijzondere eisen per kwalificatie waarvoor de erkenning wordt verleend. Deze aanvullende criteria worden vastgesteld door de paritaire commissie van KC PMLF.

Voor de erkenning als praktijkcentrum wordt het centrum geacht:

  • Een goede en veilige leerplaats en voldoende mogelijkheden te bieden voor het aanleren en inoefenen van vaardigheden relevant voor het beroep waarvoor de onderwijsdeelnemer wordt opgeleid;

  • Het ontbrekende deel van de BPV te laten plaatsvinden bij een voor die kwalificatie erkend leerbedrijf gedurende een afsluitende BPV periode van tenminste 6 maanden aaneengesloten;

  • Voldoende en deskundige begeleiding te bieden gericht op de deelnemer;

  • Bereid te zijn tot overleg met de onderwijsinstelling en KC PMLF over de voortgang en de kwaliteitsbevordering.

De eisen die aan een leerplaats en aan de begeleiding worden gesteld zijn afhankelijk van de bijzondere eisen per kwalificatie waarvoor de erkenning wordt verleend. Deze aanvullende criteria worden vastgesteld door de paritaire commissie van KC PMLF.

Voor het keurmerk als detacheringorganisatie wordt de organisatie geacht:

  • Uitvoering van de beroepspraktijkvorming te laten plaatsvinden bij één of meerdere erkende leerbedrijven waarbij de BPV periode bij elk erkend leerbedrijf tenminste zes maanden aaneengesloten is;

  • Te zorgen voor een individueel opleidingsplan en een voortgangsregistratie van de deelnemer;

  • Bereid te zijn tot overleg met de onderwijsinstelling en het KC PMLF over de voortgang en de kwaliteitsbevordering van de BPV.

De eisen die aan een leerplaats en aan de begeleiding worden gesteld zijn afhankelijk van de bijzondere eisen per kwalificatie waarvoor de erkenning wordt verleend. Deze aanvullende criteria worden vastgesteld door de paritaire commissie van KC PMLF.

Artikel

6

Verlenen van de erkenning

Artikel

7

Verlengen van de erkenning

Artikel

8

Intrekken van de erkenning

Artikel

9

Dienstverlening

Het leerbedrijf, het praktijkcentrum, de detacheringorganisatie heeft recht op ondersteuning van KC PMLF bij het vervullen van de rol als leerbedrijf. Ondersteuning is gericht op het verhogen van de kwaliteit van de leeromgeving en van het praktijkleren.

Artikel

10

Bezwaar

Indien de erkenning geweigerd, ingetrokken of niet verlengd wordt kan het bedrijf of de organisatie tegen de beslissing als bedoeld in de artikelen 6 lid 1, 7 lid 2 en 8 lid 1 binnen 6 weken na dagtekening van de beslissing bezwaar maken bij KC PMLF. Op de bezwaarprocedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (hoofdstuk 6).

Artikel

11

Onvoorziene omstandigheden

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist KC PMLF.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met ingang van 15 januari 2013.

Artikel

13

Wijzigingen

Wijzigingen in het reglement worden vastgesteld door de Paritaire Commissie en het bestuur van KC PMLF.

Aanvullende criteria

Criterium 1. Het bedrijf zorgt voor een veilige BPV-omgeving:

1.1 Technisch

Er wordt gezorgd voor technische veiligheid met betrekking tot bijvoorbeeld: gebouw, proces, apparatuur en gevaarlijke stoffen.

1.2 Organisatorisch

Er wordt gezorgd voor organisatorische veiligheid betrekking tot met name: instructie, voorschriften, toezicht op naleving, beschikbaarheid PBM’s, risico-inventarisaties en/of evaluaties.

1.3 Sociaal

Er wordt gezorgd voor sociale veiligheid met betrekking tot met name: omgang met jongeren en leerlingen, ongewenste intimiteiten en intimidatie.

Criterium 2. De BPV-omgeving, inclusief de faciliteiten, die nodig is om in de praktijk de kwalificatie te kunnen aanleren:

2.1 Diversiteit

Zowel de in te zetten BPV-omgeving, als de aan te leren werkprocessen/competenties zijn qua diversiteit in overeenstemming met de te behalen kwalificatie binnen de betreffende beroepscontext.

2.2 Complexiteit

Zowel de in te zetten BPV-omgeving, als de aan te leren werkprocessen/competenties zijn qua complexiteit in overeenstemming met de te behalen kwalificatie binnen de betreffende beroepscontext.

2.3 Innovatie

Het leerbedrijf is op de hoogt van nieuwe ontwikkelingen en innovaties en tracht deze zoveel als mogelijk is in te passen in de BPV-omgeving.

Criterium 3. De Begeleiding moet goed zijn:

3.1 niveau begeleider (vakniveau)

De praktijkbegeleider(s) heeft een hoger werk- en denkniveau op het betreffende vakgebied dan de onderwijsdeelnemer.

3.2 Motivatie, toegankelijkheid, didactiek

De praktijkbegeleider(s) is gemotiveerd, toegankelijk en heeft didactische kwaliteiten.

3.3 Continuïteit begeleiding op niveau

Het leerbedrijf zorgt dat er constante praktijkbegeleiding aanwezig is die voldoet aan subcriteria 3.1. en 3.2.

3.4 Tijd en middelen begeleiding

De praktijkbegeleider(s) krijgen tijd en middelen om te begeleiden.

3.5 Voortgangsgesprek

Er worden begeleidings- en voortgangsgesprekken gehouden.

3.6 Contact met onderwijsinstelling

Het leerbedrijf heeft contact met de onderwijsinstelling over de voortgang van de deelnemer.

3.7 Afspraken met onderwijsinstelling

Het leerbedrijf heeft de intentie om afspraken te maken met de onderwijsinstelling en de onderwijsdeelnemer over de vorm, inhoud, begeleiding en verwachtingen (leerdoelen) omtrent de BPV-periode.

Criterium 4. De beoordeling van de onderwijsdeelnemer is gewaarborgd:

4.1 Contact met onderwijsinstelling

Het leerbedrijf heeft contact met de onderwijsinstelling over de beoordeling van de deelnemer.

4.2 Afspraken met onderwijsinstelling

De onderwijsdeelnemer wordt beoordeeld op basis van de gemaakte afspraken met de onderwijsinstelling.

4.3 Beoordelaar

Het leerbedrijf zorgt voor praktijkbeoordelaar(s) die een hoger werk- en denkniveau heeft op het betreffende vakgebied dan de onderwijsdeelnemer.

Criterium 5. De BPV is georganiseerd in het leerbedrijf:

5.1 Continuïteit

Het leerbedrijf streeft naar continuïteit van de BPV-periode in de zin dat de BPV-periode afgerond kan worden, ook als er veranderingen in het leerbedrijf optreden.

5.2 Tijd en middelen deelnemer

De deelnemer krijgt tijd en middelen om de overeengekomen leerdoelen aan te leren in een reële beroepspraktijk.

5.3 Taken, rollen, verantwoordelijkheden

De taken, rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken medewerkers zijn bekend bij een ieder.

5.4 Rechten, plichten en afspraken

De rechten, plichten en afspraken van onderwijsinstelling, deelnemer en bedrijf zijn vastgelegd in de BPV-overeenkomst.

Criterium 6. De kwaliteit van de BPV moet geborgd zijn:

6.1 Intentie

Het leerbedrijf heeft de intentie om de kwaliteit van de BPV-organisatie te borgen.

6.2 Evaluatie

Het leerbedrijf heeft de intentie om de organisatie van de BPV te evalueren samen met de onderwijsinstelling en de deelnemer. Samen wordt gekeken waar verbetering mogelijk is.

De cursief weergegeven (delen van) criteria zijn voorwaardelijk voor een eerste erkenning. De overige criteria zijn ontwikkelcriteria. Bij de accreditatie en de eventuele vervolgbezoeken worden daarover afspraken gemaakt.